Killing Fields. OR Daelzicht moet nu ook eer aan zichzelf houden (en opstappen)

De bestuurlijke chaos is compleet bij Daelzicht nu de Ondernemingsraad ook de scalp heeft van de Raad van Toezicht.  De Raad van Bestuur was al eerder opgestapt onder druk van de OR en de vakbond.

Er lopen maar liefst drie externe onderzoeken naar de gang van zaken (naar inkoop, integriteit, hoe werden de regels nageleefd?). In de media het ene na het andere bericht over nieuwe opmerkelijke deals binnen de ‘Vriendenrepubliek Daelzicht’ die vervolgens in de lopende onderzoeken meegenomen worden.

Aan de chaos is een lange strijd voorafgegaan.  Waar een Belevenispark in Heel had moeten verrijzen, resten nu slechts Killing Fields.

Vanuit het verzet tegen het Belevenispark is een dynamiek ontstaan waarbij de geest uit de fles is gekomen. Pagina’s van inwoners van Heel op Facebook waarin de strijd werd aangebonden met Daelzicht. Een zwartboek over de praktijken binnen Daelzicht zou een beeld schetsen van een angstcultuur.

De Raad van Bestuur had aanvankelijk nog de steun van de Raad van Toezicht, de managers en de cliëntenraad (een vertegenwoordiging van de ouders).

De OR en vakbond slaagden erin – nadat het Bestuur de plannen voor het Belevenispark terugtrok – het laaiend vuur van het verzet brandend te houden. Daarmee werd een onhoudbare situatie geschapen voor de Raad van Bestuur. Die kon alleen nog maar opstappen.

In dat proces riep de Raad van Toezicht de OR nog op verantwoord met de situatie om te gaan. Aan dovemansoren gericht. De pijlen waren nu gericht op de Raad van Toezicht zelf. Ook die stapt nu op, omdat ze de nieuwe interim-bestuurder niet willen opzadelen met een strijd tussen RvT en OR. Dat wordt  niet in het belang van Daelzicht geacht. Dat is op een goede en integere manier je verantwoordelijkheid nemen, hoe zeer je de opstelling van de OR ook feitelijk onderuit kunt halen.

De Raad van Toezicht spreekt wel nog in ongemeen harde bewoordingen zijn ongenoegen uit over de OR. Over de manier van communiceren, over ongefundeerde verwijten en zelfs de zuiverheid van de motieven van de OR wordt ronduit in twijfel getrokken.

Het is te verwachten dat nu de managers die aanvankelijk hun steun aan de Raad van Bestuur hebben uitgesproken het volgende doelwit zijn van de ontketende OR.  En ondertussen ligt op enkele van die managers ook het vergrootglas in de drie lopende onderzoeken.

Laat één ding duidelijk zijn: Wie fouten gemaakt heeft, moet daarop aangesproken worden. Als een Raad van Bestuur terecht geen draagvlak meer heeft, moet ze aftreden. Ze verdienen veel, deels als compensatie voor een hoog afbreukrisico. Dat zijn de regels van het spel. En als een manager steekpenningen heeft aangenomen: wegwezen.

Maar op de schouders van de OR rust een grote verantwoordelijkheid om het belang van Daelzicht, van de cliënten, van het personeel te dienen. Dat noodzaakt tot secuur manouevreren en dat is iets heel anders dan – vanuit een beschermde rechtspositie – in een overwinningsroes op ramkoers elke tegenstander vermorzelen.

De OR lijkt wel op een hond die nu niet een- maar zelfs tweemaal bloed geproefd heeft. Zo’n hond is niet meer te vertrouwen. Zo’n hond laat je inslapen, hoe goed hij in het verleden ook gewaakt heeft. Want zo’n hond kun je niet meer om je heen hebben, kun je niet meer vrij op je erf laten lopen.

Zo is het ook met deze OR. Als die blijft zitten, kiest ze bewust voor zichzelf en zeker niet voor de rust die nodig is voor de toekomst van Daelzicht.  Er zal niemand te vinden zijn in bestuurdersland – althans niet iemand die zichzelf serieus neemt – die de interim-bestuurder wil opvolgen zolang deze OR aan de macht is.

In het belang van Daelzicht moet nu ook de OR de eer aan zichzelf houden.

Maurice Ubags