Versoepeling reclamebeleid: Maastricht let op uw zaak!

Maastricht is gekend vanwege zijn strenge beleid als het gaat om het toestaan van reclame in de openbare ruimte. Een succesvol beleid: de schoonheid van de stad wordt zo niet verpest. Onbegrijpelijk dat Maastricht dit beleid in grote delen van de stad gaat loslaten.

Overal, behalve in het kernwinkelgebied, mogen ondernemers binnenkort en in 2018 de grenzen opzoeken: spandoeken, digitale led-walls, kapitale neon-verlichting. Het is nog een proef, de welstandscommissie gaat toezicht houden. Zo moet voorkomen worden dat het een chaos wordt.

Waarom? Waarom? Waarom? Dat is de enige vraag die zich laat stellen. Waarom een succesvol beleid op het spel zetten? Beleid dat bijdraagt aan de ‘chique’ uitstraling van Maastricht. Aan het succes van de stad. Vroeger wees de stad vol zelfvertrouwen McDonalds de deur toen die keten in haar vestiging op het Vrijthof op de haar bekende manier reclame wilde maken. McDonalds moest zich voegen naar de bestaande strenge regels. McDonalds kwam overigens in de plaats van een ‘echt’ restaurant. Van eten met mes en fourchette naar eten met de handen. Een stap terug vermomd als vooruitgang.

Toen stadskrant De Ster in 2004 een bordje van tachtig bij tachtig centimeter aan de gevel liet schroeven, viel prompt een brief op de mat. De uiting mocht niet groter zijn dan zeventig bij zeventig centimeter. Of we een nieuwe lichtbak wilden ophangen? Ook het na een stevige stadslobby binnen de stadsgrenzen gehouden  L1 moest zijn reclame-uiting aan het nieuwe gebouw in Amby aanpassen aan de Maastrichtse eisen. Zo zijn er vele voorbeelden.

Naar alle waarschijnlijkheid wordt er in het stadhuis veel druk ervaren van ondernemers en grote ketens die in Maastricht willen laten weten dat ze er zijn. Dat gaat negen van de tien keer – kijk in alle andere steden – weinig subtiel. Geef die ondernemers en ketens een vinger en je bent straks je hand en een stuk van je onderarm krijt, zo is mijn voorspelling. Het zit niet in het DNA van reclamemakers om zich in te houden: om op te vallen moet je steeds harder schreeuwen. Groter in dit geval.

Natuurlijk is Maastricht dezer dagen een ongekend succesverhaal. Tunnel, Enci-groeve, Sphinx-kwartier, Groene Loper, Noorderbrug, Magisch Maastricht, hotspot Wyck, heel veel projectontwikkeling die makkelijk verkocht wordt: werkelijk nagenoeg alles wordt een succes. Probeer maar eens een appartement of een woning te kopen, dan merk je hoe krap de woningmarkt al is geworden.De stad heeft haar financiën goed op orde, zonder de burger en de bedrijven op kosten te jagen. Zelfs de winnaar van de Giro komt uit Maastricht, ook al weer goed voor geweldige stadspromotie.

Maastricht zou er goed aan doen beter op zijn zaak te letten. Het succes van de stad kan makkelijk omslaan. Iedereen wil in Maastricht ondernemen. Dat leidt tot een welhaast ongebreidelde groei van hotelcapaciteit, ondanks het op papier redelijk restrictieve beleid. Nieuwe hotels krijgen de meest vreemdsoortige formules (een hotel voor holebi’s) om te ontsnappen aan dat beleid. Het succes trekt horecaformules aan als Schnitzelparadies, waar je onbeperkt schnitzels kunt eten voor 16,50 euro. De stad zit niet te wachten op nog grotere hordes toeristen. Kijk naar voorlopers als Volendam, Amsterdam, Barcelona en Venetië, waar locals zuchten wordt onder de druk van de toeristen.

Het soms meer dan handige ondernemerschap – waar we respect voor hebben – moet in Maastricht beteugeld worden door een strenge marktmeester. Dat geldt zeker voor het reclamebeleid. Uitwassen op dat gebied vallen namelijk ook meteen in het oog. Dan is het niet: ‘t oug geriech op ’t stareleech, want dat is met lichtvervuiling niet meer te zien. Dan weurt dat oug gebroke.

En ja: daan beit veur us ’t aajd Mestreech.

Maurice Ubags