Een makelaar uit Parkstad die naarstig op zoek is naar een nieuwe baan komt niet onder het concurrentiebeding uit dat hij was overeen gekomen met zijn vroegere baas. In zijn arbeidscontract was de bepaling opgenomen dat de makelaar bij vertrek twee jaar lang binnen een straal van dertig kilometer niet aan de slag mocht gaan bij een concurrerende makelaardij. Dit op straffe van een boete van 5.000 euro per overtreding en 500 euro voor elke dag dat die voortduurde.

De makelaar was een jaar in dienst toen hij een aanbod kreeg van een ander kantoor in de regio. Hij zou er qua salaris behoorlijk op vooruit gaan en had er ook meer doorgroeimogelijkheden. Voor hem was dat reden ondanks de gemaakte afspraken zijn baan op te zeggen en in kort geding bij de kantonrechter in Maastricht te eisen het concurrentiebeding van tafel te vegen. Volgens de makelaar was hij onvoldoende op de consequenties gewezen en was hij ook te kort in dienst geweest om over concurrentiegevoelige informatie te kunnen beschikken.

In afwachting van de uitspraak begon hij alvast bij zijn nieuwe werkgever. Maar de vreugde was van korte duur. De kantonrechter willigde zijn eis niet in en om hoge boetes te voorkomen moest hij noodgedwongen na twee weken alweer zijn ontslag indienen. De makelaar probeerde nog zijn eerste baas te overreden hem terug in dienst te nemen, maar die had daar geen oren naar. De makelaar verdient nu zijn boterham als back office medewerker bij een verzekeringsmaatschappij en dat is volgens hem ver beneden zijn niveau. Toch zit een terugkeer in de Zuid-Limburgse makelaarswereld er voorlopig niet in. Het hoger beroep dat hij bij het gerechtshof in Den Bosch indiende tegen het vonnis van de kantonrechter werd verworpen.