LIOF moet in handen komen van overheid én regionaal bedrijfsleven
Industriebank LIOF moet niet louter in handen komen van de provincie Limburg. Ook Limburgse ondernemers moeten een kans krijgen om aandelen te verwerven. Met louter een overheidsaandeelhouder bestaat er een kans dat een belangrijke aanjager van de Limburgse economie louter voor het korte termijn gewin van een politicus wordt gebruikt.
In de huidige constellatie met twee sterke partners, het ministerie van Economische Zaken en de provincie Limburg was er een natuurlijk evenwicht. Daarbij kende LIOF tot voor kort sterke toezichthouders die diep geworteld waren in het Limburgs bedrijfsleven.
Het nut van LIOF is bewezen. Talloze bedrijven hadden nét dat extra geld nodig dat reguliere banken niet wilden geven. Overigens hielden ze soms bewust de hand op de knip omdat ze wisten dat Liof er ook was en dat die overheidsorganisatie de grootste risico's zou kunnen en willen dragen, tenminste als het businessplan goed genoeg was. Met name de laatste jaren wordt LIOF steeds meer een spil in de vele netwerken die Limburg kent. Al vinden ze bij het ministerie van Economische Zaken dat LIOF nog meer regisseur moet worden, oftewel een nóg sterkere focus op bepaalde gebieden die het meest kansrijk zijn.
LIOF verdient haar geld in de regio bij het regionaal bedrijfsleven. Alleen dat rechtvaardigt al de koerswijziging dat de Limburgse bedrijven een stevige vinger in de pap bij het bedrijf moet krijgen, via het aandeelhouderschap maar ook via de toezichthouders. Daarbij, hoe meer betrokkenheid, hoe beter gezamenlijk opgetrokken kan worden.
Onze ideeën:
1. Een omgekeerde overname. Oftewel de tientallen bedrijven waarin LIOF nu participeert moeten een deel van de aandelenportefeuille overnemen. Maar per onderneming nooit meer dan zeg maximaal 5%, anders kan de invloed en/of het risico te groot worden.
2. Daarnaast moeten andere Limburgse bedrijven de mogelijkheid krijgen om aandelen te verwerven. En ook hier, maar per onderneming nooit meer dan zeg maximaal 5%, anders kan de invloed en/of het risico te groot worden.
3. Uit de nieuwe aandeelhouders moet ook commissarissen worden benoemd. Verplichting: commissarissen moeten dga's (directeur-grootaandeelhouders) zijn. Die zijn gewend om met hun eigen geld om te gaan.
4. Geen aandeelhouders en commissarissen uit de groep van belangenverenigingen zoals LWV, MKB Limburg en LLTB. Dat zijn geen ondernemers maar werknemers. Daarbij zitten ze al in allerlei overlegorganen.
5. Vanuit de in Limburg zittende banken en andere financiële dienstverleners moet minimaal 1 gezamenlijke commissaris komen. Is belangrijk om te voorkomen dat LIOF aan oneerlijke concurrentie gaat doen richting het reguliere kredietwezen.
6. Provincie en private aandeelhouders moeten elk maximaal 50% krijgen. In de raad van commissarissen mogen ze elk twee toezichthouders leveren, gezamenlijk zoeken ze een voorzitter.
7. Overweeg ook het model van een coöperatie, waarin ieder bedrijf in Limburg lid van kan worden. Met een ledenraad als hoogste orgaan.
Gerrie Coerts, hoofdredacteur/directeur WijLimburg.nl
Reacties: redactie@wijlimburg.nl
Ons nieuwsartikel van gisteren:


