‘Commissie Weerepas’ (UM) presenteert aanbevelingen om obstakels weg te nemen voor grenswerkers

Het rapport is opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van mr. dr. Marjon Weerepas, verbonden aan expertisecentrum voor grensoverschrijdende mobiliteit (ITEM) aan de Universiteit Maastricht.

Zij inventariseerde samen met deskundigen uit de diverse vakgebieden de problemen die grenswerkers tegenkomen op het gebied van belastingen, sociale verzekeringen en pensioenen. De commissie doet 39 aanbevelingen om deze problemen op te lossen. Deze aanbevelingen zijn concreet genoeg om te verwerken in bijvoorbeeld het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en België. De Vereniging voor Belastingwetenschap vroeg in haar opdracht nadrukkelijk om een multidisciplinair onderzoek, niet alleen gericht op belastingen. De aanbevelingen uit het rapport kunnen worden toegepast door beleidsmakers en overheden in heel Europa.

Grenswerker
Vroeger was een grenswerker iemand die aan de ene kant van de grens woonde en aan de andere kant werkte. Vanwege de grotere mobiliteit en nieuwe communicatiemiddelen neemt grensarbeid nu ook andere vormen aan. Denk bijvoorbeeld aan korte of langdurige detachering, mensen die in meer dan één lidstaat werken (de zogenaamde highly mobile workers, zoals internationale chauffeurs, piloten en artiesten) en aan telewerken. Het kunnen werknemers zijn, maar ook zelfstandigen. Kortom, dé grenswerker bestaat niet. Dit betekent dat er in veel gevallen sprake moet zijn van maatwerk.

Onderwijspersoneel
Je woont in België en werkt in Nederland aan een onderwijsinstelling. Vanwege een bepaling in het belastingverdrag moet je de eerste twee jaar in België belasting betalen en in Nederland de premies voor sociale zekerheid. Daardoor lopen de belasting- en premieheffing niet synchroon. De commissie beveelt aan de bepaling in het verdrag te schrappen.

Arbeidsongeschikt
Stel, je werkt als Nederlander in Duitsland en na vijf jaar word je arbeidsongeschikt. Voordat je in Duitsland ging werken, was je vijftien jaar lang sociaal verzekerd in Nederland. Binnen de EU was je dus in totaal 20 jaar sociaal verzekerd. Je krijgt van je Duitse werkgever nog zes weken loon en daarna ontvang je 72 weken Duits ziekengeld. Met andere woorden, je hebt pas na 78 weken recht op de Duitse Erwerbsminderungsrente (arbeidsongeschiktheidsuitkering). Als je recht hebt op een Nederlandse WIA-uitkering (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) om de Duitse uitkering aan te vullen, dan krijg je die pas na 104 weken. Je hebt dus 26 weken lang een ‘gat’ in je inkomen. Dat komt door de verschillen in wachttijd van Duitsland (78 weken) en Nederland (104 weken).

Bijkomend probleem is het feit dat er tussen Nederland, België en Duitsland geen wederzijdse erkenning is over de mate van arbeidsongeschiktheid. De commissie doet de aanbeveling met betrokken landen een overeenkomst te sluiten die ervoor zorgt dat de betreffende lidstaten een regeling treffen om de nadelen te ondervangen in gevallen als deze.

Met pensioen
In Nederland is in 2017 de AOW-leeftijd 65 jaar en 9 maanden. In 2018 wordt die leeftijd verder verhoogd met 3 maanden en in de jaren daarna telkens met 4 maanden. In 2021 is de AOW-leeftijd dan 67 jaar. In België is de pensioenleeftijd 65 jaar. Als je daar 40 jaar hebt gewerkt, kun je met 62 jaar zonder korting met pensioen. In Duitsland kun je dit jaar met 65 jaar en 5 of 6 maanden met pensioen als je geboren bent in 1951 of 1952. De mogelijkheid bestaat daar vervroegd ouderdomspensioen aanvragen, maar dan word je wel levenslang gekort.

Wanneer je als Nederlandse grenswerker in België werkt en zowel Nederlands als Belgisch pensioen hebt opgebouwd, kun je met je Belgisch pensioen als met 62 jaar stoppen. Als je Belgische pensioen laag is, ben je eigenlijk gedwongen om tot de Nederlandse AOW-leeftijd te werken. Dat is lastig, want in België word je van rechtswege met 65 jaar ontslagen. Je bent dan al bijna gedwongen om in Nederland nog in deeltijd te blijven werken. In het rapport doet de onderzoekscommissie de aanbeveling een pan-Europees pensioenfonds aan te trekken.

Europa
Marjon Weerepas is overtuigd van het belang van een multidisciplinaire aanpak: “Als er onderhandelingen plaatsvinden over belastingverdragen moeten daar ook experts op het gebied van sociale zekerheid bij worden betrokken. Dan kunnen zij er samen voor zorgen dat toewijzingsregels in de internationale regelgeving voor sociale zekerheid en in de belastingverdragen samenvallen. Belangrijk is dat – ook bij grenseffecttoetsen – de verschillende rechtsgebieden zich niet alleen richten op hun eigen rechtsgebied en professionele discipline, maar letterlijk en figuurlijk over hun eigen grenzen heen kijken.

Grenswerkers zijn de pioniers van Europa. Als Europa erin slaagt de problemen van grenswerkers op te lossen, dan zal dat zorgen voor groot commitment onder de Europese burgers en een versteviging van de Europese geest.”