Niet-financiële bedrijven in Nederland, zoals de industrie en de handel, hebben in 2017 een recordwinst geboekt. De brutowinst kwam uit op 218,1 miljard en dat blijkt zelfs een historisch hoogtepunt te betreffen, het is namelijk het hoogste bedrag sinds dit macro-economische cijfer in 1995 voor de eerste keer werd gemeten. In totaal ging het volgens het CBS om 21,5 miljard meer dan in 2016 ofwel bijna tien procent meer winst. De grote toename van de winst is voor de helft afkomstig van winsten van buitenlandse dochters. Vooral dochters in de petrochemie, zoals Shell, boekten opvallend veel meer winst.

Aandeelhouders hebben meegeprofiteerd van deze voorspoed, want ze konden 4,9 miljard extra dividend opstrijken. Een andere meevaller is dat de schuldenpositie van de niet-financiële bedrijven is verkleind met 14,2 miljard. Dit komt niet door extra schuldaflossingen, maar vooral omdat de euro het koerstechnisch zo goed doet. Hierdoor zijn leningen die afgesloten zijn in andere valuta gemiddeld minder op het budget gaan drukken. Een lichte tegenvaller voor de niet-financiële sector was er ook: de loonkosten zijn duidelijk iets gestegen. Die stijging komt natuurlijk vooral op het conto van de grote vraag naar arbeidskrachten. De historische winstcijfers zijn in 2017 ontstaan in de slipstream van de hoogconjunctuur, die met 3,2% groei van het bruto nationaal product (bnp) in 2017 ook al opvallend hoog uitpakte.