Het is een vraag die een curator zo ongeveer als eerste stelt bij de afhandeling van een faillissement ‘Kunt u me de boekhouding even aanreiken?’ Het moet dan zelfs voor de meest doorgewinterde curator een verbijsterende ervaring zijn als het antwoord van de ondernemer in kwestie luidt: ‘Ik heb alles weggegooid.’

Toch was dat de reactie van een man uit Maastricht die samen met zijn vrouw met zo weinig succes een handeltje in membraam waterfilters had bestierd dat het binnen de kortste keren op de fles was gegaan. Zijn verklaring voor deze daad: pure frustratie. Het had van het begin af aan allemaal vreselijk tegengezeten. Klanten stonden bepaald niet in de rij voor dit toch revolutionaire waterbesparende product, de Italiaanse leverancier had het lelijk laten afweten en tot overmaat van ramp hadden hij en zijn vrouw ook nog eens zeer ernstige psychische problemen gekregen. Maak daar als curator dan nog maar eens wat van. Dat gaat helaas dan vermoedelijk ook niet lukken, schrijft hij in een tussentijds verslag.

Hij heeft het echtpaar laten weten dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur en mogelijk faillissementsfraude. Dat laatste is alleen verdraaid lastig aan te tonen als de administratie ontbreekt. Aflossing van de schuldenlast van ruim 20.000 euro zal volgens de curator ook geen eenvoudige missie worden. Het stel heeft zich weliswaar bereid verklaard een afbetalingsregeling te treffen, maar zit nu in de bijstand. Hoewel de curator meldt de moed nog niet te hebben opgegeven is zijn sombere voorlopige conclusie: ‘Verhaal lijkt onmogelijk.’