Limburgers dwingen KLM op de knieën na geannuleerde vlucht (hoge boete voor korte vlucht)

Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Limburg. De reizigers hebben een reis geboekt via het Spaanse reisbureau eDreams met meerdere vliegtuigmaatschappijen tussen Amsterdam en Bali.

KLM zou daarbij de eerste vlucht doen, tussen Amsterdam en Frankfurt. Daarna zou Malaysia Airlines de vlucht overnemen en onder meer in Maleisië landen voordat de vlucht doorging naar Indonesië. KLM annuleerde de vlucht tussen Amsterdam en Frankfurt. De Nederlandse maatschappij bood daarop aan om de reizigers rechtstreeks te laten vliegen tussen Amsterdam en Bali. Dat gebeurde met acht uur vertraging op de door het Spaanse reisbureau oorspronkelijk aangeboden en door de reizigers geaccepteerd reisplan.

Compensatie

KLM wilde de reizigers € 250 schadevergoeding betalen. De reizigers waren het er niet meer eens en vroegen om € 600 per persoon, oftewel de maximum vergoeding die is vastgesteld door het Europees Parlement.

De uitspraak:

‘De kantonrechter komt gelet op deze jurisprudentie tot de volgende overwegingen.

De oorspronkelijk door [eisers] geboekte heenreis bij eDreams betrof het vervoer door de lucht van Amsterdam naar Denpasar op 11/12 augustus 2014 door middel van een door eDreams vastgesteld traject en planning. Ook de boardingpass maakt melding van een reis van Amsterdam naar Denpasar. Daar maakte de vlucht van Amsterdam naar Frankfurt onderdeel van uit. Anders dan KLM betoogt, is het niet relevant dat KLM geen contractspartij van [eisers] was en derhalve geen betrokkenheid bij de vlucht Amsterdam-Frankfurt had. De verordening schrijft blijkens de definitie in artikel 2 sub b niet voor dat er een rechtstreekse contractuele relatie met de passagier noodzakelijk is. Een andere uitleg zou leiden tot schending van het gelijkheidsbeginsel bij passagiers die zich in een zelfde situatie bevinden, namelijk enerzijds passagiers die aansluitende vluchten hebben die onderdeel uitmaken van één ‘boeking’ en door dezelfde maatschappij worden uitgevoerd en anderzijds passagiers die aansluitende vluchten hebben die onderdeel uitmaken van één ‘boeking’ maar die door verschillende maatschappijen worden uitgevoerd (de zogenoemde code-sharing). Een dergelijk onderscheid laat de Verordening niet toe. Op KLM rustte derhalve de verplichting om te voldoen aan hetgeen van haar werd verwacht, namelijk conform het reisschema de vlucht van Amsterdam naar Frankfurt te verzorgen, welke vlucht – zoals gezegd – onderdeel uitmaakte van de reis met als eindbestemming Denpasar.

Dat Denpasar de eindebestemming van de reis van [eisers] is geweest volgt uit de omschrijving die het HvJ EU in het arrest Folkert daaraan heeft gegeven. Denpasar was immers de bestemming van de laatste vlucht die [eisers] zou hebben genomen, zodat dit heeft te gelden als eindbestemming. Aldus is het standpunt van KLM dat Frankfurt als eindbestemming heeft te gelden, onhoudbaar. De kantonrechter ziet zich bovendien in dit oordeel gesteund door de omstandigheid dat KLM een vervangende vlucht heeft aangeboden en verzorgd voor [eisers] naar Denpasar en niet naar Frankfurt. Indien Frankfurt als eindbestemming had te gelden, dan valt niet in te zien waarom KLM vervolgens (onverplicht) zorg draagt voor een verdere reis.
Tussen partijen is verder niet in geschil dat [eisers] als gevolg van het annuleren van de oorspronkelijke vlucht van KLM met een vertraging van (minimaal) acht uur is aangekomen in Denpasar ten opzichte van de volgens het vluchtschema geplande aankomsttijd. Gelet op de hiervoor weergegeven jurisprudentie van het HvJ EU is die omstandigheid beslissend bij de vraag of er aanspraak kan worden gemaakt op de compensatievergoeding als bedoeld in artikel 7 van de Verordening. Nu deze vertraging haar oorzaak vindt in de annulering van de door KLM aanvankelijk uit te voeren vlucht, is KLM aansprakelijk voor de compensatie op de voet van artikel 7 van de Verordening. Dat er sprake was van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening – op grond waarvan de compensatieplicht terzijde kan worden geschoven – is niet gesteld.

De slotsom is dat [eisers] terecht aanspraak maakt op vergoeding van
€ 600,00 per persoon als gevolg van de vertraging die zij door KLM hebben geleden’.

Kijk hier voor de volledige uitspraak.