Eén lid van de Raad van Toezicht en één lid van het College van Bestuur van het LVO stappen op naar aanleiding van het examen-drama voor 354 vmbo-leerlingen in Maastricht. Dat kan niet anders dan alleen het begin zijn van een zuivering van de complete aansturing en het complete toezicht op het onderwijs in Limburg – 30 scholen – waar het LVO verantwoordelijk voor is.

Niet één lid van de Raad van Toezicht heeft gefaald, de hele Raad van Toezicht heeft gefaald. Vele signalen van mismanagement van de afgelopen jaren zijn niet doorgedrongen tot de RvT dan wel hebben niet geleid tot enig ingrijpen. In beide gevallen is de conclusie dat de RvT niet competent is.
Het LVO is geen alleenstaande casus. Daelzicht, De Voorzorg en in een iets verder verleden Servatius. Voorbeelden uit onderwijsland, uit corporatieland en uit zorgland waar toezichthouders niet (meer) in staat waren bestuurders tijdig te corrigeren. Met alle maatschappelijke en financiële schade tot gevolg.

Aan toezichthouders kleeft nog steeds het beeld van sigaren rokende old boys die elkaar de commissariaten en posities in de Raden van Toezicht toeschuiven. Dat beeld is een vertekening van de werkelijkheid. In de kringen van toezichthouders is er bewustzijn ontstaan dat toezicht houden een vak is. Een vak dat behalve een groot netwerk en veel kennis – al dan niet op een specifiek terrein – vooral een kritische en onafhankelijke geest vereist. Een houding waardoor je een antenne hebt om signalen die duiden op interne problemen op te vangen. Daarvoor is het nodig dat je vrijelijk je informatie kunt ophalen in de organisatie en je voor je informatie niet afhankelijk bent van de directeur en zijn of haar hofhouding.

Raden van Toezicht in Limburg zouden er goed aan doen veel meer te letten op die kritische en onafhankelijke instelling dan in het verleden gedaan is. Het zou goed zijn om te beginnen bij nieuwe aannames. Bij calamiteiten zoals nu bij het LVO is het daarom ook niet genoeg om één toezichthouder te vervangen en de rest te laten zitten. Bij zulke crises – die een aanloop van jaren heeft gehad – is duidelijk geworden dat de gehele RvT als collectief niet het juiste klankbord en niet de juiste criticaster is van bestuurders van scholen.

Het offeren van één toezichthouder door de RvT is in schaaktermen een pion-offer, bedoeld om de tegenstander uiteindelijk te slim af te zijn. De samenleving moet daar niet intrappen. De resterende leden van de RvT kunnen eenvoudig niet meer door: het vertrouwen is weg. Niet te paard, maar met een hogesnelheidstrein. Het vmbo-drama in Maastricht vereist collectief aftreden.

Redactie WijLimburg