Bijzonder hoogleraar Smits (UM): ‘Diversiteit aan flexwerkers in Nederland is bijzonder groot’

Op de Nederlandse arbeidsmarkt neemt het percentage werkenden met een vast dienstverband al enkele jaren af. Het percentage flexwerkers groeit. Deze groep is lastig in kaart te brengen, omdat er veel verschillende vormen van flexwerk zijn. Er blijkt samenhang te zijn tussen de aard van de werkzaamheden en de vorm van flexwerk. In het verlengde daarvan is er ook een verband tussen beroep en soort flexwerk. Dat meldt dr. Wendy Smits, bijzonder hoogleraar ‘Labour Market Flexibility: the employer’s perspective’ aan de Universiteit Maastricht op basis van een nieuwe analyse, die zij vandaag tijdens haar inaugurele rede presenteert. Voor onderzoek naar de gevolgen van flexwerk moet rekening worden gehouden met deze verschillen, betoogt Wendy Smits. Bovendien is er meer onderzoek nodig om de kwetsbare groep zzp’ers in kaart te brengen.

Divers
De diversiteit aan flexwerkers in Nederland is bijzonder groot. Er zijn flexwerkers met lange tijdelijke contracten, oproepkrachten, uitzendkrachten en zzp’ers. Deze groepen verschillen in de werkzaamheden die ze doen, hun opleidingsniveau, en de sectoren waarin ze werkzaam zijn. Ook de motivatie om als flexwerker aan de slag te gaan, dan wel om een flexwerker in te huren, verschilt tussen de diverse soorten flexwerk.

Discussie
Er is veel maatschappelijke discussie over de toename van het aantal flexwerkers in Nederland. Die discussie betreft zowel de oorzaken als de gevolgen van flexwerk. Wat betreft de gevolgen zijn er grofweg twee kampen te onderscheiden. Volgens het eerste kamp leidt flexwerk tot een beter functionerende arbeidsmarkt. Het stelt flexwerk bedrijven in staat om hun productie snel aan te passen aan fluctuaties in de vraag naar hun producten. Bovendien biedt het kansen voor werklozen om weer aan het werk te komen en werkervaring op te doen. Volgens het andere kamp leidt flexwerk tot een achterblijvende productiviteitsontwikkeling omdat bedrijven door het grote aanbod van goedkope arbeid geen prikkel hebben om te investeren in arbeidsbesparende technologieën. Flexwerk leidt volgens deze visie niet tot betere arbeidsmarktperspectieven voor werkenden omdat bedrijven niet investeren in opleiding en training van flexwerkers. Flexwerkers blijven daardoor langdurig hangen in onaantrekkelijke, slecht betaalde banen.

Gevolgen
Wendy Smits: “Ik betoog dat het voor onderzoek naar de gevolgen van flexwerk van belang is om rekening te houden met deze verschillen. Werkenden met langdurige tijdelijke contracten zijn bijvoorbeeld vaak hoogopgeleid en krijgen vaak wel opleiding en training. Voor deze groep is flexwerk vaak een opstap naar een stabiele beroepsloopbaan. Oproepkrachten zijn vaak scholieren of studenten, zij kiezen vaak bewust voor flexwerk omdat dat goed te combineren is met hun studie. Dat geldt veel minder voor uitzendkrachten, zij zijn vaker flexwerker tegen wil en dank. Bovendien doen ze relatief routinematig werk. De werkgelegenheid in dergelijke beroepen neemt af. Dit is een kwetsbare groep die vaak laag of middelbaar is opgeleid. Ten slotte zijn er de zzp’ers. Dit is een bijzonder heterogene groep die enerzijds bestaat uit succesvolle ondernemers en kenniswerkers, maar waaronder ook schijnzelfstandigen en andere kwetsbare groepen met lage tarieven en veel onzekerheid te vinden zijn. Er is meer onderzoek nodig om de kwetsbare groep zzp’ers in kaart te brengen.”