advertentie
 
 

bedrijvengids

Rabobank Westelijke Mijnstreek

De opkomst van de 24-uurs economie

“Het koopgedrag van de consument van nu vraagt om een 24-uurs economie. Het is de consument die tegenwoordig bepaalt waar, wanneer en hoe hij zijn aankopen wil doen.” Edwin de Ron, Product Sales Specialist e-Commerce van Rabobank Nederland en Elvira von Lümich, Specialist Financial Logistics & Treasury Corporate Banking bij Rabobank Westelijke Mijnstreek, lichten deze marktontwikkeling verder toe.


 


Edwin de Ron


Product Sales Specialist e-Commerce bij Rabobank Nederland


Expertise: e- en m-commerce | multichannel retailing | cash management | risk management | liquidity management | treasury


 


Elvira von Lümich


Specialist Financial Logistics & Treasury Corporate Banking bij Rabobank Westelijke Mijnstreek


Expertise: [internationaal] cash management | treasury | documentair betalingsverkeer | risk management


 


Tekst > Maud Walkowiak Beeld > Kathalijne Van Zutphen | Henry Peters


De Ron: “Steeds vaker kiest de consument voor aankopen via het internet. Toen mijn ouders mijn leeftijd hadden, konden ze alleen bij de fysieke winkel terecht. We zijn nu een generatie verder en er is een tweede verkoopkanaal bijgekomen: het internet.” Von Lümich vult aan: “En ook al wordt nog niet alles op internet gekocht, de meeste oriëntaties beginnen wel op datzelfde internet. Want dat is beschikbaar waar en wanneer de consument het wil.”



Consument kiest zelf tijd, plaats en kanaal


Hoewel de consument zelf het kanaal kiest, denkt hij niet in kanalen. Hij kiest de ingang tot uw winkel die past bij zijn tijd, plaats en behoefte. De ene keer is die behoefte ‘runshoppen’; dan weet de consument wat hij wil hebben en gaat hij recht op zijn doel af. Het koopproces van de consument, van oriënteren via selecteren naar daadwerkelijke koop is kort. Oriënteren op het internet, lezen van reviews van anderen, vergelijken van de prijs op internet en uit gemak online bestellen. De huidige techniek maakt het de consument wel heel gemakkelijk: via PC, tablet of smartphone heeft hij overal internet tot zijn beschikking. De andere keer is die behoefte ‘funshoppen’. En daar komen de fysieke winkels veel beter uit de verf dan de on- line winkels, hoewel deze laatste wel aan een inhaalrace bezig zijn. Bij ‘funshoppen’ is de consument op zoek naar beleving. Dan wil hij het product, maar vooral het merk ervaren. Er is per slot van rekening een reden waarom het merendeel van de aan- kopen nog steeds in de fysieke winkel wordt gedaan. De reden is die beleving.


‘Kijken, kijken, niet kopen’



Veel detaillisten hebben echter de ervaring dat consumenten wel komen kijken, maar niet kopen. Het is natuurlijk interessant te onderzoeken waarom de consument van kanaal switched. Vervolgens is het belangrijk met die kennis te proberen de consument vast te houden in de winkel. Maar die winkel bestaat wat ons betreft niet alleen uit een fysiek pand. Om de consument die zelf tijd, plaats en kanaal kiest te bedienen is een 24-uurs economie nodig.


Kansen door e-commerce


De online markt zal voorlopig verder blijven groeien. Ondanks de crisis blijven consumenten enthousiast online winkelen. Consumenten kiezen steeds vaker het internet als hun favoriete aankoopkanaal. Rabobank Westelijke Mijnstreek wil deze kansen samen met haar zakelijke ondernemers benutten. De Ron: “Dit doen we door innovatieve producten te ontwikkelen. En door onze heldere visie op de groeimarkt e-commerce te delen. Bijvoorbeeld in deze Impuls, maar ook tijdens bijeen- komsten.” Von Lümich: “En uiteraard ook in een persoonlijk gesprek met onze klanten.”


 


De teams van Bedrijven van Rabobank Westelijke Mijnstreek. Als ondernemer staat u er niet alleen voor. Wat voor bedrijf u ook heeft, in welke fase het ook zit, onze adviseurs helpen u graag verder. Wij zijn een deskundig zakenpartner voor alle ondernemers in de Westelijke Mijnstreek en spelen slagvaardig in op ontwikkelingen in de markt. Team Bedrijven Advies. De bedrijvenadviseurs van Rabobank Westelijke Mijnstreek adviseren u graag over bedrijfsfinancieringen, het verzekeren van bedrijfsrisico's, betalingsverkeer, leasing en toekomstvoorzieningen. Team MKB. Bent u ondernemer in het MKB, dan krijgt u een vaste accountmanager, die uw bancaire belangen behartigt. Onze accountmanagers met hun intern accountmanagers kennen u persoonlijk en zijn op de hoogte van het reilen en zeilen in de bedrijvenmarkt. Team Corporate Banking. Hoe groter uw bedrijf, hoe complexer de financiën. U kunt daarom rekenen op korte communicatielijnen en een vast aanspreekpunt: uw eigen accountmanager en zijn vaste intern accountmanager. Zij waken samen over uw zakelijk én uw privébelang. Team Verzekeren. Kansen zien en grijpen, maar u loopt ook risico's. Op basis van risicomanagement geven wij een integraal advies over verzekeren. We stemmen uw verzekeringspakket af op het risicoprofiel én op de financiële positie van uw onderneming. 

Teckle. Teckle, de innovatieservice van Rabobank Westelijke Mijnstreek, biedt u de kennis, de middelen en de gedrevenheid om u  te helpen bij het vermarkten van uw nieuwe product of dienst. Met geld, maar ook met goede raad, een kritische blik en nuttige ingangen.
Ondernemersdesk Als ondernemer leidt u een druk bestaan. Daarom hebben wij voor u één centraal telefoonnummer voor vragen waar u snel een antwoord op wilt: +31 (0)46 442 9 410. Korte lijnen en meteen een antwoord van onze lokale en deskundige adviseurs. Voor complexere behoeften of een persoonlijke advies staat uw accountmanager voor u klaar.

 


J. van der Linden is sinds 2009 algemeen directeur.

Rabobank Westelijke Mijnstreek

Sittard-Geleen

Markt 5

6161 GE Geleen

14012889 0014

046-4429442

info@wm.rabobank.nl

http://www.rabobank.nl/bedrijven/lokalebanken/wm/organisatie/team_bedrijven/

>300

Inspirerende ondernemersverhalen in magazine Impuls RWM

Op de feestelijke netwerkbijeenkomst Samen Ontmoeten van Rabobank Westelijke Mijnstreek hebben honderden ondernemers en andere ondernemende Limburgers het nieuwe nummer gekregen van het tijdschrift Impuls RWM.

Negenduizend andere abonnees krijgen het magazine thuisgestuurd. De video - zie onderaan - geeft een sfeerbeeld van de bijeenkomst. Bijna alle verhalen uit Impuls worden komende maanden bij WijLimburg.nl gepubliceerd. Het gaat daarbij om een samenwerking tussen de Rabobank en WijLimburg.nl. In het najaar komen daar ook nog videoreportages en video-interviews bij. 

In het nieuwe nummer ondermeer verhalen over:

• Bakkerij Dukers, traditie met ambitie

• Perfact Group, complexe vraagstukken vertalen naar praktische oplossingen

• Nieuwbouw Rabobank Westelijke Mijnstreek • Geheimen van de bronsgieter

• Restaurant meds, tien jaar mediterraans genieten in Sittard

• Vermogensmanagement, een stap Verder dan private banking

• Jorrit van Melick, schuwt de uitdaging niet

• ABC Beton, persoonlijke touch in beton

• Dolmans Landscaping Group 

Degene die het magazine niet heeft kan ook nu al bladeren en lezen via de digitale versie. Ook de eerdere exemplaren. Klik daarvoor hier.

Rabobank steunt Polyscope

Het snel groeiend chemiebedrijf Polycope op Chemelot in Sittard-Geleen is blij met de Rabobank omdat de financier op zoek is 'naar mogelijkheden', zegt managing director Patrick Muezers van het bedrijf dat inmiddels 40 werknemers telt. Polyscope en Muezers laten zien dat innoveren loont. De onderneming is in enkele jaren gegroeid van nul omzet naar ruim € 40 mln. Ondermeer automotivebedrijven kopen de kunststoffen.

ABC Beton: Persoonlijke touch in beton

Dieter Römer had in 1978 de euvele moed met zijn bedrijf Asfalt Beton Cement Maatschappij A-B-C het monopolie van de gevestigde bouworde te doorbreken. Nu is het in Geleen gevestigde ABC Beton al vele jaren een gewaardeerde toeleverancier voor tal van bouwbedrijven in Limburg, Brabant en Noordrijn-Westfalen met een omzet die ondanks de krimpende markt de laatste jaren blijft groeien. Samen met zoon Ivo vertelt de in Aken geboren oprichter over de kunst van het ondernemen in het magazine Impuls van Rabobank Westelijke Mijnstreek. Komende weken meerdere verhalen bij WijLimburg.nl. 

Tekst > Jos Cortenraad Beeld > Henry Peters


Afgelopen jaar wist ABC Beton de omzet te vergroten en ook dit jaar zijn de prognoses gunstig. “We groeien tegen de stroom in,” stelt Ivo Römer vast. “Hoe we dat doen in een tijd dat de bouw zijn zwaarste crisis ooit beleeft? Op de kosten letten. Door onze vaste klanten te koesteren en waar mogelijk te helpen. Verder is zoals in elke branche het recept: innoveren, verbeteren en nieuwe producten verkopen. Natuurlijk voelen wij ook tegen- wind, het zijn geen gouden jaren. Maar we hebben geen reden somber te zijn.

Er worden nog wel huizen en bedrijfspanden gebouwd, de wegenbouw ligt allesbehalve stil. We zoeken de niches op en zijn bij heel veel projecten in de regio betrokken. Je moet aanwezig zijn. Net in deze tijd. Precies daarom hebben we onlangs onze huisstijl compleet vernieuwd. Dat hebben we onze klanten met de paasdagen laten weten door hen te verrassen met een voetbalgroot chocolade verrassingsei. Met daarin een korte presentatie van onze productgroepen met bij- behorende nieuwe huisstijl. Dat maakt het ondernemen leuk.”

