Het systeem van nationale rekeningen bestaat 75 jaar. Iedereen die ooit op een middelbare school heeft vertoefd, heeft vast wel herinneringen aan deze taaie macro-economische rekeningen. Ze werden bijvoorbeeld uitgebreid omschreven in het bekende boekje ‘De Kern van de Economie’ van professor Heertje. In feite gaat het om de boekhouding van de nationale economie, niet meer en niet minder. Met die nationale rekeningen – die voor het eerst door het CBS in 1943 werden opgemaakt – viert tegelijkertijd het kengetal het bruto binnenlands product (bbp) een 75-jarig bestaansfeestje. Het bbp wordt namelijk afgeleid van de nationale rekeningen, die informatie geven over activiteiten per bedrijfstak, de consumptie van huishoudens, de winsten van bedrijven en tal van andere economische kengetallen. Het bbp is misschien wel de belangrijkste economische maatstaf voor welvaart. Aan de hand van de ontwikkelingen in het bbp wordt de jaarlijkse economische groei in Nederland vastgesteld en is het daarmee een essentiële pijler onder het kabinetsbeleid. Ondanks het jubileum komt er steeds meer kritiek op deze wat eenzijdige maatstaf. Een pijnpunt is onder meer dat vrijwilligerswerk, mantelzorg, opvoeding van kinderen en huishoudelijke klussen niet meegenomen worden in het bbp. Als je bijvoorbeeld tegen betaling schoonmaakt telt het wel mee voor het kengetal. Als jij dus bij de buurvrouw tegen betaling gaat poetsen en zij doet hetzelfde bij jou, is er opeens wel sprake van waardeontwikkeling. Je voelt aan je water dat daar iets scheef zit.

Ook de stand van het milieu, negatieve externe effecten van bedrijven, de natuurlijke omgeving, sociale zekerheid en tal van andere factoren worden vrijwel niet in de cijfers meegenomen. Een recenter probleem dat aan het bbp kleeft, is dat we steeds vaker gratis kunnen beschikken over diensten die zeer belangrijk voor ons zijn. Omdat we ze niet hoeven te betalen, tellen ze echter niet mee in het bbp. Denk aan gratis software, het gratis plaatsen van een advertentie op Marktplaats of het voor niks kijken van programma’s op internet. Vroeger moest je voor een heleboel van die activiteiten de beurs trekken, maar nu is dus heel veel gratis. Het bbp wordt daar in principe alleen maar lager van, terwijl we er qua welvaart toch eigenlijk wel degelijk op vooruitgaan. Of denk eens aan de smartphone die dienst kan doen als routeplanner, telefoontoestel, fotoapparaat, gameconsole, waterpas, scanner enzovoort. Waar je nog niet zo lang geleden al die apparaten los moest kopen, kom je er nu met één klein apparaat. Dit gaat op papier ten koste van bet bbp, want er wordt minder omzet gehaald in fototoestellen en TomToms. Toch is de welvaart er bepaald niet minder op geworden. Tel bij dit alles op dat mensen een zinvol leven en vrije tijd steeds belangrijker vinden en je begrijpt dat er na 75 jaar een beetje muffe geur rond die nationale rekeningen hangt. Voorlopig blijft het bbp desondanks één van de belangrijkste economische indicatoren, simpelweg omdat we (nog) niks beters ter beschikking hebben. Het is gezien alle ontwikkelingen echter maar de vraag of het bbp straks ook nog een eeuwfeestje mee zal maken…

Peter Swelsen