Altijd wat met onderzoeksopdracht aan commercieel BING, nu over vermeend machtsmisbruik in Leudal

Een (meestal integriteits-) onderzoek door het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten geeft bijna per definitie aanleiding tot gedoe. Nu is dat het geval in Leudal. BING rapporteerde desgevraagd over de aantijging dat wethouder Walraven zich schuldig zou maken aan machtsmisbruik en willekeur rond de handhaving van de vergunning van taxibedrijf Horn Tours.

Op voorhand is de heisa te voorspellen. De bijzonder slim gekozen naam van BING doet vermoeden dat er een band is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de officiële lobbyclub van de gemeenten. Niets is minder waar. BING is gewoon een commercieel bureau. En daar begint op twee manieren de ellende. Eén: Wie betaalt, bepaalt. zo wil het spreekwoord. Twee: een commercieel bureau bepleit vrijwel altijd (zo heb ik in ruim een kwart eeuw journalistiek gezien) dat er nader onderzoek nodig is om betere conclusies te trekken. Dat laatste is logisch: werk hebben is niks, werk houden is de kunst.

Als BING rapporteert op een wijze die de opdrachtgever goed uitkomt, is die er als de kippen bij om de uitkomst bekend te maken. Burgemeester Verhoeven doet niet anders. Hij zegt zonder het rapport zelf vrij te geven dat ‘geen van de aantijgingen zijn bewezen’. Voor de aanklagers van de casus is dat zo nooit te accepteren.

Zeker niet als blijkt dat De Limburger met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur documenten over het onderzoek in handen heeft gekregen, waarin die formulering van de burgemeester letterlijk niet is te vinden. Dan doemt meteen nog een derde soort van ellende op als het gaat om de duiding van BING-conclusies. Wat staat er eigenlijk.? De gebezigde taal kan op velerlei manieren worden uitgelegd, zo weten juristen. Taalkundig, wetssystematisch (hoe zit een systeem van regels in elkaar), wetshistorisch, teleologisch (naar het doel) of extensief. Taalkunstenaars kunnen dus alle kanten op met de kwalificatie van BING dat ‘niet kon vaststellen of er (oneigenlijke) druk was uitgeoefend op de ambtelijke organisatie c.q. individuele ambtenaren.’

Bekend taalspelletje. Voor de burgemeester is ‘niet kunnen vaststellen’ dus hetzelfde als ‘niet bewezen’. Tegenstanders zullen er met hetzelfde gemak in lezen: als je het niet kunt vaststellen, wil het niet zeggen dat het er niet is.

In de gemeenteraad van vanavond komt het rapport aan de orde. Daar zal de tweestrijd ongetwijfeld aan de orde komen. Dat is ook een vast patroon als in een gemeenteraad rapporten van BING worden besproken.

En die tweestrijd is ook precies wat BING nodig heeft, want twee andere conclusies van BING bepleiten: ‘…een vervolg op het vooronderzoek…’ en ‘… zou een breder onderzoek vergen…’

Bij de heisa rond BING (Maastricht/Hoen, Servatius/Verzijlbergh, Schiedam/Verver) speelt mee dat het bureau tot enkele jaren geleden nog vaak zelf in opspraak is geweest, onder meer door misstappen van onderzoeker accountant Jaap ten Wolde. Hij werd diverse keren berispt.

Nu zal BING altijd claimen dat deze analyse onjuist is, omdat het bureau onafhankelijk en onpartijdig – en ongetwijfeld volgens de hoogste standaarden die er maar te vinden zijn – onderzoek doet. Het zal wel.

De raad doet er goed aan het rapport openbaar te maken en over te gaan tot de orde van de dag.  Als de lokale politiek volwassen is, zou ze geen behoefte moeten hebben aan een BING-rapportage.

Maurice Ubags