Dapper en innovatief: Heerlen zet Kraakwet in tegen leegstand (gedwongen vulling panden)

Grote problemen vragen om groots denken. Heerlen laat zien dat het groots durft te denken. De stad wil toe naar een Leegstandsverordening, waarbij gebruik wordt gemaakt van mogelijkheden uit de Kraakwet. Een wet die in het ultieme geval ertoe kan leiden dat een vastgoedeigenaar wiens pand meer dan een jaar leeg staat, een door de gemeente aangedragen huurder moet accepteren of zelf binnen drie maanden met een andere huurder op de proppen moet komen.

Met die mogelijkheid achter de hand wil Heerlen – om te beginnen – in Heerlen-centrum en Hoensbroek-centrum leegstand actief gaan bestrijden. In andere kernen die niet vallen in de zogenoemde kansenkaart die over de gemeente is gelegd, wordt leegstand niet actief bestreden.

De problemen voor Heerlen zijn groots: leegstand in winkels en kantoren wordt veroorzaakt door ‘te veel gebouwd in het verleden’ (waarvoor de stad zelf nu ook expliciet schuld erkent), door online-shoppen, door thuiswerken en werken in kantoortuinen en door bevolkingskrimp. Voor Heerlen – en de rest van de Parkstad – is er nog een extra probleem: in het rijke mijnverleden werden heel veel kernen gebouwd met allemaal een eigen winkelcentrum of winkelvoorzieningen. Daar is in deze tijden nauwelijks nog draagvlak voor.

Heerlen toont nu ook realiteitszin: niet alle leegstand zal meer worden opgevuld. En Heerlen kiest er nu heel duidelijk voor niet meer alle ballen in de lucht te willen houden. Focus en prioriteiten in plaats van pamperen en versnippering in stand houden.

Met het dwingen van de markt – de lokaal sterke SP zal er minder moeite mee hebben dan de lokale VVD – wordt Heerlen nu (in VVD-termen) een wel heel strenge marktmeester. Een marktmeester die uiteraard vooreerst liefst in gesprek gaat met vastgoedeigenaren om hen te overtuigen goedschiks mee te werken aan een groter ruimtelijk plan. Maar als het niet goedschiks lukt, dan is er wel een stok achter de deur. Gedwongen vulling.

Zo’n duidelijke stellingname heeft natuurlijk een selffulfilling aspect. Nu duidelijk is in welke gebieden de gemeente de kansen ziet voor bepaalde clusters, is ook duidelijk welke winkels en kantoorpanden afgeschreven kunnen worden. Het geeft de markt veel duidelijkheid en de markt zal zich daar hoe dan ook naar gaan gedragen. Prijzen van panden die op de kansenkaart niet meedoen, zullen verder dalen. Prijzen van vastgoed in de stadsdelen waar het wel moet gebeuren, zullen daar nu minder last van hebben.

Heerlen valt te prijzen om deze aanpak: de problemen zijn als gevolg van ruimtelijke planning in het mijnverleden nu te groot om alleen de markt zijn zuiverende werk te laten doen. Het vergt nu andermaal planning van hogerhand om de stad winkelcentra te geven die gezond kunnen functioneren.

Keerzijde van dat verhaal is natuurlijk dat op bestaand – nauwelijks nog te verhuren – vastgoed dat al langer leegstaat wel al veel is afgeschreven, maar dat voor menig pandeigenaar de gifbeker nog lang niet leeg is.  Voor degenen die niet op de kansenkaart staan, is de nieuwe werkelijkheid in Heerlen een zure boodschap.

Maurice Ubags