Kantonrechter gelooft niets van schrikbewind en terreur bij Flanderijn en Boers Maastricht

Het zal je maar gebeuren. Je werkgever wil van je af en je leest in het ontbindingsverzoek het volgende (citaat uit het vonnis van de kantonrechter):

Het verzoekschrift bestaat – naast de hiervoor reeds aangehaalde ‘opstapjes’, waarover later meer – louter uit veertien verklaringen van werknemers van Flanderijn, die na de ziekmelding van de vestigingsmanager op 23 januari 2017 over haar hebben geklaagd. Volgens Flanderijn zijn die verklaringen zo schokkend dat daaruit volgt dat de manager  ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Er zou sprake zijn van een door haar gevoerd ‘schrikbewind’ en ‘terreur’. Pas na de ziekmelding van de manager hebben werknemers het aangedurfd om een boekje open te doen over de manier waarop zij misbruik heeft gemaakt van haar leidinggevende positie, waarbij zij haar personeel volledig heeft uitgebuit, aldus Flanderijn. Het ontbindingsverzoek is gebaseerd op dit ernstig verwijtbare gedrag van de manager.

Het is de eerste keer dat de vestigingsmanager daarvan hoort.

De nu 57-jarige manager – al afkomstig uit de Flanderijn-stal uit Haarlem – leidde vanaf het begin in 2011  de vestiging in Maastricht. De vestiging van Flanderijn en Boers in Maastricht is niet het succes geworden wat Flanderijn had gehoopt. In 2016 wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

Rond de jaarwisseling 2016/2017 werd de manager ziek en speelde er een overstap van haar naar Amsterdam. Die overstap ging niet door. In Maastricht werd het grootste deel van 2017 de leiding waargenomen door een manager uit Venray. Flanderijn stuurde aan op een vertrekt van de Maastrichtse manager.

Citaat:

Pas met de ontvangst van het ontbindingsverzoek werd de manager geconfronteerd met de redenen voor dat besluit van Flanderijn. Dat is veel te laat. De manager heeft voorafgaand aan deze procedure geen enkel moment haar kant van het verhaal kunnen doen. Het beginsel van hoor wederhoor – dat ook door een goed werkgever in acht dient te worden genomen – is door de handelswijze van Flanderijn op grovelijke wijze veronachtzaamd. Verder is de manager niet in de gelegenheid is gesteld om haar gedrag – voor zover dat niet correspondeerde met het gedrag dat van een vestigingsmanager verwacht mocht worden – te verbeteren. Een schriftelijk vastgelegd verbetertraject ontbreekt geheel.

De rechter gelooft niets van een angstcultuur:

Dat er sprake was van zo’n ‘angstcultuur’ dat geen enkele werknemer het heeft aangedurfd om vóór de ziekmelding van de manager daarover bij de directie in Rotterdam te klagen, gaat er bij de kantonrechter niet in. Uit de stukken blijkt dat er heel regelmatig collega’s van het hoofdkantoor (voor bijvoorbeeld audits) over de vloer in Maastricht kwamen. Voorts moesten de Maastrichtse medewerkers, zo blijkt eveneens uit de stukken, regelmatig in Rotterdam komen (bijvoorbeeld bij medewerkers van P&O om verlengingen van arbeidsovereenkomsten te formaliseren of het volgen van trainingen). Heeft geen enkele van die veertien werknemers – waarvan Flanderijn nu verklaringen in het geding heeft gebracht – het aangedurfd om signalen over het gedrag van de manager tijdens een van die ontmoetingen met ‘Rotterdam’ aan te kaarten? Een aantal van die verklaringen is nota bene afgelegd door (toegevoegd) gerechtsdeurwaarders. Vanwege die functie moeten zij toch in staat worden geacht om communicatief vaardig te zijn en stevig in de schoenen te staan. Maar ook zij hebben het niet aangedurfd om eerder aan de bel te trekken? En waarom, als die gedragingen van de manager echt zo ernstig zijn als Flanderijn wil doen geloven, zijn die pas eind januari/begin februari 2017 op tafel gekomen terwijl de manager al vanaf 1 mei 2011 leiding geeft aan de Maastrichtse vestiging?

Waarna de rechter de gevraagde ontbinding van de arbeidsovereenkomst afwijst. Flanderijn zal verder moeten met de manager.

Al komt dat in de praktijk vaak erop neer dat alsnog onderhandeld wordt over een hogere afkoopsom. In deze zaak vroeg de manager in elk geval al om een schadevergoeding die opgeteld richting de twee ton ging.