In 2011 kwamen 63 duizend Polen naar Nederland die aan de slag gingen als werknemer. Vijf jaar later waren er van deze groep nog 20 duizend in ons land, van wie 39 procent stond ingeschreven bij een gemeente. Zij hadden gemiddeld een hoger loon, vaker een vast contract en minder vaak perioden zonder werk dan de niet-ingeschrevenen. Dit meldt het CBS op basis van cijfers uit het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB).

Sinds 2004 is Polen lid van de Europese Unie. Vanaf 1 mei 2007 is het vrije werknemersverkeer van kracht en komen arbeidsmigranten uit Polen naar ons land. Vele Polen werk(t)en via een uitzendbureau, vaak in de agrarische sector, in tijdelijke dienstverbanden en tegen een relatief laag loon. Een deel van de Polen bleef voor korte tijd in ons land, sommigen vestigden zich hier en schreven zich in bij een gemeente.

Om te weten hoe de patronen van vestiging en vertrek precies verliepen, zijn de Polen gevolgd die in 2011 voor het eerst als werknemers naar Nederland kwamen. Hun baan- en inkomensgegevens zijn beschikbaar in het SSB.

In 2011 kwamen 63 duizend Polen naar Nederland om te werken. Na het eerste jaar vertrokken 26,8 duizend Polen. Van de 35,9 duizend die bleven schreven zich 5,7 duizend (16 procent) in bij een gemeente. In de daaropvolgende jaren vertrok een deel van de oorspronkelijke groep, een ander deel bleef. Kleine aantallen vertrekkers keerden bovendien later weer terug. In 2015 waren 43,1 duizend Polen niet meer in Nederland, 19,7 duizend Polen, 31 procent van het aantal van 2011, waren hier nog steeds, van wie 7,6 duizend (39 procent) stonden ingeschreven bij een gemeente.

Wie zijn deze blijvers? Er bleven meer vrouwen (35 procent van de groep van 2011) dan mannen (30 procent). Ook de middenleeftijden bleven, relatief veel jonge en oude Polen vertrokken. Onder de Polen die in 2015 in Nederland waren, hadden zich minder mannen (32 procent) dan vrouwen (48 procent) bij een gemeente ingeschreven. Ook jonge Polen en oudere Polen schreven zich minder vaak in.