Tandarts Rob op de Laak uit Venlo heeft een berisping gekregen van het Centraal Tuchtcollege. Een patiënte had geklaagd over het door hem verleende werk als ortodontist.

Op de Laak krijgt de maatregel opgelegd wegens een onjuiste behandeling plus verkeerde diagnose bij de patiënte die van 2007 tot en met 2010 bij hem in behandeling was. Tijdens die jaren was Op de Laak werkzaam bij Kies Mondzorg, een bedrijf van directeur Harrie op de Laak, de broer van Rob. De vrouw diende echter pas in 2013 een klacht in bij Kies Mondzorg. Vervolgens werd de zaak door een onafhankelijk tandheelkundig adviesbureau onderzocht. Deze trok de conclusie dat de behandeling van de patiënte niet voldeed aan wat van een bekwaam zorgverlener mag worden verwacht. De vrouw eiste daarop een schadevergoeding van ruim 10.000 euro.

Rob Op de Laak beweert vandaag in De Limburger dat hij de klacht naar tevredenheid van de patiënte heeft afgehandeld. Kies Mondzorg leidde de klacht echter toch door naar het Regionaal Tuchtcollege, een jaar nadat beide broers op een vervelende manier uit elkaar zouden zijn gegaan. „Ik had bij Kies Mondzorg een goedlopende praktijk met veel patiënten. Maar ik moest meer mensen behandelen voor minder geld. Mijn broers enige drijfveer is geld.” Op de Laak erkent fouten te hebben gemaakt, maar vindt een berisping te zwaar omdat hij de behandeling onder toeziend oog van een andere orthodontist heeft uitgevoerd. Deze orthodontist was zijn leermeester. Die vertrok echter in 2009 bij Kies Mondzorg.

Volgens de advocaat van Kies Mondzorg, Theo Linssen, zou Rob Op de Laak op meer vlakken in gebreke zijn gebleven. Er zou geen goed behandelplan zijn opgesteld en had hij de kosten niet doorgesproken met de patiënte. Op de Laak zou tevens geen alternatieven besproken hebben met zijn cliënte voor de ingewikkelde en langdurige behandeling die volgens hem nodig was. Linssen: „Vervolgens heeft de procedure haar loop gehad. Twee tuchtcolleges hebben zich erover gebogen en zijn tot hetzelfde oordeel gekomen.”