Brede denktank nodig na grote opruiming lobbyclubs Limburg

Wat is loos in het Limburgse land van zwaar gesubsidieerde lobby-, brandings- en netwerkorganisaties? Connect Limburg, Leisure Port en LED (Limburg Economic Development) zijn de afgelopen weken een voor een vroegtijdig aan hun einde gekomen. De politiek – in het provinciehuis, in gemeenten in Midden- en Noord Limburg en in Zuid-Limburg – was er klaar mee. Voor alledrie geldt: gebrek aan resultaat. En misschien nog wel belangrijker voor de politiek: gebrek aan zichtbaar resultaat.

De versnippering in het ‘framen’  van Limburg, of dat nu economisch, toeristisch of bestuurlijk (in Den Haag) is, is een slechte zaak. Er zijn te veel VVV’s in Limburg die elkaar soms de tent uitvechten. Er zijn te veel lobby- en netwerkclubs die zich ieder voor een deelbelang van de Limburgse economie inzetten. Er zijn te veel kleine gemeenten die elkaar in de weg lopen. Kijk naar Parkstad: een hele grote stad voor Google Earth, maar in Den Haag een optelsom van probleemgemeenten. Nu spant Brunssum weer eens de kroon.

Al dat postzegeldenken leidt tot niks. 1 + 1 = 1. Dat idee.

De provincie wil zoals in vele dossiers de regie naar zich toetrekken. Gedeputeerde Ger Koopmans ontpopt zich steeds meer als machtspoliticus/doener van het zuiverste water. De macht van de provincie is voor een deel de macht van het kapitaal van diezelfde – rijke – provincie. Bijna dagelijks worden miljoenen als pepernoten rondgestrooid ‘in een of andere hoek’. De profploeg van Tom Dumoullin – Sunweb – is maar wat blij met  een donatie van 750.000 euro.

Ik heb het al eerder betoogd. Het is tijd dat inhoud boven vorm moet gaan: laat de feiten voor zich spreken. Daar kan een argument aan toegevoegd worden: stop met de versnippering van alle clubs die tot doel hebben Limburg ‘op de kaart te zetten’. Voor wie het niet nog weet: We staan al eeuwen lang op de kaart.

Wat nodig is: een brede denktank. Nodig een filosoof als Govert Derix uit om een discussie te leiden waarin we op zoek gaan naar antwoorden op essentiële vragen. Hoe willen we leven in Zuid-Limburg? Wat is onze identiteit? Wat is kenmerkend voor de kracht van onze economie? Waarom lukt het ons niet bestuurlijk grotere stappen te zetten?  Durven we te erkennen dat in de internationale branding Maastricht het uithangbord van heel Limburg moet zijn? Wat kunnen we leren van onze rijke verenigingscultuur? Hoe kunnen we de lange grenzen  met het België en Duitsland slechten? Hoe kunnen we de Limburgse werknemers een veilig gevoel geven in de geglobaliseerde wereld? Hoe kunnen we jonge talenten verleiden hier te blijven? En zo zijn nog wel wat vragen te bedenken.

Laten we eerst die exercitie maken en laten we daarna afspreken dat de vorm de inhoud volgt. Dan kunnen we daarna altijd nog een filmpje of weer een nieuw Limburg-logo maken.

Maurice Ubags