Halen Dieter Römer valt zijn zoon bij. “Met afwachten en klagen schiet je niets op. Tijdens een meeting van Maselant Business Club vroeg een ondernemer zich laatst af wat 2012 hem zou gaan brengen. ‘Niets’, heb ik geantwoord. Je moet het zelf halen. Dat heb ik mijn hele leven gedaan.”

1976

De bijna 65-jarige ondernemer keert even terug naar 1976 als hij onder de naam Glaner Beton een betoncentrale mee opricht in Geleen. Twee jaar later begint hij volledig voor zichzelf in een moeilijke, afgeschermde markt. Bouwbedrijven en aannemers hebben hun vaste inkoopadres- sen. Stukje bij beetje verovert Römer senior zijn positie. “Ik had natuurlijk wel wat te bieden,” legt hij uit. “Onze leverancier Willy Dohmen had en heeft net over de grens in Übach-Palenberg verschillende productielocaties met een enorme capaciteit. Hij levert betonmortel, asfalt en andere bouwmaterialen tegen concurrerende prijzen.”

Specialisten in beton

De meeste omzet genereert ABC Beton met gestorte en mono- lithisch afgewerkte betonvloeren voor onder meer showrooms, distributiecentra en buitenverhardingen. De vloeren worden aangelegd door het Belgische bedrijf Jos Eerdekens, een spe- cialist met veertig vakmensen die dagelijks tussen de 100 en 8.000 vierkante meter vloer oplevert. Daarnaast levert ABC Beton sinds meer dan dertig jaar KOMO-gecertificeerde be- tonmortel en betonpompen in Midden- en Zuid-Limburg aan aannemers zoals Bouwbedrijven Jongen en Laudy Bouw. “Ons beton kom je overal tegen,” vervolgt Dieter Römer. “De betonvloer van het tijdelijke winkelcentrum in Stein is ermee gestort, de Oda-parking en de Rosatoren in Sittard, de in aanbouw zijnde 3D-cinema in Kerkrade en het nieuwe Arcus College in Heerlen en verder natuurlijk tientallen woningen en bedrijven in de regio.”

EXCLUSIEF

Verder levert ABC Beton asfalt aan aannemers en wegen- bouwers, maar deze activiteit is qua omzet overvleugeld door de betonbestratingsproducten van KANN Baustoffwerke. “Sinds begin jaren tachtig hebben we de exclusieve verkooprechten voor Nederland en België van KANN, net als Willy Dohmen een traditioneel ‘gründlich’ Duits familiebedrijf,” verduidelijkt Ivo Römer, sinds 2000 formeel eigenaar van ABC Beton. “Een grote jongen, gespecialiseerd in betonnen keerwandelemen- ten, tegels, projectbestrating en traptreden. KANN heeft een groot assortiment én is vernieuwend. Dat betekent dat we in Nederland en België vaak meer kunnen bieden dan onze concurrenten. In dit segment groeien we hard.” Betonnen prefabgarages De nieuwste activiteit van ABC Beton is de verkoop van prefabgarages. Een hit in Duitsland, deze kant-en-klare, verplaatsbare garageboxen van beton. Inclusief dakbedekking, poort, deur en raam. “In Nederland ook langzaam in trek,” vervolgt Ivo. “Bruikbaar voor vele doeleinden en tegen de helft van de kosten van een traditioneel gemetselde garage zeer aantrekkelijk. Echt een innovatief betonproduct.” Uiteraard is de garageleverancier een Duits bedrijf: Zapf. “Familieonderneming,” benadrukt Ivo Römer. “Daar doen we het liefst zaken mee. Eerlijk, zonder poespas, degelijk. En persoonlijk, zoals wij. Ook wij zetten de digitale en social media in voor onze marketing, maar tegelijk geloven wij in persoonlijke contacten. Daarom doen we ook graag zaken met de Rabobank. Om de persoonlijke contacten en om te sparren.” Junior is belast met de dagelijkse leiding en de acquisitie, senior is formeel adviseur en werkt nog fulltime voor ABC Beton. Voorlopig verandert daar niets aan, duidelijk tot genoegen van beiden, besluit Dieter Römer. “Dat heb ik altijd gedaan. Ja, ik mag met pensioen. Op de golfbaan staan zeker elke dag? Ik dacht het niet.” www.abcbeton.nl

Bakkerij Dukers: traditie met ambitie

Met zo’n zestig medewerkers, een moderne bakkerij en zes winkels is Dukers een van de grootste bakkers in de regio Stein. Het familiebedrijf is inmiddels in handen van de derde generatie. De huidige eigenaren, Anita en Raymond Dukers, introduceerden onlangs een nieuwe huisstijl, met de kleur blauw die ook oprichter opa Dukers gebruikte. Hun slogan: traditie met ambitie.

Perfact group: Complexe vraagstukken vertalen naar praktische oplossingen

Tekst > Marcel Limbourg Beeld > Ad Utens Op een zonnige maandagmorgen eind april parkeer ik de auto op het parkeerterrein van het LIOF Business Center op bedrijvenpark ‘Borrekuil’ in Geleen. Ik heb een afspraak met Frank Bessems en Jo Reinders, de twee directeuren van het snelst groeiende engineeringsbureau van Limburg. Bessems en Reinders zijn twee rasondernemers die, na een jarenlange samenwerking bij dezelfde werkgever, samen het idee opvatten een eigen onderneming op te starten, de Perfact Group. Opgericht in 2004 en inmiddels van internationale naam en faam. Na een ontspannen kennismaking neemt Frank Bessems het woord en legt hij uit waar de term engineering voor staat.

Het nieuwe Adviescentrum van Rabobank Westelijke Mijnstreek

Rabobank Westelijke Mijnstreek krijgt eind 2013 een nieuw Adviescentrum aan de Bergerweg in Sittard-Geleen. Het Adviescentrum wordt momenteel ontworpen door het gerenommeerde Delftse Mecanoo Architecten, dat in 1984 werd opgericht door de geboren Sittardse Francine Houben. Stadsbouwmeester Pascal Wauben aan het woord over de nieuwste architectonische parel in ‘zijn’ stad. HOOGTEPUNT “De vestiging van een Adviescentrum in een stad is altijd van betekenis, omdat het je positie als regionaal stedelijk centrum bevestigt,” antwoordt Wauben op de vraag wat de komst van het Adviescentrum betekent voor Sittard-Geleen. “De vormgeving van het gebouw benadrukt dat Sittard-Geleen veel waarde hecht aan ruimtelijke kwaliteit en een zorgvuldig ontworpen leefomgeving. Met de nieuwbouw wordt de stad een in potentie architectonisch hoogtepunt rijker. ‘In potentie’, omdat we momenteel midden in de ontwerpfase zitten. De architect moet de komende tijd de torenhoge verwachtingen waarmaken. Daar heb ik overigens het volste vertrouwen in,” benadrukt Wauben. BERGERWEG Waarom juist de Bergerweg? Wauben: “De Bergerweg is een van de belangrijkste stadsentrees van Sittard; als stad geef je hier je visitekaartje af. Het nieuwe Adviescentrum van de Rabobank is zowel vanaf de stadszijde als vanaf de snelwegzijde prominent aanwezig. Het gebouw vormt samen met de 22 kantoorgebouwen van Sabic, Media Groep Limburg, ZOwonen en DSM een mooi ensemble. De uitdaging is met een groene inrichting van de openbare ruimte de onderlinge samenhang tussen de gebouwen én hun bewoners te versterken. Momenteel geniet het hoofdkantoor van Sabic grote bekendheid; ik denk dat dit met het Adviescentrum van Rabobank straks niet anders zal zijn. Ook bereikbaarheid heeft een rol gespeeld in de keuze voor deze locatie. Het kantoor is perfect bereikbaar met zowel de auto als met de trein en bus; het treinstation ligt op minder dan 10 minuten lopen.” ONTWERP Kan Wauben al een tipje van de sluier oplichten wat betreft het ontwerp? “Het mooie aan de gebouwen van Rabobank in het algemeen is dat ze allemaal anders zijn. Ze schikken zich allemaal naar de context en lokale omstandigheden. Dat is een belangrijke basis voor goede architectuur. De eerste schetsen van het nieuwe Adviescentrum van Rabobank Westelijke Mijnstreek tonen een modern, krachtig gebouw met een nadrukkelijk eigen karakter, dat de dialoog aan moet gaan met de omgeving. Bijzonder is dat die imposante uitstraling van het gebouw niet ten koste gaat van diens openheid en toegankelijkheid; de hoofdingang is vanaf de Bergerweg goed zichtbaar en nodigt bezoekers als het ware uit binnen te lopen,” licht Wauben toe. “Het gebouw staat, net als de Rabobank, letterlijk midden in de samenleving.”

