Vrije mobiliteit van arbeid, dat is onder meer waar de EU voor staat. Limburg doet daar volop in mee en profiteert op de arbeidsmarkt royaal van de werkzaamheden van massaal instromende buitenlanders zoals bijvoorbeeld Poolse chauffeurs of aspergestekers, maar ook hoogopgeleide expats. Maar al die internationale instroom van werknemers zorgt volgens het CNV óók voor oneerlijke concurrentie op de Europese arbeidsmarkt. Nu het Europees Parlement de detacheringsrichtlijn heeft vernieuwd, wordt dit deels aangepakt. De commissie EMPL van het Europees Parlement stemde in met een herziening van de detacheringsrichtlijn, die bepaalt onder welke voorwaarden werknemers uit EU-landen in een andere lidstaat gedetacheerd mogen worden. In het voorstel moet gelijke beloning voor gelijk werk worden vastgelegd en komt er een maximale duur van achttien maanden dat mensen elders goedkoper mogen werken.

Maar we zijn er echt nog lang niet volgens Maurice Limmen, voorzitter CNV Vakcentrale. “Werknemers uit andere EU-landen zijn, zelfs met deze herziening, nog steeds tot twintig tot dertig procent goedkoper dan Nederlandse werknemers. Om een gelijk speelveld te creëren moet pensioenopbouw onderdeel uitmaken van het loon. Alleen zo wordt een Bulgaar die in Nederland werkt even duur als zijn Nederlandse collega en maken we een einde aan de verdringing op de Europese arbeidsmarkt. Nu blijkt ook nog dat uitgerekend de transportsector niet wordt meegenomen in de richtlijn: een gotspe! Het is juist die sector waar de problemen het grootst zijn. Chauffeurs werken vaak weken achtereen gedetacheerd in een ander land, voor een loon dat ver onder het niveau van dat land ligt.”

Limmen: ‘Mijn bezwaar is de duur dat mensen uit andere EU-landen hier tijdelijk goedkoper mogen werken. Die is nu vastgesteld op achttien maanden en dat is veel te lang. De meeste mensen werken gemiddeld niet langer dan vier maanden in een ander land. Daarnaast zijn de voorstellen voor gelijk loon onvoldoende. Gedetacheerde werknemers uit het buitenland zijn voor inlenende bedrijven vaak nog fors goedkoper. Dat komt omdat sociale premies worden afgedragen in het thuisland en omdat pensioen, in Nederland een substantieel deel van het loon, niet mee wordt geteld. Sterker nog: met dit voorstel is het zelfs na die achttien maanden niet verplicht om pensioen af te dragen. Daarmee blijft de perverse prikkel van goedkope arbeid uit met name Oost-Europa bestaan. Echt gelijk loon voor gelijk werk is er pas als dit soort problemen worden opgelost. Dit voorstel schiet daarin tekort.