Vermeend en Van der Ploeg geven Asscher dolkstoot (wel een terechte)

De economen schrijven in De Telegraaf dat de PvdA het bedrijfsleven “een mokerslag van 17,4 miljard euro” aan extra lasten geeft. Andere partijen blijven tussen 0 en 3,8 miljard steken.

De twee schrijven dat de PvdA zich in het programma als enige partij aan potverteren doet. Potverteren of anders geformuleerd “op zijn minst niet prudent is” met de overheidsuitgaven in tijden van Brexit en Trump waardoor vrijhandelsland Nederland zeker geraakt zal worden. Alle andere partijen houden op zijn minst een klein buffertje achter de hand van de voorspelde groei om niet meteen bij de eerste tegenwind te moeten gaan bezuinigen.

De twee economen hebben een stuk geschreven over de vraag wat de verkiezingsprogramma’s betekenen voor het bedrijfsleven. Ze baseren zich daarbij op de doorrekening van de programma’s door het CPB. De PVV heeft zijn programma overigens niet laten doorrekenen, zodat niemand kan zien wat de effecten zijn.

Van der Ploeg was staatssecretaris voor de PvdA en Vermeend staatssecretaris en minister. Hun kwalificaties komen politiek gezien dus uit onverdachte hoek. Nóg pijnlijker voor de PvdA: Ze laten simpelweg de feiten spreken zoals het CPB ze heeft gepresenteerd.

De analyse van de economen moet voor de in de peilingen toch al strompelende Lodewijck Asscher voelen als een dolkstoot in de rug.

Een dolkstoot, maar wel een terechte. Met een recept van buitenproportionele lastenverzwaring voor het bedrijfsleven, potverteren en het aanstellen van ambtenaren (waarin de PvdA ook kampioen is) helpen we Nederland niet vooruit. Het is eigenlijk onvoorstelbaar hoe een grote partij met zo een lange historie – ook als leverancier van bestuurders –  zo’n rapport krijgt van het CPB. Want de partijen leveren zelf de input voor de doorrekening.

Vermeend en Van der Ploeg gebruiken al kolossale woorden als “mokerslag” en “potverteren”. Welke woorden zou Hans Wiegel – ook sinds kort een columnist van De Telegraaf overigens – hebben gebruikt als hij nog in de politieke arena rondliep? “Sinterklaas bestaat!”, riep Wiegel al eens wijzend op Joop den Uijl.

Het bedrijfsleven heeft belang bij minder regelgeving, duidelijkheid in het overheidsbeleid (dus niet het geknoei met de VAR van de afgelopen jaren), continuïteit en voorspelbaarheid van wat Den Haag allemaal bedenkt.

Wat de lasten voor het bedrijfsleven betreft: ze moeten aangeslagen worden voor hun fair share. Niet meer, niet minder. Den Haag moet stoppen met zijn verzet – ook in Europa onder leiding van een andere PvdA-er Jeroen Dijsselbloem – tegen het fiscaal bevoordelen van multinationals. Ook die houding is nog eens een grote inconsequentie in de PvdA-kringen tussen praktijk en wat voor de bühne gezegd wordt.

Zowel het bedrijfsleven als ook de burgers hebben belang bij voorspelbare en draagbare lasten. Dat is goed voor de economie. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat als bedrijven en burgers kunnen bepalen waar het geld aan wordt uitgegeven, dat veel effectiever is voor de groei van de economie dan in het geval Den Haag het geld spendeert. Het is daarom zaak dat de overheidsbegroting zo min mogelijk oploopt en dat het aantal ambtenaren – liefst – beperkt wordt. Ook daar vliegt de PvdA uit de bocht.

Maurice Ubags