Geen enkele empathie rechtbank in vonnis voor medewerkers COA

In elk asielzoekerscentrum liggen spanningen kort onder de oppervlakte. Dat heeft zeer waarschijnlijk alles te maken met de vaak langdurige onzekere situatie waarin veel asielzoekers verkeren. Asielzoekers kunnen getraumatiseerd zijn, in centra kunnen culturen botsen.

Incidenten, geweldsincidenten, zullen medewerkers van het COA dan ook niet vreemd zijn. Als zij aangifte doen, is er op zijn minst in hun eigen beleving een grens overschreden.

In Maastricht is er een wat de rechtbank noemt “heftig incident” geweest in september vorig jaar. Een asielzoeker is doorgedraaid, pakt een mes en begint zichzelf te verwonden. Daarbij komt weefsel open te liggen. Twee begeleiders zijn erbij en een van hen voelt zich ernstig bedreigd als de asielzoeker met een mes in de richting van zijn buik zwaait. Hij doet aangifte.

Wat volgt is een algehele vrijspraak. De rechtbank  wil nog wel aannemen dat gebeurd is, zoals iedereen verklaart wat gebeurd is. Lees maar mee: De verklaring van de verdachte sluit niet uit wat [slachtoffer] en [getuige] zeggen te hebben waargenomen, namelijk dat de verdachte met zijn mes een beweging richting [slachtoffer] maakte. 

Wat volgt is een juridische redenering over opzet in het strafrecht. Er zit kennelijk wel een groot verschil tussen het handelen en de bedoelingen van de verdachte en hoe zijn handelen op [slachtoffer] en [getuige] is overgekomen.

Volgens de rechtbank hoefden de medewerkers van het COA niet voor hun leven te vrezen of te vrezen dat ze ernstig gewond zouden raken. Er kan wel wettig bewijs zijn voor het gebeurde, maar de overtuiging bij de rechtbank (de conviction intime zoals de Fransen zeggen) dat er sprake is van een bedreiging ontbreekt. En dus volgt vrijspraak. En omdat vrijspraak volgt, moet ook het mes terug gegeven worden aan de asielzoeker. Einde verhaal.

De beslissing van de rechtbank hebben we te respecteren. Juridisch ongetwijfeld te verdedigen.

Ook al kun je er vraagtekens bij zetten. Justitie en ook de werknemers van het COA hebben een andere waardering van de feiten. De zich bedreigd gevoelde aangever zal zich ongetwijfeld afvragen waarom de rechtbank hem niet gelooft. Het mes bevond zich toch zeker op luttele afstand van hem, tijdens het “heftig incident”?

De dagelijkse werksituatie van de COA-medewerkers staat ver af van die van rechters, die vaak oordelen op basis van verklaringen.

Opmerkelijk: in het geschreven vonnis geen enkel woord van empathie voor de twee begeleiders. Wellicht heeft de rechtbank  tijdens de strafzitting – waarvoor de verdachte niet kwam opdagen – een woord van medeleven uitgesproken. Van begrip. Laten we het hopen.

Zoals het vonnis nu aan het papier is toevertrouwd is het koud en kil. Dat is een gemiste kans. Vonnissen moeten zo gemotiveerd worden, dat ze bijdragen aan het rechtsgevoel in de samenleving. Het helpt als de rechtbank zijn menselijke kant daarbij ook laat zien.

Maurice Ubags