Nieuwe winkelcapaciteit Maastricht (Sphinxkwartier en Belvedère) gevaar voor leegstand

Belangrijkste conclusies uit het rapport van de RekenKamer.

“Op dit moment trekt de economie weer aan. In het licht van de structurele druk op de detailhandel, de ambities van Maastricht als winkelstad en de nieuwe capaciteit in Sphinxkwartier en Belvedère is alertheid inzake leegstandsontwikkeling geboden.”

“Vanuit die optiek acht de rekenkamer het intensiveren van de relatie met vastgoedeigenaren en het (her)overwegen van een leegstandsverordening raadzaam. Ook is een sterk promotie- en acquisitiebeleid geboden. Tot slot beveelt de rekenkamer aan om wat meer werk te maken van de leegstandsbestrijding in de zogenoemde aanloopstraten. De aandacht is nu vooral gericht op de ontwikkeling van de clusters die als kansrijk worden bestempeld, terwijl de ontwikkeling dan wel sanering van capaciteit in de minder kansrijke gebieden geen prioriteit heeft.”

De Rekenkamer Maastricht heeft in de tweede helft van 2016 onderzocht wat de gemeente Maastricht doet om de winkelleegstand in het centrum van de stad te voorkomen en te bestrijden. Aanleiding hiervoor waren de veranderende retailmarkt in Nederland, de leegstandscijfers in Maastricht en de herijking van het Maastrichtse detailhandelsbeleid. Voor Maastricht is een vitaal winkelgebied van groot economisch belang. Winkelen is de belangrijkste reden voor mensen om Maastricht te bezoeken.
Het onderzoek laat zien dat de gemeente zich bij het vormgeven van haar beleid baseert op degelijke analyses en onderzoeken naar ontwikkelingen en trends in de retailmarkt. De gemeente heeft goed zicht op de ontwikkeling van de winkelleegstand in Maastricht en de regio. Het gemeentelijke detailhandelsbeleid legt heldere kaders vast voor de gewenste structuur die de noodzakelijke duidelijkheid verschaft aan marktpartijen. Onder andere via het verzelfstandigde centrummanagement wordt actief invulling gegeven aan projecten om de bestaande centrumfunctie te versterken.
De rekenkamer stelt vast dat de gemeente terecht als uitgangspunt hanteert dat de mogelijkheden van een gemeentelijke overheid om de detailhandel vorm te geven en te beïnvloeden beperkt zijn. Binnen die mogelijkheden maakt de gemeente gebruik van de meeste beschikbare instrumenten. De rekenkamer beveelt het college aan om de afwegingen ten aanzien van de inzet van de diverse instrumenten expliciet(er) zichtbaar te maken voor de raad.