Ondernemersbijeenkomst in Sittard-Geleen: links afslaande vissen en meer
Herman Wijffels was in Sittard gastspreker in het Teckle Innovatie Café. Wijffels - eerder baas van Rabobank wereldwijd - presenteerde zijn stellingen voor een duurzame hervorming van de economie en de samenleving aan een groep ondernemers. De bijeenkomst is georganiseerd door Rabobank Westelijke Mijnstreek. Directeur bedrijven Harry Lempens maakte bekend dat er via het Teckle-innovatiefonds inmiddels aan 20 bedrijven een krediet van € 17 mln is verleend. Samen zijn ze goed voor € 60 mln en 150 personeelsleden. Daarnaast zijn er nog voor € 8 mln aan getekende offertes.  DEHLING Sjaak Dehing van Buro Aangepaste Technologie uit Sittard vertelde dat zijn bedrijf innoveert door heel dicht bij de natuur te blijven. Bijvoorbeeld met watermolens die vissterfte tot het minimum beperken. Dat door 'vissen linksaf te laten zwemmen'.  POLYSCOPE Het Geleense bedrijf Polyscope imponeerde Herman Wijffels met de opmerking van directeur Patrick Muezers dat ze hun kunststofproducten niet meer willen verkopen aan afnemers - via toeleveranciers - zoals autogigant Ford, maar willen leasen. De kunststoffen dashboards komen voor sloop van de auto terug bij de fabrikant die er weer nieuwe dashboards van kan maken. Bij Polyscope werken 45 mensen. Het bedrijf is inmiddels met het tweede leven bezig na jarenlang in de motteballen (van DSM) te hebben gelegen. De deal met de toeleverancier van Ford is nog niet rond.  HIERONDER EEN EERDER VERHAAL OVER POLYSCOPE: Uit de mottenballen gehaalde ex-DSM onderneming groeit als kool (ruim € 40 mln omzet)  Kunststofmaker Polyscope in Geleen groeit als kool. Van 20 naar meer dan 40 personeelsleden in nauwelijks twee jaar. En de expansie van de voormalige DSM-activiteit gaat voorlopig nog door, is de stellige overtuiging van directeur Patrick Muezers. En volgens Muezers liggen er een aantal potentiële verkoophits klaar. Daaronder materiaal dat het giftige formaldehyde kan vervangen door minder schadelijke stoffen.   De chemie-producten gaan wereldwijd maar vinden ook binnen Limburg steeds meer aftrek. Zoals in dashboards van auto's van Ford die bij International Automotive Components (IAC) in Born worden gemaakt en in Genk verder worden geassembleerd. Ook zitten de kunststoffen van Polyscope in zonnedaken van auto's. Met de Limburgse zonnedaken-producent Inalfa in Venray wordt een project gedaan.   MOTTENBALLEN Vijftien jaar geleden kwamen de machines van het huidige Polyscope stil te liggen. Dat omdat DSM een bedrijfsonderdeel verkocht aan BASF. De speciale kunststof waar Polyscope de wereld mee verovert blijft buiten de deal omdat BASF een ander procéde heeft om eindproducten te maken. Na enige jaren in de motteballen én onderzoek door een twintigtal knappe koppen steken Industriebank LIOF en DSM's eigen investeringsmaatschappij Limburg Ventures en enkele privé-personen geld in het tweede leven van de fabrikant van de kunststof styreen-maleïnezuurhydride (SMA).   WINST Na een jarenlange voorbereidingsperiode gaat het vanaf 2009 heel snel. Van € 8 mln naar € 32 mln en vorig jaar naar ruim € 40 mln omzet. Winst wordt er inmiddels ook gemaakt. Het bedrijf heeft meerdere vacatures, onder meer voor chemische die ook commercieel ingesteld zijn. Die combinatie is zeldzaam en dus lastig te krijgen, zegt Muezers.  

Het geheim van de bronsgieter

Het maken van bronzen beelden is een zeldzaam beroep dat vaak van vader op zoon overgaat. In het geval van Marco van Kooten van schoonvader op schoonzoon. Bronsgieten is een oud ambacht dat veel vakmanschap vereist en waarvan de kneepjes van het vak met de nodige mystiek omringd worden. We spraken met Marco in zijn tot de verbeelding sprekende atelier.  De tovenaarsleerling Marco van Kooten studeerde werktuigbouwkunde aan de TU in Delft. Zijn carriëre bracht hem naar DSM in Geleen waar hij als procesengineer aan de slag ging. In Limburg leerde hij zijn vrouw Marika kennen. Marika is de dochter van de bekende bronsgieter Cser uit Susteren. Al snel hielp Marco zijn schoonvader in het atelier bij het gieten van kustwerken. Zijn technisch inzicht was een welkome aanvulling op het vakmanschap van de bronsgieter. En het gietproces wekte Marco’s nieuwsgierigheid dermate op, dat hij bij zijn schoonvader in de leer ging. Marco bleek een snelle leerling. En een creatieve.  Creativiteit “Ik ben eigenlijk altijd al creatief bezig geweest,” steekt Marco van wal. “Van kinds af aan. Pas op, ik bedoel dat niet pretentieus. Ik zie heus wel dat de kunstenaars die hier komen prachtige dingen maken en ik heb niet de ambitie hun werk te evenaren. Maar het stimuleert mij zelf ook wel eens dingen op te pakken. Ik heb de behoefte om te creëren. Dat ontspant mij en ik kan er mijn ei in kwijt. Bovendien helpt het mij de kunstenaar en het proces dat hij doormaakt beter te kunnen begrijpen.” Vertrouwen “Een kunstenaar vertrouwt mij zijn werk toe. En dat is precies waar het in dit vak om gaat. Vertrouwen,” aldus de bronsgieter.  Vergeet niet dat een beeldhouwer vaak maandenlang of nog langer aan een kunstwerk besteedt. Zijn hele ziel en zaligheid zit in zijn werk. Het is dan zaak het werk dat mij toevertrouwd  wordt, naar zijn inzicht en tevredenheid af te werken. Dat is lang niet altijd gemakkelijk. Wel altijd een uitdaging.” Bekende en minder bekende kustenaars uit Nederland en de rest van Europa vinden sinds jaar en dag hun weg naar Susteren. “Wat dat betreft had mijn schoonvader al een behoorlijke reputatie opgebouwd. Hij leerde mij het vak. Niet alleen het gieten ‘an sich’ maar ook hoe je het werk van een kunstenaar het beste kunt begrijpen.” Complete constructies Marco vervolgt: “Het is geen kwestie van even een beeldje gieten. Er komt heel wat techniek en inzicht bij kijken. Kunstwerken zijn er in vele vormen en groottes. Er zitten hele fijne werken tussen, maar ook hele grote. Soms zijn kunstwerken zo fragiel dat letterlijk de vingerafdrukken van de kunstenaar zichtbaar zijn. Er bestaan echter ook kunstwerken die zo groot zijn, dat inwendig een hele constructie van roestvaststaal nodig is om ze stormbestendig op een sokkel te laten staan.” Afwerking Marco werkt meestal met een wasmodel van de kunstenaar. “Zo’n model wordt vanzelfsprekend met de nodige zorg omringd. Het is de bedoeling dat je de details van het model in het uiteindelijke gietsel terugvindt. Uit het bronzen gietsel steken vaak staken en draden. Deze overtolligheden moeten er afgehaald worden. Daarmee moet je uiterst voorzichtig omspringen. Je mag in het uiteindelijke beeld geen slijpsporen terugvinden en er mogen absoluut geen details verloren gaan.”  Het geheim van de ‘smid’ “Samen met de kunstenaar zoek ik naar het meest geschikte patina voor het werk. De meeste mensen kennen het karakteristieke groen dat je vaak ziet bij bronzen beelden. Er zijn echter veel meer kleuren en nuances mogelijk. Dat is het uiteindelijke geheim van de ‘smid’. Dat gaat echt van vader op zoon. Van schoonvader op schoonzoon in dit geval,” grapt Marco. “Het specifieke procedé blijft strikt geheim. Ik ben er vaak dagenlang mee bezig. Ik wil er echt iets moois van maken, zodat het karakter van een werk goed tot uitdrukking komt. Als de kunstenaar trots is op het resultaat, ben ik dat ook.” www.bronsgieterijcser.com

Restaurant MEDS: tien jaar mediterraans genieten in Sittard

Na vijf jaar restaurant Walraven’s aan de Paardestraat en inmiddels alweer tien jaar Meds aan de Markt, is het hoog tijd voor een gesprek met chef-kok en eigenaar Jacco Walraven. In zijn eigen stekje, de kookstudio op de eerste etage van Meds met prachtig uitzicht over de Sittardse Markt, vertelt hij over zijn liefde voor puur koken. De Zeeuwse tongval is de in Vlissingen geboren en getogen ondernemer nog niet verloren. Al is deze door de tijd ietwat vermengd met Limburgse klanken.

