advertentie
 
 

commentaar van

25-04-2011

Van crisis naar herstel met de Crisis- en Herstelwet (column over juridische zaken)

Op Prinsjesdag 2009 heeft de regering het wetsvoorstel voor de Crisis- en Herstelwet (verder: Chw) geïntroduceerd. Het wetsvoorstel werd in record tempo door de tweede en eerste kamer geloodst om vervolgens op 31 maart 2010 in werking te treden.


 


De directe aanleiding voor de Nederlandse wetgever om de Chw in het leven te roepen was gelegen in de economische crisis en de noodzaak tot versnelling van infrastructurele projecten, overige grote bouwprojecten en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Doel van deze uit nood geboren wet is het bestrijden van de crisis en het bevorderen van een duurzaam herstel van de Nederlandse economie. Inmiddels heeft de wet haar eerste verjaardag gevierd en kan er na een jaar ervaring met de wet de balans worden opgemaakt.


De Chw kan in de dagelijkse praktijk van ruimtelijke ordening van belang zijn voor onder andere ontwikkelaars, woningcorporaties en lokale overheden. In deze bijdrage worden twee belangrijke elementen uit de Chw belicht.


Ontbreekt


Een belangrijk aspect uit hoofdstuk I van de Chw is het ontbreken van de mogelijkheid om beroep of hoger beroep in te stellen middels een zogenaamd pro forma beroepschrift. Bij een pro forma beroepschrift is het in het bestuursrecht mogelijk om de rechtbank of de Raad van State enkel te laten weten dat er beroep wordt ingesteld tegen een bepaald besluit indien het niet lukt om binnen de reguliere beroepstermijn van zes weken de inhoudelijke gronden aan te voeren in het beroepschrift. Na het indienen van het pro forma beroepschrift wordt een belanghebbende vervolgens de gelegenheid geboden binnen een door de rechtbank of Raad van State gegeven nadere termijn alsnog de gronden van beroep (inhoudelijke argumenten) in te dienen.


Tijdwinst


Indien de Chw van toepassing is bestaat na het verstrijken van de beroepstermijn echter geen mogelijkheid meer om de gronden van beroep aan te vullen binnen een nadere termijn. Een belanghebbende dient binnen de reguliere (hoger) beroepstermijn van zes weken meteen alle gronden aan te voeren. Gebeurt dit niet, dan volgt er "niet ontvankelijkheid". De rechter dient binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak te doen. Dit betekent derhalve tijdwinst in het verkrijgen van een finaal oordeel.


Let wel, deze procesrechtelijke beperking geldt dus alleen voor projecten waarop de Chw van toepassing is. Hoe weet men nu welke projecten dit zijn? Deze staan vermeld in bijlage I, II en III van de Chw. Een veel voorkomend voorbeeld is de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden ten behoeve van de bouw van meer dan 20 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden.


 Relativiteitsvereiste


Een ander aspect uit hoofdstuk I van de Chw dat de aandacht verdient is de introductie van het zogenoemderelativiteitsvereiste (artikel 1.9 Chw). Bij de toepassing hiervan volgt de Raad van State de tekst van artikel 1.9 Chw: 'De administratieve rechter vernietigt een besluit niet op de grond, dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.' De Raad van State toetst daarbij eerst of de regel (of het beginsel) waarop een belanghebbende zich beroept grond kan vormen voor vernietiging van het betreffende besluit. Indien dit niet het geval is, wordt aan de vraag of de betreffende regel kennelijkstrekt tot de bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept – met andere woorden het relativiteitsvereiste – niet meer toegekomen.


Tot slot


Om onaangename procesrechtelijke verrassingen te voorkomen is het voor partijen die te maken hebben met ruimtelijke ordening en omgevingsrecht dus zaak bedacht te zijn op de toepasselijkheid van de Chw op projecten waar zij bij betrokken zijn.


Mr. Roel Metsemakers


Advocaat bestuursrecht bij Boels Zanders advocaten te Maastricht


Boels Zanders NV


Bergerstraat 2-4
Postbus 1750, 6201 BT Maastricht
T +31 (0)43 609 63 51
F +31 (0)43 362 65 62
metsemakers@boelszanders.nl