Trendwatching: we gaan onvermijdelijk toe naar een basis-inkomen

Als journalist ben je natuurlijk nog geen erkende trendwatcher. Maar voor wie het nieuws en vooral het economische nieuws op de voet volgt, is één trend duidelijk zichtbaar. We gaan toe naar het basis-inkomen. De gedachte aan een inkomen voor iedereen is zeker niet nieuw, maar de hoeveelheid denkers die zich hierover uitspreekt,  groeit fors.

Mijn nieuwsconsumptie van de afgelopen uren. Een bericht op Vox.com gelezen over een stap die Hawai zet richting het basisinkomen, het UBI, het Universeel Basis Inkomen. Hawai zou de eerste Amerikaanse staat kunnen worden die er serieus mee gaat experimenteren.

Op Follow The Money een video bekeken van Lord Robert Skidelsky, professor economie aan de Warwick University, over het werkvraagstuk. Ook hij formuleert gedachten over het basisinkomen en laat zien dat het inkomen nog niet past in bestaande economische denk-frames. Zo weerspreekt hij de aanname dat een basisinkomen een premie op nietsdoen is. Skidelsky zegt dat mensen andere – betekenisvollere – werkzaamheden zullen gaan doen, naast hun basisinkomen. Ook weerlegt hij de stelling dat we een basisinkomen niet kunnen betalen. In arme landen geldt dat wellicht, in rijke samenlevingen als de onze niet.

Op RTL zag ik gisteravond een reportage over Mentos in Brabant. Een volledig gerobotiseerde fabriek. Je schrikt van de afwezigheid van het personeel. Doet meteen denken aan de discussies of je over de inzet van robots belasting moet gaan heffen.

Ik zie dergelijke berichten in de media dagelijks. Steeds vaker eigenlijk, zeg ik gevoelsmatig. En dat lijkt te duiden op het ontstaan van kritische massa om zaken te veranderen. Een trend dus.

In Nederland hebben we overigens al een begin van een basis-inkomen. De bijstandsuitkering gecombineerd met een woud aan toeslagen, subsidies, bijzonder aftrekposten, vrijstellingen en regelingen. Dat geheel samen is voor veel mensen een basis-inkomen. Maar het is in de kern niet een universeel basisinkomen voor iedereen, ook voor de werkenden. Een onvoorwaardelijk basisinkomen zou dat woud aan regels meteen overbodig maken, overigens.

Het basis-inkomen biedt op het eerste gezicht veel voordelen, terwijl er net zo makkelijk dubbel zo veel nadelen, voetangels en klemmen te bedenken zijn. Wilders hoeft maar te roepen dat dan alle vluchtelingen van de hele wereld naar Nederland zullen komen en de discussie is geframed en gekaapt. Dapper de politieke partijen in ons land die er dan nog over willen nadenken. En toch zal dat moeten, want een basis-inkomen lijkt onvermijdelijk.

Hoe zeer tegenstanders ook zullen vrezen dat we met een basis-inkomen ook afglijden naar een soort van communistische ondergang, grote veranderingen in ons economisch stelsel lijken zich aan te kondigen. 3D-printen, zelfrijdende auto’s, robotisering, ict-ontwikkelingen: het heeft allemaal effect op het aantal mensen dat nog een baan kan hebben. Het zijn ontwikkelingen die werknemers in diensten-beroepen, in de uitvoering (chauffeurs, productiemedewerkes), in de administraties et cetera in grote getale overbodig zullen maken. Een tweedeling die de samenleving kan splijten dreigt.

Een universeel basis inkomen kan een van de antwoorden zijn om de samenleving bij elkaar te houden.

Waar het in the end op neerkomt is een vraagstuk van het behouden van onze welvaart in combinatie met de verdeling daarvan. Filosofen als Alain de Botton kunnen eenvoudig uitleggen wat mensen –  economisch gezien – drijft. Ze willen bij een groep horen, terwijl ze zich ook van die groep willen onderscheiden. Om zich te onderscheiden, zullen er altijd (vooruit)strevers zijn, early adaptors van nieuwe spullen, van nieuwe technologie. Die mensen nemen geen genoegen met een basisinkomen en een hangmat. Zij zullen altijd zorgen voor vooruitgang, voor het zoeken naar verbetering van productiviteit. En mensen die juist minder gestrest willen werken, zullen op zoek gaan naar zingeving en hun nieuwe vrije tijd anders inrichten.

Het vergt uiteindelijk politieke leiders die visie en durf zullen hebben om te gaan experimenteren. Het gaat dan ook om de vraag welk mensbeeld je hebt. Over de vraag hoe de samenleving zich wil en kan ontwikkelen. Moet er per definitie economische groei zijn? Tegen elke prijs? Voor ieder persoonlijk over de vraag hoe je wil leven: leven om te werken, of werken om te leven.

Zeg eens eerlijk: Ben je tevreden met je baan? Ja. Waarom? Vanwege de status, vanwege het inkomen? En als dan gevraagd wordt of je liever – diep in je hart – iets anders zou willen doen? Wat zeg je dan? Ook ja? (Ik zou – diep in mijn hart –  liever boeken schrijven.)

Spannende tijden liggen voor ons. Wegkijken is geen optie. Dan zal de economische ‘vooruitgang’ ons voor maatschappelijke vraagstukken gaan stellen.

Maurice Ubags