Jorrit van Melick schuwt de uitdaging niet

De evenementenbureaus en partycateraars hebben betere jaren gekend, om het eufemistisch uit te drukken. Personeelsfeesten worden geschrapt, uitgesteld of in het beste geval uitgekleed. Jubilea worden sober gevierd en ook particulieren draaien de euro een paar keer om bij het plannen van een communiefeest of trouwpartij. Onder dat gesternte heeft Jorrit van Melick begin dit jaar de afdeling Party- en Eventcatering van Van Melick overgenomen van zijn vader en oom. Een moedige stap. Je moet maar durven. Net dertig jaar geworden, eerste kind in de wieg en dan de verantwoording nemen over een bedrijf met 78 mensen op de loonlijst. In een vechtmarkt waar de concurrentie elkaar met alle middelen te lijf gaat. Jorrit van Melick weegt zijn antwoord. Natuurlijk voelt hij de druk. Het leven is niet meer hetzelfde als vóór 1 januari toen hij nog ‘gewoon’ in dienst was van het bedrijf. “Inderdaad, het voelt toch anders. We zijn met een compleet managementteam en mijn vader Jos zit nog volle bak in het bedrijf als adviseur met zijn kostbare ervaring en netwerken. Maar ik ben nu eindverantwoordelijk voor de omzet, de salarissen van onze mensen en al die andere zaken die bij dit bedrijf een rol spelen.” Logisch Anderzijds maakt Jorrit van Melick een logische stap. Vanaf zijn jongste jeugd staat zijn keuze vast: hij wil in het familiebedrijf. Het bedrijf dat zijn opa in 1910 in Hoensbroek start met een slagerij en dat nu is uitgegroeid tot een van de grootste partyen eventcateraars in de regio. In nauwe samenwerking met het bedrijf van oom Jef van Melick, producent van luxe-maaltijden en bekend van de Bufkes-keten. “Ik ben opgegroeid tussen de feestjes en partijen,” vertelt Jorrit in het museumcafé van Kasteel Hoensbroek, één van de drie Zuid- Limburgse locaties waar Van Melick verantwoordelijk is voor het eet- en drinkgebeuren. “Als kleine jongen deed ik voorkomende klusjes. Opruimen, glazen spoelen, bedienen. In de slagerij hielp ik met inpakken. Het is voor mij nooit een discussiepunt geweest of ik in de zaak wilde.”  Hotelschool Na afronding van de studie Vrijetijdsmanagement aan de Hogeschool van Breda in 2004 is het zover. “Eerst heb ik vier jaar bij oom Jef meegewerkt in allerlei functies, daarna ben ik vier jaar in de leer gegaan bij mijn vader en oom Pierre. Vorig jaar waren we het eens dat ik toe was aan een volgende stap. Ik ben nu dus verantwoordelijk voor de tak Party- en Eventcatering.” Fronten Geen geringe uitdaging, weet de jonge ondernemer. De crisis houdt ook de feest- en evenementenmarkt in zijn kille greep. “Ik heb alle vertrouwen in de toekomst. En met mij de Rabobank, die mij heeft gefinancierd bij de overname. Dat zegt wel iets over de kracht van dit familiebedrijf. We zijn gezond. Actief op veel fronten en dat is onze redding. Van Melick Party- en Eventcatering verzorgt de complete horeca van Kasteel Hoensbroek, Stadsschouwburg Sittard-Geleen en we zijn vaste cateraar bij nog een aantal zalen en publiekstrekkers. Verder cateren én exploiteren we de Rodahal in Kerkrade, waar we ook evenementen organiseren. Dat is de basis van onze evenementenafdeling Panache.” Tweede pijler onder de onderneming is de partyservice. “We organiseren elk feestje en feest. Aan huis of bedrijf. Voor tien mensen tot 7.000 mensen. Met alles erop en eraan. Eten, drank, artiesten, muziek, garderobe, bediening, verzekering, beveiliging; echt álles. Precies zoals de opdrachtgever het wil.” Scherp Dat de markt overvoerd wordt met aanbieders deert Jorrit van Melick niet. “Het houdt ons wel scherp. We onderscheiden ons met kwaliteit. Wij nemen alleen een opdracht aan als we binnen het budget een bepaalde kwaliteit kunnen garanderen. Uiteraard offreren we scherp en is kostenbeheersing belangrijk. Maar er is een grens. Een feest moet af zijn, een tweede kans krijg je niet. Ik ben pas gelukkig als de klant een dag later belt dat het elke cent waard was.” Kwaliteit staat ook voor vakkundig personeel. “We leiden onze mensen op, werken naast onze vaste staf met ervaren oproepkrachten en een vast uitzendbureau. We kopen uitsluitend in bij goede regionale toeleveranciers. Wij profileren ons als een Zuid-Limburgs Bourgondisch bedrijf, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en natuurlijk de nodige keurmerken. Cateren is een vak waarin je voortdurend vernieuwt en verrast. Je moet telkens iets extra’s bieden. Een kwestie van bijblijven en goed om je heen kijken, ook over de grenzen.” Familie Voor de komende jaren mikt Jorrit van Melick op een geleidelijke groei. “Rustig aan, in de sfeer van ons familiebedrijf. Misschien wil ik wel iets sneller, maar dan remmen mijn vader en ooms me een beetje af. Soms leidt dat tot felle discussies en wordt met de vuist op tafel geslagen. Tja, moet kunnen in een familiebedrijf. Tot blijvende ruzie leidt het nooit.” www.vanmelick.nl

Dolmans Landscaping Group groeit in de crisis

The American Dream in Limburg. Een tikje overdreven? Oordeel zelf. Het is 1961 als Meerssenaar Hub Dolmans met schop en schoffel voor zichzelf begint om te bouwen aan wat later een van de grootste hoveniersbedrijven van Limburg wordt.

Groot in automotive niches

In een op zijn positiefst uitgedrukt stagnerende automarkt, zoekt ondernemer Fred Collé van de WellColl-groep, met zusterbedrijven WellColl en RentaRolla, niches waarin hij denkt door te kunnen groeien. Rode draad is dat de auto centraal staat. Met bijna honderd collega’s zijn WellColl en RentaRolla actief vanuit vier Limburgse vestigingen in Sittard- Geleen, Heerlen, Kerkrade en Maastricht. De toenemende schaalgrootte van de onderling elkaar versterkende bedrijfsonderdelen moet het rendement voor het familiebedrijf vergroten.

 

Beweging

De automarkt is meer dan ooit in beweging, zo blijkt uit het verhaal van Collé. Auto’s worden veiliger. De auto heeft letterlijk extra ogen gekregen. Denk bijvoorbeeld aan parkeersensoren die de afstand tot een obstakel meten. Automatisch inparkeren wordt ook door steeds meer merken aangeboden. En de nieuwste auto’s zien tegenliggers en grijpen in wanneer de chauffeur dat niet doet. Al die hightechontwikkelingen leiden tot minder schade. Tegelijkertijd worden verzekeraars – onder meer door toegenomen schaalgrootte – steeds machtiger.

Diversificatie

“Je moet dan als traditioneel schadebedrijf op zoek naar diversificatie,” zegt Collé. Als voorbeeld waar de onderneming mee bezig is, laat hij de nieuwe bedrijfsfolder zien. De vier segmenten zijn in een oogopslag te herkennen: autoschade- en ruitschade, caravan- en camperservice, autobelettering en bedrijfswageninrichting en autoverhuur. Elk segment met een eigen kleur en bijpassende afbeeldingen. De meest prominente plaats qua afbeelding is er voor de Volkswagen Transporter T1. De Transporter is een Nederlandse ‘uitvinding’ van importeur Ben Pon. Het Duitse Volkswagenconcern is er nog steeds mee in zijn nopjes. De T1 is tot mascotte en uithangbord van WellColl verheven. Juist vanwege zijn veelzijdigheid en de parallellen met de veelzijdige specialismen binnen de WellColl-groep. Ook geeft de wagen het auto-dna weer van ondernemer Collé, waarover zowel alle collega’s als ook zijn voorganger in de familie beschikken. Een mooi voorbeeld hiervan is het bedrijfsgebouw in Sittard, waar broer Dorrie Collé zich op creatieve wijze heeft laten inspireren door de vormgeving van de Citroën DS.

Keuze

De keuze voor de vier onderdelen is geen toevallige. Collé: “We zijn met het directieteam om tafel gaan zitten om de keuze te bepalen.” Alternatieven zoals banden, apk’s en andere zaken zijn afgevallen. Weliswaar automotive, maar deze aspecten staan net iets verder af van de huidige bedrijfsactiviteiten. Zo verklaart hij de keuze voor autoverhuur uit het ‘toch al beheren van heel veel leenauto’s voor onze schadeklanten’. Naast de productuitbreiding heeft Collé de organisatie verder geprofessionaliseerd.

Onder meer door het binnenhalen van Vital Verheggen (ex-zakelijk Rabobankadviseur, met onder andere ervaring in de automotive sector). Hij combineert de aansturing van verhuurbedrijf RentaRolla met de adjunct-directiefunctie bij WellColl. Hierdoor is er optimaal aandacht voor de synergievoordelen binnen de WellColl-groep. De strategische visie van Fred Collé, gebaseerd op zijn brede marktkennis, en de enthousiaste inzet van de specialistische en gemotiveerde collega’s, maakt WellColl-groep tot een toonaangevend bedrijf binnen de automotive branche. “Hierbij hoort voor ons ook een toonaangevende ‘Dichtbij-bank’ als de Rabobank.”

Verhuur

Waar WellColl kan terugkijken op een lange historie, bestaat RentaRolla pas een aantal jaren. “Dankzij de vier bestaande vestigingen en de lokaal betrokken medewerkers die kennis hebben van de branche, was het mogelijk een bliksemstart te maken. Er is fors geïnvesteerd in een kwalitatief hoogwaardig wagenpark, waardoor er een grote diversiteit aan auto’s, bussen en bedrijfswagens voor zowel de zakelijke als ook de particuliere klant is.

Dankzij grote zus WellColl, kan RentaRolla zich met name in de zakelijke markt onderscheiden als complete, lokale mobiliteits-partner die regionaal actief is. Veel gerenommeerde bedrijven, instellingen en verenigingen zien het bedrijf als een partner, die altijd mee zoekt naar de meest passende en voordeligste mobiliteitsinvulling. Daarnaast merken wij,” stelt het duo Collé en Verheggen, “dat de klanten het prettig vinden met onze nette, onopvallende auto’s te kunnen rijden, in tegenstelling tot de vol bestickerde voertuigen bij bepaalde collegabedrijven.”

Scholing

Het veel bredere productaanbod betekent dat de personeelsleden – ook de technische mensen – anders met klanten moeten omgaan. Ze moeten niet alleen de klant tevreden stellen met die ene dienst, bijvoorbeeld schadereparatie, maar ook op een nette manier duidelijk maken dat het bedrijf letterlijk meer in huis heeft. Een techneut wordt ook verkoper. Juist omdat het bedrijf op vier plaatsen actief is, denkt Collé dat zijn medewerkers lokaal klantencontacten op kunnen bouwen die verder gaan dan het goed uitvoeren van die ene opdracht. “We zitten fysiek heel dichtbij en combineren dit met een uitstekend toegankelijke en informatieve website. Een groot voordeel in een tijd waarin veel bedrijven kiezen voor een onpersoonlijke, online afhandeling.”

Fusie

De onderneming is een familiebedrijf. Collé haalt een oude foto tevoorschijn. ‘Moffelinrichting en carrosseriebedrijf’ staat er op de muur van het pand in Overhoven in Sittard waar de (halve) oorsprong ligt van het huidige WellColl. Will Collé repareerde er vanaf 1957 auto’s. Langzamerhand groeit het bedrijf uit tot tientallen werknemers en verhuist de onderneming naar nieuwe panden in Sittard en Maastricht. Vijftien kilometer verderop in Heerlen gebeurt iets soortgelijks met het bedrijf van de familie Van Well. Ook dat groeit gestaag. In 2008 gaan de bedrijven samen en komt het onder leiding van de huidige directeur Fred Collé.

Ondernemer Fred Collé: Van Afrika tot Sittard

Als zoon van de baas en later de broer van de baas, kreeg Fred Coll. (54) het autovak van jongs af aan mee. Een technische opleiding volgde. Toch deed hij vooral veel ervaring op buiten de autobranche. Hij werkte onder meer als elektrotechnisch ingenieur in Afrika (Burkina Faso) om waterpompen aan te leggen. Ook zat hij in de offshore en werkte hij met hightechinstallaties in fabrieken. Toen hij in 2008 de kans kreeg de leiding te nemen over het samenwerkingsbedrijf van zijn broer Dorrie (die op dat moment reeds een bedrijf met veertig medewerkers had opgebouwd) en dat van ondernemer Van Well was hij er met zijn schat aan kennis en ervaring klaar voor.

www.wellcoll.nl

www.rentarolla.nl

 

 

 

Willie Nijsten reisde naar Alaska om te heli-skiën

'Op die bergtop voel ik me een bevoorrecht mens' Vijf keer reisde Willie Nijsten de afgelopen tien jaar naar de ongerepte bergen en bossen van Alaska om er een week lang te heli-skiën. Het waren de mooiste vakantieweken van zijn leven. De kans is echter klein dat de Geleense aannemer nog een keer gaat. 'Te riskant. Als je ouder wordt, ga je toch anders over de dingen denken'. 

