Dreigend bankroet ‘Naar Huis’ Pancratiusplein geen reden af te zien van sluiting pand

Een dreigend faillissement van een horecazaak en 15 man personeel  op de loonlijst die op straat komen te staan hoeft  voor een burgemeester geen reden te zijn een zaak niet bestuursrechtelijk aan te pakken als daarvoor reden is.

Dat heeft de rechter in kort geding bepaald in de zaak van de sluiting van ‘Naar Huis’ aan het Pancratiusplein in Heerlen.

De burgemeester van Heerlen sloot per 8 juni de zaak voor de duur van één jaar na een serie ernstige geweldsincidenten rond ‘Naar Huis’. De burgemeester baseerde zich daarbij op uitgebreide politierapporten.

Namens de bv die de zaak exploiteert, Keyota II BV in Landgraag, werd betoogd dat de politie de zaak ‘gezocht’ heeft om op sluiting aan te sturen. De politierapportages zouden gekleurd zijn. Keyota betoogde dat het alles had gedaan wat verwacht kon worden om aan de incidenten een eind te maken. Ook werd betoogd dat de gevolgen van een jaar sluiting – een faillissement – onevenredig zwaar zouden zijn.

De rechter doet over dat laatste argument een expliciet een  uitspraak: “De voorzieningenrechter overweegt dat, gelet op de ernst van de inbreuk op de openbare orde als gevolg van het steekincident, verweerder in de gestelde financiële gevolgen van een sluiting geen grond hoefde te vinden van sluiting af te zien.”