‘Als fourniturenwinkeltje stopt, koop ik de handel op’


José Vercoulen: ,,Op mijn veertiende keek ik naar Sissi. Niet voor het verhaal, maar voor de prachtige kostuums.” | FOTO MARA VAN DEN OETELAAR

Tegenover de toonbank hangen tot 2020 alle data van gekke maondaag en vastenaovenzôndig netjes op een rijtje. Net als het complete programma van de plaatselijke carnavalsvereniging De
Plaggenhouwers. Verder een heleboel foto’s. Van locale (Shangri-la) en provinciale (Toddezèk) helden, maar ook van de bekende cabaretier Herman Finkers. „Ik vorm met Francine Frencken het
duo Dora en Grada. Onze humor lijkt op die van Herman en daarom wilden we ons elfjarig bestaan met hem vieren. Hij heeft ons uitgenodigd voor zijn show en een borrel. Ik wist dat hij een
vereerder is van Maria en ik vroeg hem toen mee te gaan op bedevaart naar het Spaanse plaatsje El Rocío: drie dagen lopen door het mulle zand en bij elke stop dansen, bidden en drinken.
Daar is die foto gemaakt.” Aan het woord is José Vercoulen (68) uit Grubbenvorst. Aan huis heeft zij kostuumverhuurbedrijf Paljas: drie etages volle rekken, met op de zolder van de aanbouw sint-
enpietenpakken. Veilig weggestopt achter doeken om vragen van haar kleinkinderen die daar ook wel eens rondstruinen te voorkomen. „Op pakjesavond is het hier een komen en gaan van
sinterklazen. Dan gaan de gordijnen dicht en wordt iedereen geschminkt en aangekleed. Ik zorg er dan voor dat nooit twee sinterklazen tegelijk naar buiten gaan, want er staan altijd moeders met hun
kinderen te kijken.” Uit jasje gegroeid De collectie werd in 1991 uitgebreid met spullen van Schepers in Sevenum, die wel verkocht, maar niet in de verhuur zat. Recent kwam er nog een hele lading van de LFA (Limburgse Federatie voor Amateurtoneelverenigingen) bij. „Zij waren uit hun jasje gegroeid”, lacht Vercoulen. „Alle 5000 kostuums waren opgeslagen op één locatie in
Geleen. Nu hebben ze dat verdeeld over drie plekken, verspreid door Limburg. Ik ben daar één van. Ik zit al jaren in het toneel en kan ook bijmaken als dat nodig is. Verenigingen kunnen nu binnen
een straal van veertig kilometer tegen een redelijke prijs huren. Ondanks dat ik redelijk klein ben, hebben ze me toch gekozen. Een bevestiging dat ik het goed doe.”
Toneel en theater in voor- en najaar, scholierengala, carnaval (al wordt dat wel wat minder) en Sinterklaas. Dat zijn de hoogtijdagen. Niet voor niets zijn de openingstijden in de zomer beperkt. En als
het even rustig is, kan Vercoulen evengoed maandenlang genieten in haar atelier. De vliering ligt vol rollen stof en de bakjes met accessoires zijn niet te tellen. „Als er fourniturenwinkeltjes zijn die ermee stoppen, haal ik de hele handel op. Liefst maak ik historische kostuums”, zegt ze terwijl ze het tafelgrote, 636 pagina’s tellende boek met de titel The complete costume history openklapt. Inspiratie. „Na de lagere school ging ik direct naar de huishoudschool. Drie jaar later was ik coupeuse. Op mijn veertiende keek ik naar Sissi. Niet voor het verhaal, maar voor de prachtige kostuums.”
68 jaar is Vercoulen, maar aan stoppen denkt ze niet. „Ik kom uit een geslacht waar de vrouwen heel oud worden. Ik kan dit nog wel doen tot mijn tachtigste. Als ik niks te doen heb, verzand ik in
lezen.” Vind ze ook niet erg, maar liever is Vercoulen bezig.

Dochter van herbergier
Zo was ze onlangs hoofd grime bij de Venlose Revue. En ze zit in de organisatie van het Witte Dame Festival dat volgend jaar in Grubbenvorst gaat plaatsvinden. Over de legende uit
‘vijftienhonderdzoveel’: „Een edelman, verjaagd van zijn eigen land, kwam terecht in het Grubbenvorstse kasteel, dat nu een ruïne is. Hij werd verliefd op de dochter van de buurman, een herbergier.
Zij vereerd, maar haar vriendje vond het maar niks. Die gooide de edelman in de put. Zijn laatste woorden: ‘Gij zult eeuwig dolen’. Nou, sindsdien doolt ze dus.”
In oktober 2017 wordt Grubbenvorst door Vercoulen en haar kompanen omgetoverd tot een middeleeuws dorp met theater op vier verschillende plekken, waar het verhaal van de Witte Dame vanuit
vier verschillende perspectieven wordt verteld. „En ik heb vier rekken vol kleding die geschikt is”, lacht de vrouw die naar eigen zeggen overal bij betrokken wil zijn. Op het A4’tje met als titel ‘Wie is José
Vercoulen?’ lezen we dat ze regelmatig te vinden is in een Amsterdams pruikenatelier, dat produceert voor grote musicals en theaterstukken. Ze kreeg de Golde Sperjusstaeker voor alle
vrijwilligerswerk en de Golde Plaggenhouwer van de carnavalsclub. Ze speelt zelf toneel, zingt in Shangri-la, is dus de helft van Dora en Grada, heeft een column en schrijft reisverslagen,
kinderverhalen en revues. En ze heeft Paljas, dat als een rode draad erdoorheen manoeuvreert. José Vercoulen: „Op mijn veertiende keek ik naar Sissi. Niet voor het verhaal, maar voor de prachtige
kostuums.”