Red Bull: Valkenburgse wethouder Jan Vermeer (VVD) ziet ze vliegen

Even de kwestie in perspectief zetten.

Red Bull is een wereldmerk. 7000 medewerkers, 6.000.000.000 euro omzet per jaar. Bedenker ‘Didi’ Mateschitz uit Oostenrijk staat in de top honderd van rijkste mensen van de wereld met een geschat vermogen van circa 14 miljard euro. Bepaald gezond zijn de energydrinks van Red Bull overigens niet.

Valkenburg heeft een ander – zeer armlastig – huishoudboekje, zo blijkt uit een eind vorig jaar uitgegeven persbericht van de gemeente over de begroting voor de komende jaren:

De ontwerp-begroting toont een tekort voor de komende jaren, waarbij bovendien niet alle voorgestelde wensen van de gemeenteraad kunnen worden uitgevoerd. Daarom zijn ingrijpende maatregelen noodzakelijk. De afgelopen jaren zijn diverse bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. De gemeente is nu op een punt beland dat er nauwelijks nog mogelijkheden zijn om extra inkomsten te genereren of  lasten te verlagen. Daar waar er wel nog mogelijkheden zijn om kosten te reduceren, blijkt onvoldoende politiek draagvlak te zijn. Daardoor is nog slechts één fundamentele post overgebleven, en dat is  (zwembad en sportcomplex, red) de Polfermolen. De raad heeft daarom unaniem vorig jaar het college opdracht gegeven om onderzoek te laten verrichten hoe een substantiële besparing kan worden gerealiseerd op de totale jaarlijkse kosten van de Polfermolen.

Tegen die achtergrond moet je wel politiek lef hebben om 70.000 euro uit te trekken om Red Bull naar de Cauberg te halen voor een zeepkistenrace (!). Het enige niveau aan die race is de Cauberg zelf, maar dat terzijde.

Jan Vermeer (VVD) bepleit de donatie vanwege de publiciteit die het evenement genereert. Goed voor de lokale Valkenburgse economie.

Het is een zwak argument. Wie Valkenburg publiciteit garandeert, kan kennelijk rekenen op een subsidie of een bijdrage van de gemeente. Je maakt je daarbij afhankelijk van de handige jongens, die wel raad weten met het verkopen van pr voor de gemeente en vooral voor zichzelf.

In zo’n geval kijkt Valkenburg kennelijk ook niet naar het bredere perspectief: een financieel machtig  wereldconcern helpen hier een evenementje te organiseren. Voor Red Bull is 70.000 klein bier. Alleen al de banden die  Max Verstappen in één F1-weekendje verbrandt, kosten meer. 70.000 euro is waarschijnlijk het schlemielige maandsalaris van een van de bankzitters van RB Leipzig.

Is dat geen appels met peren vergelijken? Nee, het is euro’s met euro’s vergelijken. En dan mag je gelet op het verschil in grootheid tussen Red Bull en Valkenburg aan de Geul verwachten dat Red Bull de kosten van zijn eigen feestje betaalt.

Dan hoef je als gemeentebestuur niet het voortbestaan van sportcomplex en zwembad De Polfermolen ter discussie te stellen; verenigingen ‘nee’ te verkopen; te gaan bedelen bij de lokale bevolking om de ‘vredesvlam’ eeuwig te laten branden om vervolgens Red Bull te gaan financieren.

De VVD-wethouder kan makkelijk de helpende hand toesteken: het zijn niet zijn eigen centen die hij weggeeft. Red Bull – waar natuurlijk wel op de eigen centen wordt gelet – speelt het spel een stuk slimmer. En natuurlijk wordt Vermeer straks in het zonnetje gezet als de zeepkisten voor de startlijn staan opgesteld. Misschien mag hij wel het eerste startschot geven. Wat zal Valkenburg gaan groeien en bloeien.  En zwemmen, dat kunnen we altijd nog in Mosaqua in Gulpen of buiten in de vijver bij het Geulpark.

Het is duidelijk: Jan Vermeer ziet ze vliegen.

Maurice Ubags