Het zullen je ballen maar zijn

Ieder jaar weer is de AD-oliebollentest voer voor discussie. Ondernemers wiens ballen het predicaat zeer slecht of oneetbaar krijgen, slaat de schrik om het hart. Ze weten dat het niet lang zal duren voordat de telefoon gaat of een verslaggever aan de kraam/in de winkel staat met de vraag ‘zijn ze echt zo slecht?’

Dit jaar stonden er maar twee Limburgse oliebollenbakkers in de lijst van het Algemeen Dagblad. Maar die twee kwamen er heel slecht vanaf. De oliebollen van Ramon Dukers uit Stein (Dukers dé bakker) werden vergeleken met munitie voor een Limburgse schutterij. En voor het echtpaar Ricardo en Sabrina Hamers, die met hun kraam op het parkeerterrein van Hornbach in Geleen staan, werd het helemaal een nachtmerrie. Ze hadden zich zelf opgegeven voor de test, maar kwamen met een rapportcijfer van 2,5 op de 152ste plek terecht. De baksels zijn oneetbaar volgens de jury en eigenlijk valt er alles aan te verbeteren.

Een opmerkelijke beoordeling voor een recept dat al 27 jaar bestaat en verkocht wordt. En de oliebollen van Dukers kregen vorig jaar nog een cijfer 7 en waren daarmee de beste van Limburg.

Ik vraag me af wat de meerwaarde van zo’n lijst is. Hardwerkende ondernemers worden afgerekend op een lijstje in de krant. Laten we eerlijk zijn, als de ballen echt zo slecht zijn, krijgt de ondernemer simpelweg geen klandizie.

Behalve de beste oliebollenbakker van Nederland is er nog een winnaar in deze test en dat is het Algemeen Dagblad zelf. Tientallen verhalen kunnen er geschreven worden over de winnaars, maar zeer zeker ook de verliezers. ‘Oliebollenbakker Vermolen ‘zit stuk’ na onvoldoende’, ‘Bakker Van den Berg steekt draak met AD-test in tandartsstoel’, ‘Dit wist jij nog niet over oliebollen’, ‘Vier Zeeuwen in top-100 van oliebollentest AD’ en ‘Smakeloze spons? Daar zijn wij het niet mee eens’ is maar een kleine greep uit de vele koppen die de afgelopen dagen in het AD (website) verschenen.

Op de redactie van de krant is het smullen geblazen met de oliebollen. Dik 300 woorden worden er geschreven over hoe de test tot stand komt. Hiermee wordt voorkomen dat de waardering van de jury als toevalstreffer wordt omschreven.

Als mijn vrouw, na het kopen van een aantal oliebollen bij bakker Koos in Valkenburg, mij vraagt waarom hij niet in het lijstje staat, moet ik het antwoord schuldig blijven. Al kan ik me goed voorstellen dat Koos denkt, laat mijn klanten de oliebollen maar beoordelen en niet een Rotterdamse krant.

Wat zou het mooi zijn als het AD volgend jaar alleen nog maar een lijstje met de 20 beste oliebollen publiceert en dat wij als klant al die andere oliebollenbakkers in het land beoordelen.

Ik ga in ieder geval een oliebolletje halen in Stein en Geleen, al is het maar om die ondernemers een hart onder de riem te steken. Want het zullen je ballen maar zijn.

Maurice van der Linden