Meer dan helft tussen 2006 en 2009 gekochte huizen met verlies verkocht

In het afgelopen kwartaal steeg de gemiddelde woningprijs naar het hoogste niveau ooit. Desondanks worden er nog steeds woningen met verlies verkocht en staan veel woningkopers op een virtueel verlies. Calcasa vergeleek de verkoopprijs van in 2016 en 2017 verkochte woningen met hun oorspronkelijke aankoopprijs (daadwerkelijk winst/verlies) en onderzocht of de geïndexeerde koopsom hoger of lager uitvalt dan de originele koopsom (virtueel winst/verlies). De resultaten zijn conservatief: inflatiecorrectie en overdrachtsbelasting zijn voor het onderzoek buiten beschouwing gelaten.

In Nederland lijden 340.000 woningeigenaren nog virtueel verlies, op basis van de vergelijking van hun aankoopprijs versus de huidige woningwaarde. Dit wordt berekend door de aankoopprijs te indexeren met de Calcasa WoningprijsindeX op CBS buurtniveau. In deze vergelijking is steeds alleen de laatste aankoop van een woning meegenomen. Met andere woorden: kopers die hun verlies al hebben genomen worden niet meegeteld in deze analyse. De meeste van deze woningen liggen in het oosten en het zuiden van het land; daar geldt voor respectievelijk 120.000 en 127.000 woningen dat de huidige woningwaarde lager is dan de aankoopprijs. In het westen van het land is dit aantal aanzienlijk lager; daar lijden nog maar 34.000 woningeigenaren een virtueel verlies.

In het derde kwartaal van 2008 piekte de gemiddelde woningwaarde met 262 duizend euro. Dit was op het hoogtepunt van de kredietcrisis, waarna de woningprijs zakte naar 222 duizend euro in 2013. Sindsdien zijn de woningprijzen weer gestegen naar een nieuwe piek van 266 duizend euro. Het verschil in herstel is echter groot per gemeente. Alleen rond Amsterdam, Utrecht en Rotterdam liggen de woningprijzen meer dan 10% hoger dan de vorige piek in 2008.