Het ‘D’-woord moet bespreekbaar worden: demotie

In de VS is het ieder voor zich en ‘God bless America’. Dat geldt ook voor het opbouwen van pensioenen. Werknemers moeten zelf zorgen voor hun oude dag. In een interview met het FD schetst topman Alexander Wynaendts (57) van verzekeraar Aegon wat er gebeurt als je de zaken niet goed regelt. “Dan zie je een tachtigjarige in de bediening van een restaurant werken.”

Wynaendts weet waarover hij spreekt: Aegon haalt het meerendeel van zijn omzet onder meer uit Amerika. Hij zegt dat wij in Nederland ook de kant opgaan dat iedereen veel meer voor zijn eigen “levenslange financiĆ«le zekerheid” moet zorgen. De topman ziet dat steeds minder mensen straks nog aanspraak kunnen maken op een vast pensioen. Nu is dat nog grofweg de helft van de werknemers.

Het recept bestaat uit een mix van eerder en meer zelf sparen voor de oude dag, langer en flexibeler doorwerken en ook een flexibele pensionering. En tegen de achtergrond van dat recept is een woord cruciaal: demotie. Demotie is het deels inleveren van uren, van werkzaamheden – een ‘lagere’ functie accepteren – en ook van opgebouwde salarisrechten. Een stapje terug doen waardoor je het langer vol kunt houden tegen een lager salaris. Dat zou goed moeten kunnen uitpakken voor zowel werknemer als werkgever, is de gedachte.

Maar het woord ‘demotie’ is net zo beladen als het oude ‘H’-woord, naar de eerste letter van hypotheekrente-aftrek. Demotie is het tegenovergestelde van promotie en alleen al om die reden een negatief geladen woord. Demotie klinkt naar ‘afpakken’. Als een werkgever demotie voorstelt, schiet je bijna automatisch in een verdedigingsmodus.

Het is belangrijk dat het woord demotie van zijn negatieve lading te ontdoen. Seniorenregeling klinkt al een stuk vriendelijker.

Waar het op aankomt: beide partijen – werknemer en werkgever – kunnen winnen bij demotie. Minder werkdruk voor de een, behoud van kennis en ervaring voor de ander.

Nu de economie op volle kracht draait en er in vele sectoren tekort aan personeel is, krijgt een begrip als demotie geen wind in de zeilen. Iedereen is zoveel mogelijk uren nodig. Toch is het goed dat Wynaendts de discussie erover aanzwengelt. Flexibel pensioen, langer doorwerken en demotie vereist dat de geesten rijp worden gemaakt.

Als de economie over een aantal jaren – gegarandeerd want wetmatig – weer inzakt, dan komen demotie, seniorenregelingen et cetera weer vol in beeld. Dan is het evenwel vanuit een negatiever vertrekpunt. Dan willen werkgevers weer meer af van ‘dure’ werknemers die aan het eind van hun Latijn zijn.

Het zou goed zijn dat zowel in tijden van voorspoed als tegenspoed demotie en een flexibele pensionering al gemeengoed worden. Want in tijden van grote drukte werkt het ook averechts als oudere werknemers zich over de kop moeten werken.

Maurice Ubags