advertentie
 
 

commentaar van

01-11-2010

Italiaanse sferen in Limburg

Als parttime wijnimporteur heb ik het genoegen eens per jaar een wijnreis te maken naar Italië. Vorig jaar oktober was de eerste keer dat ik louter en alleen om wijnboeren te bezoeken de provincies Veneto en Toscane bezocht. Wat me opviel was de onvoorstelbare passie waarmee gewone Italianen bezig zijn met het leiden van een stijlvol leven. Dat zie je terug in de prachtige vormgeving van topontwerpers. Italië loopt voorop in zaken als kleding (Versace, Dolce & Gabbana, Zegna, et cetera) en auto’s (Ferrari, Alfa Romeo). En dan is Italië natuurlijk wereldberoemd om zijn keuken en zijn wijn.


Tijdens mijn wijnreis nam de Toscaanse wijnboer Simone Tognetti me op een dag mee naar een lokaal restaurant voor de lunch. Daar troffen we een bevriende wijnondernemer die een Franse wijnboer door de streek rondleidde. Ze kwamen bij ons aan tafel. Een kaart kwam er niet aan te pas. Simone bestelde gewoon voor de hele tafel: anti pasti, pasta met truffel en ‘bistecca alla Fiorentina’.  Wie nog nooit bistecca heeft gegeten, mist echt wat. Het is een Florentijnse biefstuk van een centimeter of vier dik, die op een houtvuur wordt geroosterd, waarna er alleen wat zout en rozemarijn overheen gaat. De vrouw van de kok kwam met een plank aan onze tafel, waarop drie enorme stukken van die biefstuk lagen. Ik schat dat ze 1,5 kilo per stuk waren. Of we er twee of drie wilden? De Franse wijnboer keek zijn ogen uit, en ik ook.


Gedurende de lunch, waarbij Simone zijn eigen wijnen schonk, ontspon zich een discussie in het Italiaans, Frans en Engels die hoofdzakelijk over eten en drinken ging. Of wijnvaten van Frans, Amerikaans of Sloveens eiken moet zijn. De Italiaan en de Fransman waren het eens: Frans eiken. Een heet hangijzer bleek de vraag hoe lang een ham te rijpen moet hangen voordat je ‘m eet. De Fransman bezwoer dat een varken een halfjaar na de slacht ‘helemaal op’ moest zijn. Simone meende echter dat je er na een jaar rijping pas aan moest beginnen, wil je tenminste échte kwaliteit proeven.


Het laat zich raden: ze werden het niet eens. Maar dat was ook niet het doel. Franse en Italiaanse wijnboeren blijken oprecht geïnteresseerd in elkaars gedachten, maar houden als het op de grote lijnen aankomt natuurlijk wel vast aan hun eeuwenoude tradities. En dat is de basis voor de goede reputatie van de Italiaanse (en Franse) culinaire sector: traditionele recepten en bereidingswijzen, die alleen worden veranderd als dat tot een evidente verbetering leidt. En dat is per definitie een langzaam proces.


Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat Limburg het ‘Italië van het Noorden’ moet worden. Althans, dat wil gedeputeerde Jos Hessels van de provincie Limburg graag. Hebben we te maken met bestuurder die zijn hobby (Hessels is fervent Italië-liefhebber) projecteert op zijn werk? Misschien, maar er zit wel degelijk een visie achter. Net als Toscane en Piemonte in Italië, heeft Limburg een aantal mooie streekproducten in huis, en bovendien is de provincie net als Italië serieus georiënteerd op toerisme. Het doel van Hessels is om van Limburg een culinair-toeristisch centrum te maken waar levensgenieters van heinde en verre naar toe komen.


Gaat dat werken? Wordt Limburg een provincie met Italiaanse trekjes, waar Limburgers van alle rangen en standen net zo gepassioneerd als wijnboer Simone bezig zijn met eten en drinken? We hebben in ieder geval al de klasse van de luxe château hotels van Camille Oostwegel, we hebben het duurzaam gebrouwde Gulpener pilsener, we hebben wijn van de Apostelhoeve, en we hebben natuurlijk ‘zoervleis’.  Of het genoeg is om de Italiaanse Amarone’s, Barolo’s en Chianti’s, en de bistecca te verslaan, waag ik te betwijfelen. Mijn moeder maakte met Kerst een heerlijke konijn in het ‘zoer’, maar beperkte zich de rest van het jaar toch vooral tot ‘aardappelen, groenten vlees’, terwijl ik in Toscane Italianen heb ontmoet die ‘drie hoog achter’ wonen en die toch op zaterdag met vrienden gingen jagen in de bossen of truffels gingen zoeken.


Cultuur en traditie is cruciaal, en op dat gebied hebben we geen voorsprong. Maar positief is in ieder geval dat er een stap in de goede richting wordt gezet. Ik hoop dat het Limburg lukt zijn streekproducten een erkend en herkenbaar karakter te geven, en er economisch van te profiteren. In ieder geval ben ik bereid regelmatig te komen proeven om te kijken of er vorderingen worden gemaakt!


Roy op het Veld groeide op in het Limburgse Belfeld maar woont en werkt al jaren in Amsterdam. Hij is journalist bij Het Financieele Dagblad (www.fd.nl) en is voor zijn hobby wijnimporteur (www.vinoitalia.nl). Reacties: roy@ophetveld.net