Acht papegaaien in testament


Maryleen van Vliet: „Pas als ik een baasje geschikt acht, krijgt die een papegaai mee naar huis.”

Achterin papegaaienspeciaalzaak Dieca in Horn is in een tot jungle omgebouwde ruimte de ‘Parrot Party’ gaande. Dat klopt, zo te horen. Je komt er geen wijs uit het gekrijs.Wat vreemd is, want
papegaaien praten toch gewoon? ,,Dat is maar een heel klein gedeelte”, zegt eigenaresse Maryleen van Vliet. ,,En dan heb je het over imiteren. De andere soorten houd je voor de andere leuke
eigenschappen die ze hebben. Knuffelen of balletje- balletje spelen. Je kunt ze ook kleuren en vormen leren herkennen.”

Als je door de ‘jungle’ loopt, bekruipt je onbewust steeds het gevoel dat elk moment zo’n rijkgekleurde vogel op je schouder kan zitten en je de tocht door de winkel als een soort Piet Piraat moet
vervolgen. ,,Zal niet gebeuren”, zegt Van Vliet. ,,Ze zijn geknipt en kunnen niet vliegen. Oké, alleen schuin omlaag, maar vervolgens moeten er mensenhanden aan te pas komen om ze weer op de
stok te zetten.”
‘Ah, zielig!’, zullen sommige lezers nu denken. ,,Je hebt voor- en tegenstanders van kortwieken. Ik ben een voorstander, want zo krijgt de papegaai veel meer vrijheid. Deed ik het niet, moesten ze in
een kooi. Dát vind ik zielig. Weet je dat deze dieren de intelligentie hebben van een kind van vier? Die zet je toch ook niet achter tralies? Overigens gebruiken papegaaien in het wild hun vleugels alleen
om te vluchten voor vijanden of om eten en drinken te halen. Dat hoeven ze als huisdier allebei niet. Verder zijn het klimmers, klauteraars.”

Van Vliet is een geboren Rotterdamse, die elf jaar geleden in Gorinchem met haar partner Sjaak Kort een dierenwinkel begon. Die groeide uit tot de beste papegaaienspeciaalzaak van Nederland.
,,60 procent van onze klanten komt uit België. Hier heb je een handjevol specialisten, in België zijn die er helemaal niet. Maar door die Belgische markt hebben we zeven jaar geleden, toen het
huurcontract in Gorinchem afliep, besloten om in het zuiden te gaan zitten. Ons droomhuis vonden we in Posterholt, het dichtstbijzijnde geschikte bedrijfspand in Horn. Je kunt hier gemakkelijk
parkeren en dat is voor het slepen met grote kooien wel handig. Verder maakt het niet uit waar we gevestigd zijn. We hebben een goede naam opgebouwd en dan kun je zelfs in Lutjebroek gaan
zitten.”

‘Een papegaai koop je zeker niet halsoverkop. Je zit er vijftig à zestig jaar aan vast, hè?’

Sinds twee jaar staat Van Vliet er alleen voor met steun en toeverlaat Natasja Pisters. Na een ziekbed overleed Sjaak. ,,Hij was degene die papegaaicursussen ging volgen en informatie ging
vergaren om te komen tot wat Dieca nu is. De liefde voor dieren was er al, die voor papegaaien is gegroeid. Het startsein was het doodgaan van onze eigen papegaai aan een ziekte. We zijn ons
daarin gaan verdiepen. Jaren later kwam een klant en we herkenden de symptomen meteen. Met een hond kun je in zulke gevallen op veel plekken terecht, met papegaaien destijds nergens. En
tegenwoordig red je het niet meer zonder specialisme. Of je moet heel goedkoop zijn, dat kan ook.”
In het geval van Dieca gaat dat laatste niet op. ,,Papegaaien zijn duur. Ik heb ze ook geschilderd. Die creaties hangen in de zaak. In pastelkrijt zijn ze een stuk goedkoper. In de kunst geldt voor mij
hetzelfde: alleen dieren, nooit een landschap.” Dieca hangt vol leuke wetenswaardigheden. Een product koop je er nooit zonder erachter te komen waarom je het aanschaft. Maagkiezel: is nodig om
voedsel te verteren. Palmnoot: is een natuurlijke voedselbron. Calcium: een grijze roodstaart en bont boertje hebben daar extra veel van nodig. Speelgoed: liefst dagelijks wisselen om het spannend te
houden voor je papegaai.

Het liefst heeft Van Vliet dat kopers die feitjes al kunnen opdreunen. „Pas als ik ze geschikt acht, krijgen ze een papegaai mee naar huis. Ik heb daar een radar voor. Ik heb meteen door of iemand
echt geïnteresseerd is. Interesse klinkt namelijk zelfs door aan de telefoon. Als het een opwelling is, prik ik daar negen van de tien keer doorheen. Geen enkel dier moet je halsoverkop kopen, maar
een papegaai zeker niet. Je zit er vervolgens vijftig à zestig jaar aan vast, hè?”

Dat drukt de tot Nederlands beste uitgeroepen papegaaienverkoopster mensen ook op het hart. „Ik heb er zelf acht: Zaira, Tara, Pantar, Chica, James, Kobus, Luka en Caiquey. Eén voor één neem
ik ze mee naar huis. Onder meer om te douchen. Drie keer per week tegen uitdroging. Anders gaan ze zichzelf plukken. In mijn testament staat dat ze na mijn dood voor mijn dochter zijn. Want ze
zullen me stuk voor stuk overleven.”

foto Maartje van Berkel