Max Verstappen wint rechtzaak tegen Supermarkt Picnic

De Formule 1-coureur had geen toestemming gegeven voor de lookalike. Picnic moet Verstappen daarom een schadevergoeding betalen oordeelde de rechtbank in Amsterdam. De hoogte hiervan wordt later vastgesteld.

Twee keer snelle thuisbezorging
Picnic plaatste op 28 september vorig jaar een filmpje op Facebook waarin een sterk op Verstappen lijkende acteur voor het bedrijf boodschappen bij klanten thuis afleverde. Het bedrijf haakte daarmee in op een reclamecampagne van supermarkt Jumbo, die de dag ervoor was gelanceerd. Daarin speelde de echte Max Verstappen eveneens een thuisbezorger. Verstappen had voor de commercial van Picnic geen toestemming gegeven. Bij de rechter eiste hij dat het filmpje onrechtmatig zou worden verklaard en dat Picnic zou worden veroordeeld tot het betalen van 350.000 euro.

Lookalike schendt portretrech
In een eerdere procedure werd een verzoek van Verstappen om voor dat bedrag beslag te leggen op de rekeningen van Picnic nog afgewezen. In deze bodemprocedure stelt de rechter Verstappen nu wel in het gelijk. Ten eerste oordeelde de rechter dat de commercial het portretrecht van Verstappen schendt, ook al gaat het slechts om een lookalike. De acteur vertoont alle karakteristieke kenmerken van het portret van Verstappen: dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur.

Commercieel belang
Ten tweede oordeelde de rechter dat het belang van Verstappen om zich tegen het gebruik van zijn portret te verzetten zwaarder weegt dan het recht op vrije meningsuiting van Picnic. Verstappen moet zelf kunnen bepalen of hij zijn populariteit in wil zetten voor commerciële activiteiten. Dat de commercial van Picnic duidelijk een parodie is op de reclame van Jumbo verandert hier niets aan. Het blijft immers een commerciële uiting die het portret van Verstappen ook commercieel exploiteert.

Vergoeding
Verstappen had geëist dat Picnic 350.000 euro zou betalen voor het inzetten van de lookalike. Die claim vond de rechter echter onvoldoende onderbouwd. De coureur en zijn management krijgen nu tot 18 oktober de tijd om de hoogte van de te betalen schadevergoeding te motiveren.