A76 (Heerlen-Geleen) van flessenhals naar hedendaagse autosnelweg

Zowel in België als in Duitsland is deze route vormgegeven als een hoogwaardige autosnelweg met een beperkt aantal aansluitingen, terwijl het Nederlandse deel (waarvan de eerste aanleg in de jaren ’30 was) niet meer aan de eisen van een hedendaagse autosnelweg voldoet. De bochten zijn te krap en de
rijstroken en vluchtstroken te smal. Voor het langeafstandsverkeer is deze andere vormgeving op
Nederlands grondgebied onverwacht en vormt daardoor een risico, zowel qua verkeersveiligheid als qua doorstroming.

Uit een dynamische verkeersmodelstudie, die de Provincie Limburg heeft laten uitvoeren, is gebleken dat er aantoonbare problemen zijn met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid. De A76 voldoet niet aan de richtlijnen voor het ontwerp van autosnelwegen en is daardoor, in combinatie met de hoge verkeersintensiteiten, onveilig en gevoelig voor congestie. Dit is bovendien versterkt door de openstelling van de fly-over in knooppunt Kerensheide, waardoor ter hoogte van de aansluiting Beek een flessenhals (versmalling van 3 naar 2 rijstroken) is ontstaan. Met de opening van de Buitenring Parkstad Limburg zal straks de drukte op de A76 verder toenemen.

De filedruk is de afgelopen jaren fors toegenomen (grootste landelijke stijging met 56% toename in 2015) wat in combinatie met de toenemende capaciteitsvraag ook het aantal ongelukken en incidenten kan vergroten. Voor het vrachtverkeer is er tevens een tekort aan parkeerruimte langs de A76.

Zowel voor de korte als de lange termijn willen de Provincie en gemeenten in de regio zich hard maken voor de benodigde rijksinvesteringen voor deze regionale en internationale levensader over de weg. Daarbij werkt de regioaan nieuwe ‘smart mobility’ concepten waarbij infrastructurele maatregelen bezien worden in combinatie met nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en afspraken met werkgevers inde regio rondom programma’s als Limburg Bereikbaar. Dat is primair een verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid met wegbeheerder Rijkswaterstaat, waarbij de regio in partnerschap met het Rijk haar bijdrage levert en thema’s ook in Den Haag en onze buurlanden agendeert.

Korte termijn: knelpunten aanpakken, verkeersontwikkeling agenderen (MIRT) en Beter Benutten
Binnenkort worden de resultaten bekend van het landelijke capaciteitsonderzoek rijkswegen (NMCA) dat door het Ministerie van Infrastructuur & Milieu is opgedragen. Dit vormt een belangrijke basis voor toekomstige investeringen van het rijk in knelpunten. Via het MIRT-overleg zal de Provincie hier actief inbreng leveren, waarbij ook de parkeergelegenheden voor vrachtwagens een prominente plek zullen krijgen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met de Rijksoverheid over het monitoren van de verkeersintensiteit op de A76. Ook na de opening van de Buitenring Parkstad Limburg en de N297/B56n. Dit betreft onder andere de consequenties voor de afwikkeling van de onderliggend wegennet waarbij ook een aantal lokale knelpunten rondom de A76 (ontwikkelingen bij de turboverkeersplein bij Nuth) in ogenschouw genomen moeten worden. Ten slotte werken de Limburgse overheden, de Rijksoverheid, regionale werkgevers en onderwijsinstellingen samen in de programma’s Limburg Bereikbaar en Beter Benutten. Inmiddels wordt de succesvolle aanpak van Maastricht Bereikbaar ook op Zuid-Limburgs schaalniveau uitgevoerd en zijn afspraken gemaakt met grote werkgevers over de mogelijkheden om de mobiliteit van werknemers te spreiden over de ochtenduren en namiddag en de spitsuren op de weg te mijden. Ook na de huidige projectperiode – die eind 2017 – afloopt blijft deze aanpak van groot belang voor de regionale bereikbaarheid.

(Middel)lange termijn: structurele oplossing en aanpak van de flessenhals A76
Met de ontwikkelingen van de Buitenring Parkstad Limburg, de toenemende filedruk als gevolg van de aantrekkende economie, de verdere ontwikkeling van de Brightlands-campussen en VDL NedCar en de toenemende internationale mobiliteitsstromen, blijft de A76 ook op de lange termijn een belangrijke vervoersader voor de Limburgse ontwikkeling. Met name de problematiek tussen Kerensheide en Ten Esschen vraagt om een structurele oplossing om de doorstroming te verbeteren. Vanuit veiligheidsoogpunt, maar ook vanuit een goede toekomstbestendige ontwikkeling van economie en mobiliteit in de 21e eeuw. Infrastructurele ingrepen zullen steeds meer ook in combinatie met gedragsbeïnvloeding alsmede nieuwe informatie- en communicatietechnologieën gepaard moeten gaan. Daarbij zullen ook de huidige en toekomstige ontwerpeisen voor autosnelwegen in ogenschouw genomen worden en zal capaciteitsuitbreiding via verbreding en/ of aanleg van spitsstroken tot de opties behoren.