De cao-lonen zijn in het eerste kwartaal van 2018 gestegen met 1,7 procent. Over heel 2017 was die stijging nog 1,5 procent. In 2016 was de groei iets groter, namelijk 1,8 procent. De contractuele loonkosten namen in het eerste kwartaal toe met 2,2 procent, de grootste stijging in vijf jaar. Dit meldt het CBS op grond van nieuwe cijfers.

In het eerste kwartaal stegen de lonen zowel bij de particuliere bedrijven als bij de sector overheid met 1,8 procent. Bij de gesubsidieerde sector was dit 1,6 procent.

Dat de loonstijging zo gelijk opgaat, is lange tijd niet voorgekomen. De ontwikkeling in de particuliere sector is de laatste acht jaar relatief gelijkmatig geweest. Deze bewoog tussen 0,9 en 1,8 procent. Bij de overheid waren de dalen dieper (0,1 procent) en de pieken hoger (3,6 procent). Na jaren van geringe stijgingen volgde bij de overheid in 2015 en 2016 een inhaalslag.

Het merendeel van de overheids-cao’s was in het eerste kwartaal van 2018 nog niet rond. Bij 35 procent werden de onderhandelingen met succes afgerond. Bij de sector particuliere bedrijven lag eind maart voor de meeste cao’s (90 procent) al een akkoord.

Opnieuw lag de stijging van de contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) boven die van de cao-lonen. Sinds het begin van 2016 is dat het geval. In het eerste kwartaal bedroegen deze contractuele loonkosten 2,2 procent. Oorzaken waren de verhoging van de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet en de werkgeversbijdragen aan WAO- en WW-premies. De overheid had hiernaast ook te maken met een stijging van de pensioenpremies bij het ABP.