Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag in de rechtbank in Rotterdam gevangenisstraffen tot 30 maanden –waarvan zes maanden voorwaardelijk- geëist tegen twee bestuurders (vader en zoon) van Verenigde Apotheken Limburg B.V. Het OM verwijt hen het jarenlang en stelselmatig opzettelijk onjuist declareren van medicijnen bij zorgverzekeraars. Verenigde Apotheken Limburg heeft bijna 50 vestigingen in Limburg.

De verweten fraude kwam aan het licht doordat een oplettende patiënt een melding deed bij zorgverzekeraar VGZ. De zorgverzekeraar deed aangifte en Inspectie SZW startte een strafrechtelijk onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat Verenigde Apotheken Limburg B.V voor de onderzochte periode van ruim drie jaar, circa 3.600.000 maal opzettelijk andere medicijnen declareerden bij zorgverzekeraars dan dat zij aan de patiënten meegaven. Verzekeraars geven aan apothekers aan welke medicijnen zij vergoeden (preferente medicijnen) en welke medicijnen niet vergoed worden (niet-preferente medicijnen). Uit onderzoek blijkt dat de apothekersorganisatie preferente medicijnen in rekening bracht bij de zorgverzekeraar, terwijl de cliënten van de apotheek niet-preferente medicijnen ontvingen. Het computersysteem op het hoofdkantoor veranderde automatisch de uitgegeven medicijnen in de preferente medicijnen. De verdachten zouden dit volgens het OM hebben gedaan om er zelf beter van te worden. Het leidde tot bedrijfsmatige besparingen zoals minder voorraden, logistiek, opslag, personeel en er kon door veel bestellingen van een zelfde merk een volume voordeel gehaald worden. Concurrenten die zich wel aan de regels hielden haalden dat voordeel niet.

Fraude ondermijnt stelsel
De bestuurders hebben volgens het OM met hun handelen het Nederlandse zorgstelsel ondermijnd: “Het preferentiebeleid is landelijk geldend beleid dat tot gevolg heeft gehad dat de zorgkosten fors zijn gedaald. Daarvan profiteert de hele samenleving. Het zorgstelsel moet betaalbaar blijven. Dat is in het belang van een ieder, dus ook in het belang van patiënten.” Beide bestuurders hebben het vertrouwen dat in hen gesteld was geschonden, zeiden de officieren van justitie op zitting: “Apothekers hebben een prominente rol in de geneesmiddelenvoorziening. Het zijn medische beroepsbeoefenaren die een bijzondere wettelijke status genieten als medisch geheimhouder en verschoningsgerechtigde. Van hen wordt verwacht dat zij hun beroep in de volle breedte volstrekt integer uitoefenen. Zorgverzekeraars, patiënten en de maatschappij moeten erop kunnen vertrouwen dat apothekers hun werk op alle fronten volstrekt eerlijk en oprecht uitoefenen, en daarbij ook juiste declaraties indienen.” En dat deden deze apothekers niet, aldus de officieren. “Het gemak waarmee de valse declaraties werden ingediend laat zien dat verdachten geen enkel norm en plichtsbesef hebben.”

Mede daarom vindt het OM een gevangenisstraf van 30 maanden – waarvan zes maanden voorwaardelijk- passend voor beide bestuurders. Het OM eiste tegen de apothekersorganisatie een boete van 800.000 euro. “Dat lijkt fors, maar als je het afzet tegen 3.600.000 valse recepten komt het uit op een geldboete van 4,5 cent per omgezet recept”, rekenden de officieren op zitting voor.

Op zitting werd ook een ontnemingsvordering aangekondigd. Via de ontnemingsvordering verzoekt de officier de rechter te bepalen dat de verdachte(n) het financiële voordeel, dat de verdachte volgens de officier van justitie heeft behaald met zijn vermeende criminele activiteiten, terugbetaalt aan de staat.

De twee bestuurders ontkennen dat ze doelbewust hebben gefraudeerd. Het gaat om boekhoudkundige handelingen. Wanneer de rechtbank in Rotterdam uitspraak doet, is nog niet bekend.