Uit chaos komt vanzelf weer een nieuwe orde naar voren. Dat zal ook gelden voor de vmbo-ellende in Maastricht. Als een vulkaan die tot uitbarsting is gekomen, als een etterende puist die open is gesprongen: zo is het ongeldig verklaren van 354 diploma’s te verwoorden.

In bovenstaande zinnen heb ik me bediend van enige metaforen. Metaforen zijn uiterst krachtig om feiten te duiden. Om ze in een bepaalde context te plaatsen.

In de kwestie Postema spelen dergelijke metaforen ook een hoofdrol. Wethouder Bert Jongen (Onderwijs, D66) in Maastricht vindt dat Postema nu niet moet vertrekken. Want – en daar komt ie weer – dat is als een kapitein die het zinkend schip als eerste verlaat. Als dat het frame is, ben je geneigd Jongen gelijk te geven. Immers een kapitein behoort zijn zinkende schip niet te verlaten. Dat is oneervol.

De metafoor waar Jongen zich van bedient is een valse metafoor. André Postema heeft jarenlang de verantwoording gehad. Heeft jarenlang signalen gemist. Heeft – met zijn strepen nog op – niet adequaat bestuurd. Sterker nog: had kennelijk ruim tijd over om in de Eerste Kamer (de chambre de réflexion zoals de Fransen zeggen) als kamerlid rustig de kwaliteit van voorgestelde wetgeving te toetsen.

Iemand onder wiens commando zo’n wanprestatie is geleverd, die moet je van zijn post afhalen. Per direct. Van iemand die heeft laten zien dat hij de verantwoording niet aankan, moet je niet verwachten – zoals Jongen doet – dat hij nu wel de juiste maatregelen treft.
Jongen heeft de verkeerde afweging gemaakt. Dat geldt nog sterker voor Postema zelf, die de eer niet aan zichzelf houdt. Integendeel: hij heeft de regels niet toegepast, maar verwijt vervolgens de Inspectie een falend beleid. Dat is een duidelijke en zeer foute afleidingsmanoeuvre. Tekenend voor ontbrekend zelfinzicht.

Postema toont zich ook Oostindisch doof voor de roep vanuit politiek, samenleving en media om op te stappen. Daarmee laat hij zien dat hij niet in de gaten heeft hoe groot het ongenoegen over zijn optreden is. Dat hij denkt weliswaar nog macht te hebben zolang hij blijft plakken aan het pluche, maar niet ziet dat hij het gezag dat nodig is om van zijn baan een succes te maken ontbeert.

Om met een paar metaforen af te sluiten: de vis begint vanaf de kop te rotten; je moet de trap van bovenaf schoonvegen, nieuwe bezems vegen schoon.