Hoe harder de arbeidsinkomensquote daalt, hoe meer tweedeling in maatschappij

Het lijkt een saai bericht: de arbeidsinkomensquote (AIQ) is verder gedaald in 2016. Van elke euro die in de markt verdiend wordt, gaat 73 cent naar de werkenden en zelfstandigen en 27 cent is winst voor bedrijven. Dus als je salaris  2190 euro is, is de winst van het bedrijf 810 euro.

De AIQ daalt al heel lang en heel gestaag. In 1995 kregen de werkenden nog 81 cent van elke euro-koek.

Economen hebben al vaker gewezen op vier oorzaken van die daling. Robotisering (minder handjes en dus minder inkomen en veel meer productie door een machine), Globalisering (bedrijven produceren daar waar de lonen het laagst zijn), Financiële wereld (Beurzen koersen op aandeelhouderswaarde. Die kan omhoog als kosten voor arbeid omlaag geduwd worden) en Arbeidsmarktderegulering (Meer ZZP’ers die vanwege concurrentie tegen lagere tarieven werken, flexibeler en dus sneller ontslag).

In Europa is al uitgerekend dat elk procentpunt dat de AIQ daalt, de economische groei geremd wordt met 0,25%-punt. Als dat vertaald wordt naar Nederlandse begrippen, dan is sinds 1995 de groei geremd met twee volle procentpunten , en dan is niet eens het mislopen van groei over groei (als bij rente op rente) meegerekend.

De dalende AIQ laat zien dat het bedrijfsleven machtiger is geworden ten opzichte van de factor arbeid. Dat is een constatering. Hoe we de koek zo groot mogelijk kunnen houden en hoe en of we die eerlijker moeten verdelen is een kwestie van politiek.

De economen – het is een sociale wetenschap – strijden over de vraag wat de consequenties op de lange termijn zullen zijn. Zo is er het vergezicht dat er uiteindelijk een grote klasse werkenden overblijft die met lage lonen tevreden moet zijn. En daartegenover is er een klein smaldeel dat een goede baan met een uitstekend inkomen weet te verwerven. Een tweedeling in de maatschappij dreigt.

Het is misschien wel die tweedeling die in Europese landen de gevoelens van mensen bevestigt dat ze in hun bestaanszekerheid-inkomenszekerheid worden bedreigd, waardoor ze politiek uitwijken naar de populistische flanken. Het is goed dat de PvdA die bestaanszekerheid van mensen als een van de leidende thema’s heeft gekozen in zijn ‘herbronning’.

Voorlopig regeert het geld, zeker in Nederland waar het nog niet lukt een regering te vormen.

Ondertussen zijn er steeds meer pleidooien om lonen te verhogen, onder meer van De Nederlandsche Bank (DNB). Ruimte om die lonen te verhogen is er. Het gaat  goedmet bedrijven, het gaat goed met de bv-Nederland. De werkgevers willen vooral dat de overheid de lasten voor werkenden verlaagt, waardoor ze meer te besteden hebben. Werkgevers zien niets in het pleidooi van de ‘kamergeleerden’ van de DNB, zoals de economen ten onrechte worden weggezet.

De cijfers van het CBS over de Arbeidsmarktquote geven de werkgevers op dit punt ongelijk.

Maurice Ubags