Tekst > Jos Cortenraad Beeld > Willie Nijsten | Henry Peters

 

Schermafbeelding_2013-01-22_om_10.53.50.png

Willie Nijsten kan zich die ene keer dat het bijna misging nog goed herinneren. 'Ik bleef haken achter een boomtak, sloeg over de kop en landde in de metersdiepe poedersneeuw. Bij elke beweging zakte ik een beetje dieper weg. Ondanks de kou kreeg ik het een beetje benauwd. Met de walkietalkie heb ik hulp ingeroepen. Die arriveerde toen ik tot mijn kin in de sneeuw zat. Tja, dat kan je overkomen in deze sport. Overigens had dit niet echt verkeerd kunnen aflopen. Veiligheid staat voorop bij het heli-skiën. De helikopter en de gids zijn altijd dichtbij. Het gevaar voor botbreuken en andere blessures is veel groter. Zeker als je lichaam wat ouder wordt. Je moet voor de volle honderd procent fit zijn, goed getraind en goed in conditie. Ik ben bijna vijftig, tijd voor een stapje terug'.   Ervaren Heli-skiën is niet voor watjes, zoveel is duidelijk. 'Klopt. Alleen geschikt voor zeer ervaren skiërs. Als je in Oostenrijk of Frankrijk de zwarte pistes beheerst, is dat niet voldoende. Je moet buiten de geprepareerde pistes gaan, in de stuifsneeuw. Dáár kun je het leren. Voor eigen risico natuurlijk, kijk naar wat prins Friso overkomen is. Heli-skiën is het meest fantastische wat je kunt meemaken, maar ik raad het een gemiddelde skiër niet aan. Ook omdat je met een groepje skiet. De anderen hebben geen zin om te wachten op iemand die steeds valt. Daar is dat weekje te kostbaar voor. Je wilt zo veel mogelijk afdalingen maken. Wie achterblijft, wordt teruggebracht naar de lodges. Mooie hutten, daar niet van, maar daarvoor ga je niet naar Alaska'. Voor de niet-wintersporter: heli-skiën wordt gedaan op vijf à zes plekken in de wereld. Een helikopter vliegt met de ‘waaghalzen’ naar een bergtop waar ze de ski’s onderbinden en beginnen aan spectaculaire afdalingen. Geslapen wordt in lodges met het nodige comfort. 'Alaska is de mooiste locatie', meent Willie Nijsten. 'Je skiet met in totaal maximaal dertig mensen in een gebied zo groot als de Alpen. Plekken waar nog geen mens is geweest. Zover je kijkt geen teken van menselijk leven.

Ook weinig dieren trouwens. In de winter slaapt de grizzlybeer, dus ook die kom je niet tegen. Het is er onwaarschijnlijk stil. IJskoud natuurlijk. Als ik op zo’n bergtop sta, dan voel ik me een be- voorrecht mens. Met geen pen te beschrijven'.  Uitdaging De natuur is overweldigend, de sportieve uitdaging voor de aannemer minstens zo groot. 'Zeker. Ik ski vanaf mijn negende. Eerst met mijn ouders, daarna met mijn eigen gezin. Ik zoek de randjes wel op. Tien jaar geleden kwam ik met een collega- aannemer uit Stein aan de praat. Ook hij had als diepste wens een keer te heli-skiën. Toen hebben we samen geboekt. Eigenlijk om het één keer te proberen. Daarna ben ik nog vier keer geweest. Het heeft iets verslavends'.  Prachtige films en foto’s toont Willie Nijsten van zijn avonturen in Alaska. Adembenemende vergezichten, besneeuwde bergtoppen van 2500 meter hoog, bizar met sneeuw geboetseerde boomtoppen. Een vakantie kun je het heli-skiën echter niet noemen. Alleen al de reis naar de lodges midden in de bergen is slopend. Eerst naar Vancouver, dan twee en een half uur een binnenlandse vlucht en vervolgens nog eens zes uur met de bus. Lachend: 'En dan de dag erna.

Eerst ochtendfitness en ontbijten, daarna safety instructions en vervolgens richting heli voor de eerste vlucht. We zijn van zons- opgang tot zonsondergang bezig. Als we goed weer hebben dan skiën we in één week maximaal van 85 bergtoppen naar beneden. Of we skiën wat lager tussen de bomen door. Dat is het moeilijkste en het meest uitdagende. Veel rust nemen we niet; alleen om even in de sneeuw te lunchen. ’s Avonds is het eten, saunaatje en bubbelbad, een drankje aan de bar en vroeg slapen. Tijd is kostbaar; je wilt elke minuut kunnen genieten van de sneeuw. Die is uniek en niet te vergelijken met de sneeuw in de wintersportgebieden. In Alaska ligt een laag poedersneeuw van minstens vijf meter. Vaak méér, er valt dertig meter sneeuw in de winter. Soms ski je tussen de boomtoppen door. Net alsof je zweeft. Nergens rotsen of obstakels, hooguit boomtakken dus. Elke berg of helling is anders. Het ergste wat je kunt meemaken is mist of zware sneeuwval. Dan moet de helikopter aan de grond blijven en rest ons niets anders dan een potje tafeltennis of kaarten. Eén jaar heb ik vier afdalingen gehad. Een dieptepunt'.  Streng Met de piloot valt niet te marchanderen. 'Nee, de protocollen zijn streng. Safety first.

Bij aankomst al teken je een pak papieren met allerlei regels en clausules. Begrijpelijk, dodelijke ongelukken zijn slecht voor de business. We zijn ook allemaal verplicht een lawinepieper en een airbag te dragen. Verder skiën we in groepjes van vijf in de buurt van elkaar. Eén van ons is de packman, de laatste man die direct in contact staat met de helikopter en de gids. Die is nooit verder weg dan vijf minuten vliegen. Een veilig gevoel, hoewel ik nooit bezig ben met de gedachte dat ik misschien een ongeluk krijg. Dan is de lol er snel vanaf. Heli-skiën vereist naast een topconditie ook moed en kalmte'. Vorig jaar besloot Willie Nijsten dat het na vijf keer wel genoeg geweest was. Nu begint het toch weer te kriebelen. 'Mijn vrouw is daar niet blij mee', zegt hij met een schalkse glimlach. 'Het liefst ga ik nog één keer en dan met mijn zoon. Misschien volgend jaar, wie weet. Dit jaar gaan we gewoon weer naar Oostenrijk met het hele gezin. Ook heerlijk, dan genieten we. Maar ja, dat heli-skiën is en blijft wel heel bijzonder'. www.lastfrontierheli.nl Bouwbedrijf Nijsten Willie Nijsten nam in 1990 het door zijn vader in 1958 opgerichte bouwbedrijf over. Bouwbedrijf Nijsten is gespecialiseerd in nieuwbouw, restauratie, renovatie en kleine bedrijfshallen. Er werken nu 17 mens Klik hier voor de website van het bouwbedrijf.

Van Beek maakt stappen vooruit met epdm-rubber

Afgelopen voorjaar verhuisde Van Beek EPDM naar een gloednieuw bedrijfspand op Bedrijventerrein Holtum Noord. Precies veertig jaar nadat de ouders van Bart van Beek vanuit Geleen startten met de verkoop van synthetisch rubber, EPDM in vaktaal. “We hadden meer productieruimte nodig,” zegt Bart, die het bedrijf samen met zijn vrouw Véronique leidt. “Hier kunnen we verder groeien en nieuwe toepassingen ontwikkelen.” Tekst > Jos Cortenraad Beeld > Henry Peters DSM ontwikkelde al in de jaren zestig de grondstof EPDM, ofte- wel rubber. Vandaag de dag is EPDM een begrip in de afdichtingswereld. “EPDM is uitermate geschikt als dakbedekking. Mijn vader zag daar ruim veertig jaar geleden brood in, vertrok bij DSM en probeerde EPDM te verkopen aan dakdekkers en bouwbedrijven. Geen eenvoudige opgave. Maar de voordelen zijn zo groot. EPDM is waterdicht, elastisch en slijt nauwelijks. Ik neem klanten wel eens mee naar het oudste EPDM-dak van Nederland in Born waar het materiaal al bijna 50 jaar op zit. Ongeschonden. Volgens deskundigen kan EPDM gemakkelijk 75 jaar mee. Hierdoor wordt het steeds meer toegepast.” Goede cijfers In 1998 ging het bedrijf over op de jongere generatie. Dank- zij de geweldige inzet van iedere medewerker is het bedrijf gegroeid tot een gezonde onderneming met toekomst. “En een onderneming die elk jaar groeit,” vult Bart van Beek aan. “Ook in de voorbije crisisjaren, die vooral de bouwsector hard getroffen hebben. Gelukkig hebben we regelmatig nieuwe producten aan ons assortiment toegevoegd en worden onze producten buiten de landsgrenzen geleverd. Daardoor is het bedrijf stabiel. We schrijven goede cijfers. Dat blijkt wel uit het feit dat de Rabobank graag ons nieuwe bedrijfspand hier op Holtum Noord wilde meefinancieren.” Van Beek EPDM staat op een stevig fundament met diverse pijlers. Het bedrijf importeert en distribueert grote rollen EPDM-rubber van de Amerikaanse fabrikant Firestone. “Dat is pure handel,” erkent Bart van Beek, “en meteen een van de voornaamste redenen om naar Born te verhuizen. De rollen komen via Rotterdam of Antwerpen aan in de Barge Terminal, nog geen kilometer verderop. Wij slaan ze op en transporteren ze later naar onze klanten. De vraag naar EPDM-rubber groeit en in ons nieuwe bedrijfspand kan aan die vraag worden voldaan.” Maatwerk Aansprekend is het maatwerk dat Van Beek levert aan zijn klanten. “We kopen EPDM in bij verschillende Europese fabrieken en leveren hoveniers en dakdekkers precies wat ze willen hebben. Ze kunnen aan ons de maten van de vijvers en daken doorgeven, wij verbinden met een speciale tape de verschillende delen aan elkaar tot een membraan. Of het nu gaat om twintig vierkante meter of tweeduizend, of duizend plakjes voor dakkapellen; allemaal geen probleem.” De bestellingen worden ter plekke bezorgd, maar Van Beek doet liever iets meer. “Klanten kunnen bij ons een opleiding volgen en leren hoe ze het EPDM moeten verwerken. Onze mensen zijn ook voor begeleiding aanwezig bij bouwprojecten. “We hadden meer productieruimte nodig” Op die manier hebben veel verwerkers kennis gemaakt met de voordelen van EPDM-rubber. Daardoor blijven we klanten winnen en groeien we. EPDM is zeer duurzaam en gemakkelijk te verwerken. Dat is wat onze opdrachtgevers verlangen.” 3D Sinds enkele jaren is er een nieuwe pijler onder het bedrijf. “Lever ons via e-mail een tekening aan en wij zorgen voor de uitvoering in EPDM-rubber. De maten worden op het rubber getekend en onze mensen vulkaniseren alles op maat. Ideaal als vijverafdichting of bij ingewikkelde dakconstructies. Voor dit 3D-maatwerk krijgen we bestellingen uit heel Europa. Trouwens ook weer een motief om naar dit pand te verhuizen. Zo’n dak- of vijverafdichting zetten we hier helemaal in elkaar. Daar heb je wel wat productieruimte voor nodig.”

