Duurzaam ondernemen houdt nergens op


René Vanhommerig.

Voor René Vanhommerig gaat duurzaam bouwen verder dan de vergaande afvalscheiding en milieuzorg. Het gaat voor hem ook over mensen. Over het welzijn en de werkomstandigheden van zijn medewerkers maar ook over de mensen die wonen, werken en verblijven in de instellingen, kantoren en woningen waar Grausbouw renovaties en verbouwingen doet. „Wij kiezen in elk facet van onze bedrijfsvoering voor de duurzaamste oplossing, maar ook voor veiligheid en kwaliteit, al hebben die keuzes op de korte termijn soms een wat hoger prijskaartje. In de praktijk wordt dat ruimschoots gecompenseerd, want ik stimuleer mijn medewerkers om niet harder en sneller te werken, maar juist slimmer: daarin zit de winst en het verdienmodel. Door extra tijd en aandacht voor een klus, omdat je netjes en efficiënt werkt, vriendelijk en behulpzaam bent voor de bewoner en je verantwoordelijkheid neemt op het gebied van veiligheid, gunt de klant jou ook de vervolgopdracht. Ik selecteer mijn medewerkers dan ook mede op hun communicatieve vaardigheden en train ze daarin. Ik zet geen volgsystemen op de busjes, maar geef ze de verantwoordelijkheid over hun eigen werktempo en opdrachten. Wel kies ik bewust voor een beperkte klantregio met het oog op de efficiency. „Nee-zeggen tegen potentiële klanten is lastig, maar is ook een keuze. Als ondernemer moet je daar achter durven staan en dit ook uitdragen.”

In 2008 koopt René Vanhommerig het meer dan 100 jaar oude familiebedrijf Grausbouw en transformeert het van een traditioneel bouwbedrijf naar een serviceorganisatie, gespecialiseerd in onderhoud en renovatie. Hij heeft 47 medewerkers in dienst en werkt bewust voornamelijk voor woningcorporaties, bedrijven en instellingen omdat je hier niet met eenmalige opdrachten te maken hebt, zoals bij particulieren of nieuwbouw. Deze maand werd aan Grausbouw als eerste Nederlandse bouwbedrijf het MVO-groeikeurmerk toegekend en daarmee is Grausbouw het eerste bouwbedrijf met maar liefst vier belangrijke certificaten op het gebied van duurzaamheid en milieu.

‘Na de overname moesten we vanwege de financieringslast iedere euro zes keer omdraaien’

„Aanvankelijk vond ik certificaten maar ballast en een commercieel trucje, maar inmiddels zie ik dat anders. Zo’n MVOgroeikeurmerk dwingt je om je niet alleen aan de vereiste regels te houden, maar juist ook om steeds weer verder te kijken naar wat je als bedrijf nog méér kunt doen op het gebied van duurzaamheid. Zoals verdere brandstofbesparing of het plaatsen van zonnepanelen.”

Vanhommerig neemt ook zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid als het gaat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. „Momenteel hebben we vijf medewerkers in dienst, zoals bedoeld in de Participatiewet: een meisje komt via het Werkgeversservicepunt (WSP) vanuit een langdurige werkloosheidspositie en werkt nu bij ons op kantoor. Twee ‘Wajongers’ zijn bij ons inmiddels uitgegroeid tot volwaardige en enthousiaste vaklui en ook hebben we twee medewerkers vanuit de WIA aangepast aan het werk. Om deze mensen goed te begeleiden moet je er tijd en moeite in investeren. Helaas pakt dit niet bij iedere nieuwe medewerker goed uit, zo moesten ook wij wel eens ervaren, maar het is belangrijk om het in ieder geval te proberen. Als het lukt, betaalt deze inspanning zich op termijn terug in de gunning van opdrachten van met name de (semi)overheid die hier heel gevoelig voor is. Maar minstens zo belangrijk vind ik dat het ons een goed gevoel geeft dat we deze mogelijkheden aan deze toch kwetsbare mensen kunnen bieden. Na de overname van het bedrijf moesten we vanwege de financieringslast iedere euro zes keer omdraaien. Inmiddels is die financiële last om onze nek verdwenen en kunnen we ook weer anderen helpen. De economische crisis blijft in de bouw nog voelbaar en duurzame idealen veroorzaken best wel eens een spagaat, maar ik vind dat het bedrijfsleven toch het goede voorbeeld moet geven.”

Privé vindt René Vanhommerig het nog lastig om uitsluitend duurzame keuzes te maken, bekent hij met enige schroom. „Ik wilde bijvoorbeeld eigenlijk de vrij vervuilende auto’s van mijn vrouw en ik vervangen door een volledig elektrische. Een hybride auto was voor ons geen optie want in de praktijk zie je dat die meestal om de verkeerde reden – de lagere bijtelling – gekocht worden, terwijl men meestal toch gewoon op benzine blijft rijden. Maar door de hoge kosten en onder meer de dubieuze gedachte dat de laadstroom afkomstig zou zijn uit een vervuilende kolencentrale, zag ik er uiteindelijk vanaf. Dat voelt wel een beetje dubbel. Toch vind ik het belangrijk om erover te blijven nadenken. Bijvoorbeeld of ik met een cursus zuinig rijden voor mijn medewerkers en ik nog iets kan bereiken. Want duurzaam ondernemen houdt nooit en nergens op.”

foto’s Wendy Vluggen