Over werkloosheid en hoofddoekjes (Harm Wiertz)
Vandaag wil ik het kort met u hebben over de vreemde opvatting welke er in ons land heerst inzake "werkloosheid". Over het algemeen denken de meeste mensen en zeker politici dat een hoge werkloosheid er op duidt dat het slecht gaat met de economie en dat er weinig werkgelegenheid is. Welnu, deze opvatting is onjuist. Want terwijl er aan de ene kant enkele honderdduizenden zonder werk aan de kant staan, zijn er aan de andere kant enkele honderdduizenden openstaande vacatures en werken er bijna een miljoen mensen via een uitzendorganisatie waaronder een grote groep buitenlandse werknemers.
Dat er in ons land niettemin sprake is van die grote groep mensen zonder werk moet daarom andere oorzaken hebben dan het ontbreken van werkgelegenheid. Uitzonderingen daargelaten. Ik zal proberen mogelijke oorzaken te benoemen. Op de eerste plaats zou het zo kunnen zijn dat het juiste werk ontbreekt. Oftewel dat het werk dat mensen zoeken niet aangeboden wordt, terwijl omgekeerd er wel werk wordt aangeboden waarvoor echter geen mensen warm willen lopen. Een opmerkelijke situatie. Op de tweede plaats stimuleren wij de zojuist genoemde oorzaak via ons uitstekende sociale vangnet. Mensen zonder werk ontvangen een uitkering zolang er geen passend werk voorhanden is, en we hebben er begrip voor dat niet passend werk geweigerd wordt. En op de derde plaats heerst er de opvatting dat werk pas echt werk is wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Kortdurende overeenkomsten zoals uitzendwerk worden welhaast als minderwaardig en dus op voorhand als niet passend werk beschouwd. Terwijl echter ons totale systeem steeds meer op flexibiliteit rust waardoor kortlopende overeenkomsten enkel zullen toenemen.
Sinds maart zijn de telefoons van uitzendorganisaties roodgloeiend omdat werkgevers weer massaal behoefte hebben aan personeel. Het gaat de goede kant uit met de economie als u het mij vraagt. Er is echt veel vraag naar arbeidskrachten. Dat de officiële werkloosheidscijfers slechts mondjesmaat lijken af te nemen houdt verband met bovengenoemde factoren. De grote uitdaging waar we nu al -en de komende jaren in toenemende mate- voor staan: invulling geven aan de grote vraag naar arbeidskrachten. Die vraag is groot als gevolg van economische groei, als gevolg van het met pensioen gaan van een hele generatie geboren na 1945, en als gevolg van het in stand houden van een hoge werkloosheid zoals ik u hierboven heb uitgelegd. Bij het zoeken naar oplossingen zullen we dan ook niet kunnen ontkomen aan stimuleringsmaatregelen welke er voor moeten zorgen dat wie nu niet werkt wel aan het werk gaat.
Tot slot. Sinds jaar en dag vragen we aan buitenlandse werknemers om naar ons land te komen, en ons te helpen omdat we het werk zelf niet gedaan krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de mijnbouw in de eerste helft van de vorige eeuw, aan de staalindustrie in de tweede helft of aan de aspergeteelt in onze tijd. Ik werk deze maand 25 jaar in de uitzendbranche en kan u vertellen dat ik niet alleen uitstekende ervaringen heb met buitenlandse werknemers maar ook dat het werk zonder die werknemers niet gedaan zou kunnen worden. Een politieke organisatie welke onlangs een behoorlijke verkiezingswinst behaalde verkondigt dat we onze grenzen zoveel mogelijk moeten sluiten voor buitenlanders. Ik ben een tegenstander van deze opvatting alleen al vanwege de onoverkomelijk problemen welke hierdoor op het gebied van het invullen van vacatures zullen ontstaan. Overigens, maar dit terzijde, mijn bezwaren tegen deze opvatting hebben een diepere oorsprong. Ik geloof in samenleving die gastvrij is voor iedereen die mee doet. Ik geloof in een samenleving die niemand veroordeelt vanwege geloof, ras, seksuele geaardheid, leeftijd, afkomst of het dragen van hoofddoekjes. Mijn Nederland is een land waar mensen zichzelf mogen zijn en juist in die verscheidenheid eensgezind en gezamenlijk werken aan een sociale samenleving.
Harm Wiertz, algemeen directeur Wiertz Personeelsdiensten




