Het gouden horloge is uit de tijd, sterker nog: steeds meer werknemers die een jaartje of veertig bij een baas hebben gewerkt, krijgen niet eens meer een fatsoenlijk afscheid. Ik las laatst een pijnlijk verhaal in De Limburger over een conciërge van een zorginstelling, die na dertig jaar trouwe dienst bij een zorginstelling vijftig euro toegestopt kreeg om zijn eigen karige afscheid te orkestreren. Maar bazen zijn niet altijd krenterig en geven je steeds vaker wél een horloge, maar dan wel eentje die jou de hele dag monitort. Wanneer slaap je, wanneer beweeg je, wat is je hartslag? Het ding houdt nog net niet bij wanneer je naar de wc gaat. De vraag is dus of die smartwatch nu een leuke attentie is of dat je feitelijk met big brother om je pols rondloopt.

Juridisch gezien is het niet zo moeilijk: je werkgever mag de data die de smartwatch rondstrooit in de cloud simpelweg niet gebruiken, zelfs niet als je daar toestemming voor geeft. Je zit namelijk in een afhankelijkheidsrelatie, dus dat mag de baas niet van je eisen. Maar zijn al die werkgevers, die zo bezorgd zijn over jouw gezondheid wel te vertrouwen? Het antwoord: vaak wel, soms niet. Ze besteden de data-analyse regelmatig uit aan een vitaliteitsbureau. Dat mag trouwens eigenlijk ook die data niet gebruiken, in ieder geval niet gepersonaliseerd. Toch analyseren sommige werkgevers en vitaliteitscoaches zich wel degelijk regelmatig suf met jouw persoonlijke – in feite medische – gegevens. Als ze echt handig zijn, gieten ze dat vitaliteitsprogramma in de vorm van een uitdagende challenge, zodat ook je collega’s straks precies alles weten over jouw bloeddruk en het aantal stappen dat jij maakt. Mag trouwens ook niet, maar ze doen gewoon net of hun neus bloedt, er is toch niemand die hun spionagewerk kan controleren. Net als Facebook of de Kamer van Koophandel malen werkgevers vaak namelijk helemaal niet om jouw privacy. Ze willen gewoon hardwerkende fitte medewerkers en vinden ongezond gedrag eigenlijk zeer schadelijk voor hun bedrijf, soms neigen ze zelfs onbewust naar een potje fat shaming. Mensen worden van al die wearables op het werk dan ook steeds vaker een beetje paranoia, zoals in onderstaande casus waarin alle gelijkenis met echte personen op toeval berust.

Manager Groot loopt monter naar verkoper Klein met een klein pakketje in zijn handen. Medewerkers, die net als Klein behept zijn met wat overgewicht, krijgen hetzelfde cadeautje. Hij opent het pakje en er blijkt een fraai design horloge in te zitten. Eindelijk een blijk van waardering! Hij leest de tekst op het bijgesloten kaartje: “Proficiat, een cadeautje met hart voor de zaak. Jij bent hoogstpersoonlijk geselecteerd voor het integrale gezondheidsmanagement programma ‘goud’. Dit cadeau, een Fitwatch, helpt jou om iedere dag in beweging te komen en minstens tienduizend stappen per dag te gaan maken.” Groot licht toe: “We hebben een gouden fitpakket aangeschaft bij een gespecialiseerd vitaliteitsbureau, want mensen met een maatje meer zijn toch een beetje een bedrijfsrisico. Met die smartwatch kun jij werken aan je gezondheid, het is een investering van ons in jou. We kunnen jou voortdurend op afstand monitoren en je krijgt gratis adviezen. Tevens verzamelen we data, zodat we onze werknemers straks nog fitter kunnen houden. En je staat er niet alleen voor hoor, we hebben vijftien andere medewerkers met overgewicht voor dit gouden programma geselecteerd.”

Groot klopt Klein op de schouders en zegt: “We controleren alleen van afstand dagelijks je hartslag, je dag- en slaapritme, je bloeddruk en het aantal uren dat je werkt. Als je goed bezig bent kom je in aanmerking voor een bonus: een nog geavanceerdere smartwatch. “Tof”, zegt Klein. Ondanks het feit dat hij erg gespannen is geworden van dit ongevraagde cadeautje, doet hij zijn best om zijn baas tegemoet te komen. Met trillende vingers hangt hij het ding, om er maar vanaf te zijn, om zijn pols. Zijn baas waardeert zijn geste en voorziet hem meteen ook nog van een bloeddrukmeter. “Meten is weten”, roept hij enthousiast.” Vijf collega’s komen om Klein heen staan om dit wonder van techniek te aanschouwen. Hij wordt nog nerveuzer van al die aandacht en poespas aan zijn lijf. Maar hij wil niet flauw zijn, wie a zegt moet b zeggen en schakelt met zwetende handen het apparaatje aan en start de bloeddrukmeter die pijnlijk zijn – door diabetes toch al zo gekrompen – spierballen afknelt. Als hij de uitslagen ziet schrikt hij: bloeddruk 180 over 140, een hartslag van 120 en ook het zuurstofgehalte blijkt niet best. “Rustig jongen”, zegt zijn manager geschrokken. “We zijn er waarschijnlijk nog net op tijd bij!”

Peter Swelsen