Ministerie van het Antropoceen

Een dikke week geleden kreeg ik voor mijn 50e verjaardag het boek ‘Dwalen in het Antropoceen’ van René ten Bos (1959), hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

“De mens heeft weer eens iets naar zichzelf vernoemd: het antropoceen. Dit woord duidt het tijdvak aan waarin we nu leven: ‘het tijdperk van de catastrofes’, aldus Ten Bos. Het tijdvak waarin volgens sommigen, zoals de Franse filosoof Michel Serres, de mens een geologische kracht is geworden. De aarde warmt op, biodiversiteit neemt af, de zeespiegel stijgt, en onder die spiegel deinen plastic deeltjes. En dat alles door toedoen van ons, de mens (Grieks: antropos).” In het boek wordt ook verwezen naar een al vele jaren oude bijdrage in een Amerikaanse krant dat de mensheid suïcidaal is.

Het CBS kwam gisteren met cijfers dat ‘we’ in Nederland in 2016 weer meer koolstofdioxide hebben uitgestoten dan in 2015: plus 1%. Minister van Economische Zaken Henk Kamp verklaarde vanochtend op de radio dat de cijfers zijn ingehaald door een veel recentere en betere waarheid. In het tweede kwartaal van 2017 stootten ‘we’ 3% minder CO2 uit dan in het tweede kwartaal van 2016, terwijl de economie is gegroeid. Een trendbreuk: een groeiende economie, een dalende uitstoot.

Nederland is nog steeds fossielenland. 94% van onze brandstof komt nog steeds van fossiele brandstoffen. 6% komt uit duurzame bronnen. Het is de bedoeling dat we in 2020 14% hernieuwbare energie gebruiken, zo hebben ‘we’ in Parijs afgesproken.

Den Haag heeft miljarden klaarliggen om met subsidies Parijs te halen.

Miljarden klaar leggen is mooi, maar meestal niet even effectief. Zodra de miljardensubsidies voor elektrische auto’s (lagere of geen bijtelling) zijn afgelopen, stappen we toch weer over op dikkere diesels. Met of zonder sjoemelsoftware, daar ligt niemand echt wakker van. Want – om maar wat te noemen – een Passat 2 liter met DSG is natuurlijk wel een lekkere auto.

En daar zit misschien het probleem. Niet in ‘de’ mens, maar in ieder mens. In u en in mij. Wij kunnen duurzame keuzes maken door te stemmen met onze portemonnaie. Kopen we Kiwi’s uit Nieuw-Zeeland, schoenen uit China? Dan weten we dat de zeevaart vaart op bunkerolie, de smerigste rest-olie die te vinden in. De roetafzetting op de poolkappen is er het trieste bewijs van. Het milieu, ons milieu, betaalt de prijs. Maar die prijs wordt niet doorbelast aan de consument.

En juist daar gaat het mis.

En juist daar zou de oplossing kunnen liggen. Als mensen al niet uit overtuiging kiezen voor een ‘groen’ leven, laat ze het dan maar doen uit een economisch motief. Bereken voor alle producten wat de CO2-opslag is. Compenseer de armen voor de hogere prijzen, voor wie dit soort maatregelen altijd het hardst aankomen.

Zoek uit hoe je de Amerikanen kunt dwingen hun economie te verduurzamen, omdat ze zichzelf anders uit de markt prijzen.

Economen zullen meteen betogen dat zulke ingrepen ten koste gaan van de groei. Ze zullen gelijk hebben, als groei wordt verengd tot euro’s en dollars, tot Yen’s en Renminbi’s. Ze zullen ongelijk hebben als het milieu ook een economische waarde wordt gegeven. Want die waarde is onbetaalbaar.

En los daarvan: ook al kun je de rekensommen niet maken omdat er geen sprake is van vergelijkbare grootheden, laat het dan een keuze zijn. Einde aan de klassieke groei, in het belang van ons allemaal. En zeker in het belang van de armsten in de vele delta’s, die altijd het hardst worden getroffen door orkanen en andere natuurrampen. Want op de een of andere manier zijn het ook nooit villawijken die onder een modderlawine worden bedolven.

Laten we een Ministerie van Antropoceen optuigen, dat slimme maatregelen gaat bedenken om de aarde te redden. Met een staatssecretaris die Broeikasgassen in zijn portefeuille krijgt.

Maurice Ubags