Restaurant de Conincx
Informeel genieten in het huis van de oude Maasschipper Het is nu ruim 25 jaar geleden. In 1986 reisde Hagenaar Ruud Benne zijn oorspronkelijk uit Dordrecht afkomstige echtgenote Margareth van der Voorden achterna naar het zuiden van het land. In eerste instantie had Margareth hier een nieuwe baan gevonden. Later vond ook Ruud nieuw emplooi. Zodat hij zich bij zijn vrouw kon voegen. Tekst > Marcel Limbourg Beeld > Henry Peters Margareth: “We deden beiden totaal iets anders. We zaten in het onderwijs. Ikzelf in de volwasseneneducatie en Ruud in de sociaalagogische richting. Mijn hobby was altijd al koken. En dan het liefst voor zoveel mogelijk mensen. Ik koesterde de wens ooit in mijn leven ergens een eethuisje te beginnen. Al was het maar in de garage of zo. In 1992 waren we op een lange fietsvakantie in Ierland. Daar bezochten we heel wat leuke pubs waar je ook heerlijk kon eten. En bij terugkomst wist ik het zeker. Dit wil ik ook!” Liefde op het eerste gezicht “Ik had jarenlang niet meer naar huizen gekeken, want we woonden prima,” vervolgt Margareth. “Tot ik op een bepaald moment de krant opensloeg en dit pand zag in Elsloo. Wij woon- den in Maastricht en waren niet echt noordelijk georiënteerd. Maar mijn oog viel onmiddellijk op het pand en we besloten toch te gaan kijken. Toen we hier de straat inreden, zei ik tegen Ruud: ‘Dit moet het gaan worden!’ We hadden de toeristische route door Bunde en Geulle genomen. Toen we hier de berg opreden, was het liefde op het eerste gezicht. Dat is nu bijna 20 jaar geleden.” “Je moest er wel even doorheen kijken,” merkt Ruud op. “Het was best wel een puinhoop in het begin. Alleen de voorkamer was café geweest, maar dat was al meer dan een jaar gesloten. De rest was niet echt in goede staat. Het schijnt wel een leuk cafeetje te zijn geweest. Er kwamen hier heel wat kritische gees- ten uit de omgeving om van een bijzonder biertje te genieten.” Maaslandse renaissance De restauratie van het monumentale pand aan de Dorpstraat heeft jarenlang geduurd. “Het was een tijdrovende, maar geweldige klus. We hebben echt alles in het werk gesteld het pand in zijn oude glorie te herstellen. Om weer samenhang te creëren. In de loop der tijd was achter de schitterende Maaslandse re- naissancegevel een hokkerig geheel ontstaan. Het pand is ooit eigendom geweest van de rijke Maasschipper Jan Conincx.” De ogen van Ruud beginnen te stralen als hij het over de geschiedenis van het pand heeft. “Hij leefde in het begin van de 17e eeuw in dit huis en hij onderhield een scheepvaartverbinding tussen Luik en Dordrecht.” Ruud glimlacht. “Toeval? Mijn vrouw komt daar oorspronkelijk ook vandaan.” Hij vervolgt zijn ver- haal: “Conincx maakte fortuin met het importeren van Naamse hardsteen, kruiden en specerijen. Hij verhandelde die in Elsloo vanuit de toenmalige schippersbeurs, nu het Streekmuseum, en verkocht zijn waar in Dordrecht. Uit de archieven blijkt dat de oudste delen van dit pand dateren van ongeveer 1450. Het is officieel een monument geworden vanwege de ontdekking van de open haard uit 1655. We voelen ons als rentmeesters, die op een fraai stukje erfgoed mogen passen.” Schitterende terrassen Anno nu lijkt het pand misschien nog het meest op een historische herberg. Een uitspanning die men misschien eerder in de Belgische Voerstreek zou verwachten dan in de Westelijke Mijnstreek. Het is er goed toeven en de gezelligheid straalt je tegemoet. Het restaurant is zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde voorzien van een schitterend terras. Aan de achter- zijde biedt het terras uitzicht op de lager gelegen, kabbelende Slakbeek, die gevoed wordt door een groot aantal hellingbronnen, waarvan eentje beneden in de tuin. De beek mondt ietsje verderop, via de vijver bij kasteel Elsloo, uit in de Maas. Krijtbordpresentatie Het restaurant heeft een geheel eigen formule. Die formule is in de loop der jaren geperfectioneerd. De eigenaresse licht toe: “In eerste instantie zijn we met een eigen versie van het Ierse concept begonnen. Dat hebben we een paar jaar geprobeerd. Maar dat liep eigenlijk niet zo goed als we verwacht hadden. Mensen vonden het vreemd in dezelfde ruimte te eten en te drinken. Later hebben we de formule aangepast tot hetgeen het nu is.” Ruud: “Het is geen eetcafé, maar meer een restaurant op informele basis. Dat blijkt onder meer uit de ‘krijtbordpre- sentatie’ van het wisselende menu en het ontbreken van tafel- lakens en een wijnkaart. En onze huiswijnen zijn heerlijk. Dat maakt het geheel huiskamerachtig. Het haardvuur in de historisch schouw brandt zodra de buitentemperatuur dat toelaat. Dat kenmerkt de sfeer.” Kleinschalig “Dit is echt een ‘pappa- en mammabedrijfje’. Margareth staat zelf in de keuken en ze doet dat nog steeds met evenveel passie en liefde als in het begin. Ons krijtbordmenu maakt ons flexibel en we kunnen hierdoor maximaal inspelen op de seizoenen en op dagverse producten. Dat proef je in de gerechten. We zijn niet elke dag geopend. Dat is maar goed ook. Dat geeft ons de mogelijkheid bij te komen van onze inspanningen. Om te recupereren. Het horecavak is, zoals bekend, arbeidsintensief. Zeker als je het op onze manier aanpakt. Kleinschalig. Dingen zoveel mogelijk zelf blijven doen. En als we er dan staan, staan we er met plezier. We denken er voorlopig dan ook niet aan te stoppen. Van donderdagavond tot en met zondagavond zijn we geopend. Een heerlijke lunch, diner, High Tea, meditteraans buffet of een ander groepsarrangement is op reservering, buiten de openingstijden, wel mogelijk.” www.conincx.nl

Michel van Schaik over marktwerking in de gezondheidszorg
Marktwerking in de zorg De overheid wil het graag, maar wie wordt er beter van? Vier deskundigen aan het woord. De estafettestok gaat van Michel van Schaik over naar Wim van der Meeren, naar Ruud Gransier en tot slot naar .... Michel van Schaik is directeur gezondheidszorg van de Rabobank. De overheid wil marktwerking in de zorg. Zorgverzekeraars moeten zich opwerpen als aanjagers van meer kwaliteit in de zorg: minder volume (verrichtingen), meer specialisatie. Nodig ook om de stijging van de zorgkosten in de hand te houden, vindt de overheid. Is deze rol zorgverzekeraars op het lijf geschreven en hoe doen ze dat tot nu toe? “De zorgverzekeraars nemen hun nieuwe taak van selectieve zorginkoper heel serieus. Dat moet ook wel, omdat hun bestaansrecht er vanaf hangt. Als zorgverzekeraars geen waarde toevoegen aan het stelsel, komt de vraag naar voren waarom we eigenlijk zorg- verzekeraars nodig hebben. Het selectief contracteren van zorg is wel een heel nieuwe en complexe discipline die men zich moet eigen maken. Dat kost tijd. Ik ben er groot voorstander van zorgverzekeraars die tijd te gunnen. Per slot van rekening zijn ze nog maar kort geleden in die rol gezet. Ten onrechte worden zorgverzekeraars vaak neergezet als partijen die alleen maar geïnteresseerd zijn in geld en kostenbeheersing. Ik deel die mening niet. Zorgverzekeraars zijn onderlinge waarborg maatschappijen en hebben het leveren van klantwaarde als belangrijkste doelstelling. In die zin lijken zij op de Rabobank. Zorgverzekeraars hebben er derhalve belang bij de beste zorg in te kopen voor hun verzekerden. Vaak is goede zorg ook goedkopere zorg. Dat betekent ook dat ze andere zorg niet of minder inkopen. Daar moeten veel partijen nog aan wennen.” Is het voorstelbaar dat artsen – gezien de nieuwe rol van de verzekeraar, met accent op kwaliteitsnormen – autonoom afwegingen blijven of kunnen maken? “Ik denk dat de actuele ontwikkelingen enorme mooie kansen bieden voor artsen en andere zorgprofessionals om het initiatief meer naar zich toe te trekken. Zij zullen daartoe wel echt inhoud moeten geven aan het formuleren van toetsbare kwaliteitscriteria waar zij zich ook op willen laten afrekenen. Die discussie is binnen de medische beroepsgroepen veel te lang blijven liggen. Nu zien wij steeds meer zorgaanbieders – vooral ook de nieuwe toetreders in de markt - die zich juist willen profileren met uitstekende kwaliteit. Dat zijn dan voor de zorgverzekeraars aanbieders waar men graag mee in zee zal gaan. De beste zorg tegen een scherpe prijs. Zorgprofessionals die zich niet transparant willen opstellen, zullen het daardoor steeds moeilijker krijgen. Ik roep medische professionals dan ook op zich meer als ondernemer te gedragen. Overigens is dat ook de lijn die onlangs door de Orde van Medisch Specialisten naar buiten is gebracht in een rapport over de toekomst van de medisch specialist.” Patiënten raken beter geïnformeerd over welke ziekenhuizen bepaalde behandelingen/operaties goed uitvoeren. Is toe­ nemende specialisatie van ziekenhuizen de weg om overeind te blijven in de ‘concurrentieslag’ om de zorgconsument? “Absoluut! Als gevolg van de centrale aanbodregulering zijn alle zorgaanbieders als het ware in een budgetkeurslijf gedwongen. Het was gunstig een zorgaanbieder te zijn met een brede portfolio en een gemiddelde prestatie. Dan zat je altijd goed. Het nieuwe bekostigingsstelsel daagt instellingen uit zich te focussen en te excelleren in bepaalde vormen van zorgverlening. Zowel als het gaat om kwaliteit, maar ook om toegankelijkheid en betaalbaarheid. Daar is voor ondernemende zorgaanbieders nog heel veel te halen. Bovendien is dat een wenkender perspectief dan te moeten denken in het verdelen van schaarste en krappe budgetten. Ik verwacht hier veel van.”

