Bij Belgisch-Limburgse bedrijven kan optimisme niet meer stuk

De enquête Polsslag Ondernemend Limburg (POL) van Unizo Limburg en VKW Limburg, die elk kwartaal wordt gehouden onder de leden, toont aan dat de ondernemers in Belgisch-Limburg heel veel vertrouwen hebben in de nabije toekomst. Het optimisme kan niet meer stuk, valt te lezen op MadeinLimburg.be.

Sinds 2007 was de score nog nooit zo hoog. De productiesector en de dienstensector zijn de sterkhouders van de Limburgse economie. De groothandel neemt in vergelijking met de voorbije 4 kwartalen wat gas terug. De bouwsector blijft status quo en de detailhandel komt weer boven de nullijn.

Qua grootte kennen de grootste bedrijven met meer dan 250 werknemers opnieuw de hoogste score, weliswaar iets lager dan 3 maanden geleden. In alle andere groottecategorieën zijn de POL-cijfers duidelijk positief, met globaal gezien een toenemend ondernemersvertrouwen volgens grootte. Alleen bij de kleinste bedrijven met minder dan 5 werknemers is er sprake van een status quo.

En hoe komt dat? Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder van Unizo Limburg: “Dat we met ’n allen zo positief zijn, is een belangrijk signaal van onze ondernemers naar de politiek, om blijvend en versneld in te zetten op maatregelen ter ondersteuning van ondernemerschap en groei. De socio-economische maatregelen van de federale regering, verpakt in het ‘zomerakkoord’, omvatten alvast heel wat positieve zaken, waarmee het glas voor ons eerder halfvol dan halfleeg is. Maar we leggen de lat graag hoger. Want dat doen onze ondernemers ook. Willen we echt competitief zijn met de ons omringende landen, dan moeten we durven gaan voor een vol glas, met een stevige schuimkraag. En daar zijn (nog meer) structurele hervormingen voor nodig.”

Ruben Lemmens, gedelegeerd bestuurder van VKW Limburg vult aan: “Het jaar 2016 was al positief, en dit trend lijkt aan te houden tot minstens eind dit jaar. Deze vaststelling onderlijnt vooral dat positieve stimuli werken. De eerder al genomen hervormingsmaatregelen van de regering zijn door onze Limburgse bedrijven omgezet in daden en jobs, zoals beloofd. We moeten echter heel scherp blijven, want onze concullega’s in het buitenland staan ook absoluut niet stil. Zeker op vlak van de resterende loonhandicap van 9% en onze slechte mobiliteit is er nog veel werk aan de winkel…”

Bron: MadeinLimburg.be