advertentie
 
 

commentaar van

07-11-2010

Sociale samenhang in Limburg: ik of wij?


Het is de 2de keer in 2 weken tijd dat de Volkskrant een bericht plaatst met cijfers over ‘uitholling van de sociale samenhang’ in Limburg. Uiteraard een goede aanleiding om dieper in deze stof te duiken. Na onderzoek van het artikel van het CBS (Smeets en Aarts) blijken hier een aantal feiten in naar voren te komen. Het artikel in de Volkskrant is vrij schreeuwerig: “Niemand kent elkaar in Kerkrade”. “Kerkrade spant de kroon”. Daarnaast is het artikel weinig gebaseerd op feiten, maar put uit ervaringen van de ‘locals’.



De band van de Limburgers met familie is nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde. Daarnaast zien Limburgers hun vrienden vaker dan het gemiddelde in Nederland. Het buren contact in Limburg is inderdaad minder: het verschil met de rest van Nederland loopt op tot 7%. Dit lijkt een bevestiging van het bekende opvattingen: Limburgers hebben een hechte kring van vrienden en familie. Iedereen die daar buiten valt vindt moeilijk contact. In aanvulling daarop komen laagopgeleiden minder in aanraking met andere denkbeelden, waarden, normen, zeden en gewoontes, dus stellen ze zich minder tolerant op (de Witte, 1990). Het etnocentrisme is dan ook hoog: andere culturen worden beoordeeld aan de hand van de normen en waarden van het eigen volk.


Onderzoek naar het stemgedrag in tijden van economische malaise laat het volgende beeld zien. Lagere sociale klassen hebben de behoefte zich te onderwerpen aan machtigen, i.c. autoriteiten, belichaamd in bijv. politieke leiders. En anderzijds hebben zij de behoefte om vermeende machtelozen aan zich te onderwerpen, d.w.z. sociale minderheidsgroepen (Scheepers, Eisinga en Felling, 1994). Daarnaast zien mensen uit lagere sociaaleconomische klassen migranten niet alleen als een bedreiging voor hun sociaaleconomische positie, maar ook van hun culturele normen en waarden. Voeg daarbij een niet verbeterde economische situatie en jarenlange teleurstelling in de politiek en Voilà: de PVV is de grootste partij in Limburg. Daarbij speelt ook de ‘gun-factor’ een grote rol. Een extreemrechtse nieuwkomer in het politieke slachtveld wordt een stem gegund omdat deze de problematiek van veel lager-opgeleiden aanspreekt. Terugloop in de kerkgang is ook een mogelijk factor. Onderzoek wijst namelijk uit dat diegene die hecht zijn geïntegreerd in sociale netwerken van maatschappelijk instituties niet bevattelijk zijn voor extreemrechtse denkbeelden.


Limburgers hebben de neiging de eigen cultuur te vergelijken met andere culturen, zelfs binnen het kleine Nederland. ‘Holleenders’ heeft de status van scheldwoord bereikt. Deze stellingname zet de contacten op scherp, vandaar dat ook Hollanders vaker neer kijken op Limburgers. De enige manier deze stellingname te doorbreken is doordat één van de partijen zich open opstelt.


In een ‘migrantenwijk’ in Den Haag wordt het concept met ‘buurtvaders’ succesvol toegepast. Wellicht is het een goed idee om hetzelfde concept toe te passen in Kerkrade? Het CBS noemt als panacee ‘het hoger opleiden van de Limburgers’. Een andere oplossing kan zijn om de hoeveelheid contactmomenten met andere culturen te vergroten. Aangezien er in Limburg relatief weinig migranten wonen, is het een goed idee de ‘regio-branding’ te richten op deze bevolkingsgroep. Meer contact met andere culturen in ‘eigen land’ leidt tot een verbreding van de horizon, wat ook de sociale samenhang weer kan vergroten. Daarnaast kan het vergroten van de concurrentie op elk sociaaleconomisch niveau stimuleren een opleiding te volgen. Een hoger opgeleid Limburg biedt kansen voor bedrijven, waarbij de centrale ligging t.o.v. Europa weer goed van pas komt.


Vragen en/of opmerkingen: r.coppelmans@cvive.com


Het electoraat van extreemrechts: theoretische verklaringen, empirische bevinden, conceptualiseringen en operationaliseringen (p. scheepers, r. Eisinga, a. Felling) (CBS, 1994)


Hans Smeets en Koos Aarts; Limburg blijft in sociaal kapitaal achter bij de rest van Nederland.