CZ-baas over marktwerking in de zorg

Marktwerking in de zorg De overheid wil het graag, maar wie wordt er beter van? Vier deskundigen aan het woord. De estafettestok gaat van Michel van Schaik over naar (deze week) Wim van der Meeren, naar Ruud Gransier en tot slot naar .... De overheid wil marktwerking in de zorg. Zorgverzekeraars moeten zich opwerpen als aanjagers van meer kwaliteit in de zorg: minder volume (verrichtingen), meer specialisatie. Nodig ook om de stijging van de zorgkosten in de hand te houden, vindt de overheid. Is deze rol zorgverzekeraars op het lijf geschreven en hoe doen ze dat tot nu toe? “Zorgverzekeraars kopen zorg in met de portemonnee van hun verzekerden. CZ wil de beste zorg contracteren, tegen een redelijke prijs. Toen CZ in 2010 een kwaliteitslijst voor borstkankerzorg bekend maakte, heeft dat veel losgemaakt in de markt. Vooral omdat CZ bij een aantal ziekenhuizen die niet voldeden aan de kwaliteitseisen, die zorg niet meer inkocht. CZ kan als inkoper van de zorg druk op de ketel zetten. En ervoor zorgen dat ziekenhuizen transparant worden over de kwaliteit die ze bieden, om daar vervolgens in de inkoop consequenties aan te verbin- den. Maar, het is niet louter de rol van een zorgverzekeraar. We zoeken hierin nadrukkelijk de samenwerking met beroepsorganisaties, specialisten en patiëntenverenigingen. Het is goed te zien dat het fenomeen ‘selectieve inkoop’ meer en meer wordt geaccepteerd, zowel door de patiënt als de specialist.” Is het voorstelbaar dat artsen – gezien de nieuwe rol van de verzekeraar, met accent op kwaliteitsnormen – autonoom afwegingen blijven of kunnen maken? “ Medische afwegingen zijn aan een arts. Wat van belang is, is dat artsen transparant zijn in hun werkwijze en de kwaliteit die ze leveren. CZ wil nooit op de stoel van de dokter zitten en zich ook niet met de arts-patiëntrelatie bemoeien. Zorgverzekeraars kunnen besluiten voor hun verzekerden de lat hoger te leggen en bij bepaalde zieken- huizen bepaalde ingrepen niet meer in te kopen. CZ hoopt dat ziekenhuizen aan de slag gaan met creatieve destructie, niet meer alles aanbieden, sommige ingrepen niet doen, maar meer specialiseren in waar ze goed in zijn.” Patiënten raken beter geïnformeerd over welke ziekenhuizen bepaalde behandelingen/operaties goed uitvoeren. Is toe­ emende specialisatie van ziekenhuizen de weg om overeind te blijven in de ‘concurrentieslag’ om de zorgconsument? “Inderdaad, patiënten raken beter geïnformeerd en oriënteren zich meer dan vroeger. Ziekenhuizen moeten doen waar ze goed in zijn en behandelingen waar hun ‘buurman’ beter in is, afstoten. Soms gewoon ergens mee ophouden. Bij onze kwaliteitslijst voor blaasverwijdering kwam boven tafel dat er ziekenhuizen waren die bijvoorbeeld één blaasverwijdering per jaar deden, dan is het goed als zo’n ziekenhuis daar echt snel mee stopt, want dat komt de kwaliteit van de zorg immers absoluut niet ten goede.” Tekst > Peter Eberson Beeld > Henry Peters

Ruud Gransier, arts, orthopeed in opleiding en personal performance coach
De overheid wil marktwerking in de zorg. Zorgverzekeraars moeten zich opwerpen als aanjagers van meer kwaliteit in de zorg: minder volume (verrichtingen), meer specialisatie. Nodig ook om de stijging van de zorgkosten in de hand te houden, vindt de overheid. Is deze rol de zorgverzekeraars op het lijf geschreven en hoe doen ze dat tot nu toe? “Ik geloof dat het idee van marktwerking in de zorg in eerste aanleg wel goed is. Het principe zou moeten zijn dat je meer kwaliteit krijgt tegen lagere kosten door concurrentie. We zien echter dat de marktwerking in de zorg niet heeft opgeleverd wat men ervan verwachtte. Er is geen sprake van kostenreductie of van meer efficiency in de zorg. Marktwerking kan alleen werken als partijen het samen doen. Specialisten samen met zorgverzekeraars en raden van bestuur van ziekenhuizen. Er wordt nog te veel geredeneerd vanuit de kosten en te weinig vanuit de patiënt. Je ziet een trend dat er in de toekomst ruimte komt voor superspecialismen in klinieken. De specialisten die daar gaan werken, weten wat een behandeling kost en hoe kosten bespaard kunnen worden. Dat kun je prima aan hen overlaten.” Is het voorstelbaar dat artsen – gezien de nieuwe rol van de verzekeraar, met accent op kwaliteitsnormen – autonoom afwegingen blijven of kunnen maken? “Het gevaar bestaat dat specialisten wegvallen in het beslissingsproces. Ik denk dat daar een rol moet blijven voor specialisten. Zorgverzekeraars, specialisten en ziekenhuisbesturen moeten samen afspraken maken, waarbij de artsen meebeslissen. Het mag niet zo zijn dat de specialisten uiteindelijk alleen maar uitvoerend bezig zijn. Dan raak je op een hellend vlak.” Patiënten raken beter geïnformeerd over welke ziekenhuizen bepaalde behandelingen/operaties goed uitvoeren. Is toe­ nemende specialisatie van ziekenhuizen de weg om overeind te blijven in de ‘concurrentieslag’ om de zorgconsument? ”Ja en nee. Ja, het is zinvol om te specialiseren. Het is een beetje het principe van schoenmaker blijf bij je leest. Als je specialiseert, gaat de kwaliteit omhoog en kun je kosten reduceren, doordat je het hele proces beter en efficiënter inricht. Maar hier geldt een grote maar. Je moet zorgen dat de specialisten beslissingsbevoegdheid hebben, anders schiet je je doel voor- bij. Het is belangrijk het patiënten perspectief te bewaken. De gezondheidszorg is nu vooral curatief ingesteld. We wachten tot een patiënt ziek wordt en proberen hem dan weer beter te maken. Het zou goed zijn meer aan preventie te doen, voor- komen dat iemand ziek wordt. Zorgverzekeraars zouden dat belang moeten erkennen, maar dat gebeurt te weinig. Het is in feite andersom denken. Neem roken als voorbeeld. We we- ten dat bijna alle longziekten door roken worden veroorzaakt, dus is het zaak te voorkomen dat jongeren gaan roken. Of te zorgen dat mensen stoppen met roken. Preventie dus. Helaas vergoeden zorgverzekeraars dat niet. Het is korte termijn denken. Op lange termijn kost dit de gezondheidszorg meer geld.”

Van beeldbuis
 naar zonnekrachtcentrale (met videoreportage)

