Omgedraaide wereld: geld personeelsvereniging verduisteren en vergoedingen eisen van werkgever

Soms moet je een arbeidszaak twee keer lezen om te geloven of er echt staat wat er staat.

Een 40-jarige kassamedewerkster van een supermarkt in Hoensbroek – in dienst sinds 2009 – wordt penningmeester van een in 2011 nieuw opgerichte personeelsvereniging (PV) van diezelfde supermarkt. Vervolgens komt na jaren aan het licht dat er ten onrechte gelden worden afgehaald met een van de twee pinpasjes van de PV, die de penningmeester in bezit heeft. Dat gaat zelfs door nadat de medewerkster al langer ziek thuis zit. Bij de Rabo in Hoensbroek worden dan nog bedragen gepind van 200 en 500 euro, die even later worden bijgeschreven op de privé-rekening van de penningmeester. Het zijn opnames in een lange rij merkwaardige opnames (tanken, uitgaven op een vakantiepark) waarvoor geen verklaring komt van de penningmeester, als ze daar uiteindelijk mee geconfronteerd wordt.

In juli 2017 volgt een ontslag op staande voet. De eigenaren van de supermarkt doen ook aangifte bij de politie van verduistering. Die verhoren de vrouw maar krijgen geen verklaring te horen: ze beroept zich op haar zwijgrecht.

Vervolgens spant de vrouw een rechtszaak aan tegen haar voormalige werkgever. Ze vraagt middels haar advocaat mr. P.H.A. Jacobs de rechter de supermarkt-VOF en haar vennoten hoofdelijk te  veroordelen tot betaling aan haar van:

 a) een billijke vergoeding ad € 14.653,34 bruto;

b) een transitievergoeding ad € 5.861,35 bruto;

c) een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ad € 2.817,96 bruto;

d) de kosten van deze procedure.

Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst niet onverwijld is opgezegd en dat er geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging. Omdat er sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie, respecteert zij de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

De rechter wijst alle gevraagde vergoedingen van de hand. In zijn motivering gaat hij ook uitvoerig in op de houding van de vrouw, die ter zitting ook geen duidelijkheid wil geven over wat er met de gelden is gebeurd, danwel daar een onsamenhangend verhaal over vertelt. Een verhaal dat bovendien soms afwijkend is van wat haar advocaat op papier heeft gezet.

Verder heeft de kantonrechter [verzoekster] de betalingen met de pinpas bij Intertoys Noordwijk (op 1 april 2014 ten bedrage van € 129,00) en bij Shell (!) Hoensbroek (op 24 juli 2014 ten bedrage van € 42,31) voorgehouden. Ook daarvoor heeft [verzoekster] geen (begin van) een verklaring kunnen geven. Datzelfde geldt voor het door [verzoekster] gestelde tweede personeelsfeest (naast het hiervoor reeds genoemde personeelsfeest bij de [naam 2] ). Zij kan niet aangeven wanneer dat personeelsfeest is geweest en wat er dan precies door haar met de pinpas is betaald. Van een dergelijk groot evenement zou toch zeker iets te rubriceren moeten zijn. Dat is echter niet zo.

Het is duidelijk: de rechter is er klaar mee.