Het had zomaar een onderwerp in de Rijdende Rechter kunnen zijn. Maar tot een televisie-uitzending over een Midden-Limburgse burenruzie als gevolg van het broddelwerk van een aannemersbedrijf kwam het niet. De zaak werd, zonder er enige publiciteit aan te geven, afgehandeld door de kantonrechter in Roermond.

Het verhaal in het kort: buurman 1 laat door een aannemer uit Reuver een keerwand optrekken in de achtertuin van zijn halfvrijstaande woning. Buurman 2 ontdekt meteen nadat de klus is geklaard scheuren in de muren van zijn twee-onder-een-kapper. Volgens buurman 1 kan dat onmogelijk liggen aan de werkzaamheden in zijn tuin.

Buurman 2 huurt een speciaal bureau in dat concludeert dat de scheurvorming weldegelijk wordt veroorzaakt door de bouwactiviteiten. Op basis van het inspectierapport wordt buurman 1 door buurman 2 geconfronteerd met een schadeclaim van zo’n 11.000 euro.

Buurman 1 weigert ook maar een cent te betalen en zegt dat buurman 2 zich maar moet melden bij het aannemersbedrijf. Maar buurman 2 heeft bitter weinig vertrouwen in een dergelijke procedure en schakelt de ‘Zittende Rechter’ in. Dat blijkt een zeer wijs besluit. De kantonrechter geeft buurman 2 in alle opzichten gelijk. Buurman 1 is de opdrachtgever en daarom ook degene die ervoor moet zorgen dat de schade (plus nog eens 1000 euro aan proceskosten) wordt vergoed, oordeelt de rechter. En dat moet dan maar linksom of rechtsom, voegt hij eraan toe.

De aannemer die eerst buiten schot leek te blijven, is nu dus min of meer spil in het conflict geworden. Maar wie uiteindelijk ook de rekening betaalt, tussen de beide buren zal het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit meer goed komen.