Van links naar rechts: Rudi Grootjans, Wilbert Hartmann en Ruud Hoebink Voortgekomen uit de voormalige Philips Componentsfabriek in Sittard, timmert KeyTec nu wereldwijd aan de weg. Met drie vestigingen in Sittard, Tsjechië en China maakt het bedrijf precisiecomponenten voor wereldspelers als Nokia, Siemens, Philips en Continental. In heel veel producten zitten onderdelen van KeyTec. In zonnekrachtcentrales, in dashboards, tandartsapparatuur en in koplampen. Zelfs de Senseo is ooit vanuit Sittard aan zijn opmars begonnen. Tekst > Peter Eberson Beeld > Henry Peters Het is een onopvallende fabriek aan de Rijksweg Noord in Sittard. In de regio is de fabriek vooral bekend als de voormalige Philipsvestiging. In hoogtijdagen werkten er bijna tweeduizend mensen aan de productie van beeldbuisonderdelen voor televisieschermen. De beeldbuis verdween, Philips verdween uit Sittard. KeyTec kwam en bleef. Het bedrijf fabriceert precisiecomponenten van metaal, plastic of een combinatie daarvan door middel van dieptrekken, spuitgieten en laserlassen. Meer dan duizend verschillende componenten komen uit de fabriek in Sittard waar zeventig mensen werken. Rudi Grootjans is de General Manager in Sittard. Ruud Hoebink CFO van KeyTec International en Wilbert Hartmann CEO van KeyTec International. Op Ruud na hebben ze een Philipsverleden. Tot begin deze eeuw werd in Sittard gewerkt aan beeldbuizen, maar toen dit op zijn einde liep, moest uitgekeken worden naar andere toepassingen van deze technologie om de werkgelegenheid te behouden. Zo ontstond in 1999 KeyTec, geheel los van Philips, maar wel in dezelfde fabriek. Naast KeyTec werden nog vier spin-offs van Philips opgericht om de verloren werk- gelegenheid van Philips te continueren. Maar alleen KeyTec heeft het volgehouden. “Hoe dat komt?” zegt Ruud Hoebink. “Ik denk dat we een voor- uitziende blik hebben gehad. We zagen het einde van de traditionele beeldbuizen en hebben naar andere markten gekeken. Die hebben we gevonden. Eerst in de consumentenelektronica, toen in de automotive industrie en nu ook in de medische wereld.” Toch zal de naam KeyTec bij velen niet meteen een bel- letje doen rinkelen, omdat er geen producten onder de naam KeyTec op de markt komen. KeyTec werkt in opdracht van de eindproductfabrikanten. Nog steeds voor Philips bijvoorbeeld. Rudi Grootjans: “We hebben tientallen jaren ervaring met het maken van kleine componenten van metaal, stansen, piep- kleine gaatjes maken in metaal. Zo kwam Philips bij ons voor de componenten van de Senseo. De productie van de Senseo-padhouders gebeurt niet meer in Sittard. We waren alleen in het begin erbij betrokken.” KeyTec werkt uitsluitend business-to-business voor tal van gro- te, internationale bedrijven legt Wilbert Hartmann uit. “Zoals Toyota, Nokia, Philips en Osram. We maken componenten voor de auto-industrie. Het omhulsel van een navigatiesysteem bijvoorbeeld. Maar ook onderdelen voor koplampen, airbags of smartphones.” KeyTec wil echter niet alleen een partner zijn voor multinationals. “Vanuit Sittard willen we de Europese markt bedienen, maar ook zeker de regio,” vertelt Rudi Grootjans. “Omdat we al vele tientallen jaren ervaring hebben met het ontwikkelen op maakbaarheid, in grootserie-, maar ook in kleinserieproductie, zijn we ook in staat voor bedrijven in de directe omgeving te werken. Door ons wereldwijde net- werk kunnen we binnen zes tot acht weken een concurrerende productiestraat voor een nieuw product opzetten. We zijn, denk ik, in de regio nog te onbekend en daardoor weten bedrijven vaak niet wat wij voor ze kunnen betekenen. Het unieke van ons bedrijf is, dat het in staat is in Sittard pro- ducten te ontwikkelen en in kleine aantallen te produceren voor fabrikanten. Dat is van belang als een product nog in de ontwikkelingsfase zit. Is het product gereed voor massaproductie, dan kan die in eigen hand worden gehouden door te produceren in Sittard. Of indien nodig in de fabrieken van KeyTec in China of Tsjechië. Bij ons is sprake van een one-stop-shop. Dat houdt de lijnen kort.” KeyTec is voortdurend op zoek naar nieuwe markten. Ruud Hoebink: “Het kan soms raar lopen. We maken nu bijvoorbeeld componenten voor zonne-energie- centrales die gebruik maken van CSP (Concentrated Solar Power). De techniek van glas-metaalverbindingen die daarvoor gebruikt wordt, komt nog uit de beeldbuizentijd. We beheer- sen die techniek als geen ander en nu wordt die toegepast in de zonne-energie.” KeyTec levert ook aan de medische in- dustrie. Onderdelen voor apparatuur van de tandarts bijvoorbeeld. Wilbert Hartmann: “We maken nu zelfs een apparaat voor wortelkanaalbehandelingen. We waren in eerste instantie gevraagd een klein deel van het product te maken, maar maken inmiddels het complete product.” Om verdere groei mogelijk te maken, zocht KeyTec ook naar een regionale financiële partner. Dat werd Rabobank Westelijke Mijnstreek. Ruud Hoebink: ‘”We kenden elkaar al een tijdje en net als wij zet deze bank in op innovatie. Er is sprake van een vertrouwensbasis. Wij hebben ideeën en moeten investe- ren in nieuwe machines. De Rabobank staat daar open voor.” Volgens Rudi Grootjans is het belangrijk dat de maakindustrie in Limburg blijft. “Uiteindelijk kun je zonder kennis van produceren ook niet meer ontwikkelen. We hebben hier enorm veel kennis en goed personeel. Het is niet meer per definitie zo dat de productie naar China gaat. We zien op dit moment al een lichte kentering. Dat er weer meer hier wordt geproduceerd. We maken in Sittard bijvoorbeeld producten voor Mexico.” KeyTec laat een stabiele omzet zien, maar is duidelijk op zoek naar uitbreiding. Rudi Grootjans: “De regio biedt mooie kansen. Misschien ook om bedrijven over te nemen. We hebben de mensen, de kennis en ervaring om in de regio te innoveren en investeren.” www.keytec.nl

Chemelot een hightech viertrapsraket die ooit startte als minst populaire mijnbouwgebied
Bedrijventerrein Chemelot heeft diverse metamorfoses onder- gaan. Ooit mijnbouwplaats, toen de basis van de chemische bulkindustrie van de Staatsmijnen, daarna broedplaats van nieuwe kunststoffen (Stanyl®, Dyneema®) en tegenwoordig een melting pot. Van uitvinders tot noest productiepersoneel, van start-ups met nauwelijks personeel tot giganten als DSM, Sabic en LANXESS. Atzo Nicolaï, directeur DSM Nederland en als zodanig mede verant- woordelijk voor Chemelot Campus BV, verwacht dat Chemelot Cam- pus nóg een aantal metamorfoses doormaakt. Zijn toekomstvisie lijkt op een viertrapsraket die dé katalysator van nog meer bedrijvigheid in de regio Westelijke Mijnstreek gaat worden. Daarmee gaat de Che- melot Campus haar oprichter DSM – en nog steeds huidig eigenaar van het bijna 600 ha groot bedrijventerrein – achterna. De Chemelot Campus BV (een samenwerkingsverband tussen de Provincie Limburg, Universiteit Maastricht en DSM; elk voor 33,3 procent) richt zich op vijf primaire sectoren: performance materials, biomedical materials, biotechnologie/biosynthese, biobased chemicals en materialen en R&D enabling technologies. Waarbij het accent ligt op stimulering van businessontwikkeling, hoogwaardig toegepast onderzoek, productontwikkeling en productie. Ook de vestiging van kennisinstellingen en onderwijsinstituten, met name de Universiteit Maastricht, RWTH Aken, Technische Universiteit Eindhoven, Zuyd Hogeschool, Arcus College en Leeuwenborgh, is belangrijk voor de ontwikkeling en valorisatie van kennis. Dit zal resulteren in nieuwe ondernemingen, nieuwe banen – zowel directe als indirecte werkgelegenheid – en afgestudeerden. “De Chemelot Campus BV en de Chemelot Industrial Site heb- ben zo’n beetje alle vergunningen in huis, waardoor bedrijven er direct kunnen starten. Grof gezegd kun je er alles starten, behalve een kerncentrale. En sinds de gedachte van ‘open campus’ zich geopenbaard heeft, is een bonte stoet bedrijven zowel op de campus als op het industrieterrein neergestreken. Daaronder veelbelovende bedrijven, zoals Avantium (waar Coca Cola mee samenwerkt) tot bewezen giganten als LANXESS. De inmiddels tientallen bedrijven kunnen elkaar versterken,” zo vertelt Nicolaï. De voormalige minister (VVD) ziet daarom dus ook veel poten- tie in de verdere verknoping van bedrijven op Chemelot en de vele duizenden daarbuiten in de regio Westelijke Mijnstreek. “En,” zo voegt Nicolaï toe, “dan is er nog de positieve invloed van de studenten van Zuyd Hogeschool tot Universiteit Maastricht/ RWTH die op de Chemelot Campus de theorie leren en op een steenworp afstand verder de praktijk kunnen bestuderen.” “Voor menig buitenstaander is de rode draad lastig te vinden. Niet zo gek. Vanaf snelweg A2 zie je vooral veel buizen en ge- bouwen, groot en klein. Heel wat moeilijker te vatten dan vroeger de mijn Maurits. Je had een schacht, een kolenberg en veel mannen die op de fiets naar en van de mijn kwamen.” Nicolaï heeft zich meer dan een jaar verdiept in de kluwen metaal van anno 2012. Zegt dat ‘alles in elkaar haakt’ en dat er gelukkig veel ‘kruisverbanden’ zijn. En dit alles past in het kabinetsbeleid Zuidoost-Nederland te ontwikkelen tot Brainport 2020. Dat de overheid daar vanuit samenwerkingsverbanden en economische programma’s zoals Brainport 2020 veel geld in steekt is goed, maar bedrijven moeten zelf ook actief zijn. Mede daarom worden vanuit de Chemelot Campus bijeenkomsten georganiseerd om bedrijven met elkaar kennis te laten maken. “En daar- voor moeten we nog actiever naar buiten treden.” Oorlog Het huidige Chemelot mag een bonte lappendeken van vooral industriële- en technologische bedrijven zijn, ooit gingen duizenden koempels er ondergronds. Om steenkool te delven. Dat gebeurde nadat de Nederlandse overheid tot haar spijt begin twintigste eeuw constateerde dat het vooral buitenlandse bedrijven waren die de beste steenkoolwinningsgebieden hadden ingenomen. Wat als er oorlog zou komen? Uit angst dat op zo’n moment de Limburgse steenkool naar het buitenland ging, besloot politiek Den Haag dat de overheid zelf ook een mijnbouw- bedrijf moest gaan oprichten. De Staatsmijnen (in het Engels Dutch State Mines, DSM) waren geboren. Eerst in Kerkrade met de Wilhelmina en vanaf 1926 de Maurits in het gebied waar tegenwoordig Chemelot ligt. Verandering Het mijnbouwbedrijf veranderde mee met de wijzigingen in de maatschappij. Toen de landbouw (meer) behoefte kreeg aan kunstmest, bleek dat DSM uit de sterk gashoudende steenkool ook allerlei kunstmestproducten (waaronder ammoniak/stikstof- houdende meststoffen) kon maken.

Gratis uw bedrijfsgevens vermelden? Klik hier.