Het faillissement van Incasso- en Informatiecentrum Heerlen heeft een strafrechtelijk staartje gekregen. De curator ontdekte dat het echtpaar dat het incassobureau runde de boel heeft belazerd. In juridische termen wordt dat door hem geformuleerd als het ‘op bedrieglijke wijze en onder opgave van onjuiste mededelingen vergaren van gelden’. Maar de boodschap blijft hetzelfde.

Volgens de curator liet het incassobureau opdrachtgevers weten dat hun debiteuren niet konden betalen omdat ze in de schuldsanering zouden zijn beland. Ondertussen had het echtpaar zelf wel al geld geïnd. Man en vrouw probeerden hun praktijken te verdoezelen door klanten geen inzage te geven in hun eigen digitale dossiers. Die mogelijkheid werd geblokkeerd via een handigheidje in het softwareprogramma. De curator sleepte het echtpaar voor de strafrechter. Die oordeelde dat de vrouw 30.000 euro moet betalen ter aanvulling van het tekort in het faillissement. Haar man ging vrijuit omdat hij geen ‘feitelijk bestuurder’ zou zijn. De curator is het daar volstrekt niet mee eens. Hij is ervan overtuigd dat ook de echtgenoot een kwalijke rol heeft gespeeld. Omdat de bereidheid tot terugbetaling volgens hem sowieso ver te zoeken is, heeft hij hoger beroep tegen dit vonnis aangetekend.