Ongeveer 17% van de Nederlandse werknemers zou liever vandaag dan morgen de huidige baas inruilen voor een nieuw exemplaar. Oók als die nieuwe baas een soortgelijke functie in de aanbieding heeft met ongeveer dezelfde voorwaarden. Onderzoek van Raet, in het kader van de HR-Benchmark, toont dit aan. Bij ongeveer één op de zes werknemers is er dus een zekere onvrede, terwijl dit in 2017 nog slechts bij één op de tien speelde. Het signaal is duidelijk: de arbeidsmarkt wordt in hoog tempo dynamischer. Tevens heerst er duidelijk enige onvrede op de werkvloer en dat is slecht nieuws voor werkgevers.

Waar medewerkers een paar jaar geleden niet veel te kiezen hadden, zijn er nu banen in overvloed. De kans dat die ontevreden werknemers straks opeens naar een andere baas overstappen, is dus niet denkbeeldig. Door de enigszins overspannen arbeidsmarkt hebben werknemers weer meer vertrouwen in zichzelf gekregen. Getalenteerde werknemers worden zelfs al regelmatig door de concurrent of een headhunter benaderd. Voor bedrijven is het dus niet meer alleen meer de kunst om nieuwe talenten aan te trekken, maar ook om de goede medewerkers te koesteren. Dat kan onder meer door een beleid te ontwikkelen waarmee je medewerkers tegemoet komt. Een groot knelpunt is dat de wensen van de werknemers niet altijd synchroon lopen met de ideeën van de HRM-afdeling. HRM-professionals willen medewerkers vooral paaien door ze meer verantwoordelijkheden te geven. De werknemer zelf vindt echter vooral salaris, reisafstand en de mate van uitdaging in de baan het allerinteressantst. Dus moet je als werkgever net een tikje serieuzer gaan nadenken over zaken als beloningsbeleid en mogelijkheden tot thuiswerken.