Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum realiseert extra centimeters waterstandsdaling om bedrijfsuitbreiding in het stroomgebied van de Maas tussen Broekhuizen en Geijsteren mogelijk te maken. Bedrijven kunnen deze extra ruimte inzetten als compensatie bij de aanvraag van een waterwetvergunning bij de rijksoverheid. Provincie Limburg heeft een belangrijke trekkende rol bij de regeling. Nu de aannemer met de rivierverruimende werkzaamheden is begonnen, is de ‘Regeling Ontwikkelingsruimte’ van start gegaan. Deze heeft in beginsel een duur van 10 jaar.

De overstromingen in 1993 en 1995 hebben duidelijk gemaakt dat de Maas ruimte nodig heeft om bij hoogwater goed af te kunnen voeren. Naar aanleiding van de hoogwaterproblematiek wordt ingezet op ruimte voor de rivier. Daarom gelden sinds 1996 beperkingen aan het bouwen in het stroomvoerende en bergende deel van de Maas. Zo moeten bedrijven die toch willen bouwen in het stroomvoerende en bergende deel van de Maas en daarmee dus de ruimte voor afvoer van het water beperken, ook weer ruimte realiseren voor het water tijdens hoogwatersituaties (compenseren). Gemeenten, Provincie Limburg, Waterschap Limburg en het Rijk investeren gezamenlijk zo’n 200 miljoen in hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling en economie.

In het plangebied van Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum in Noord-Limburg bestond echter de wens om economische ontwikkelingen te realiseren rond de Maas. Door een integrale aanpak is het de samenwerkende overheden – rijk, provincie, gemeenten en waterschap – gelukt om ook deze wens in het project in te vullen, door meer waterstandsdaling te realiseren dan voor de hoogwaterbescherming alleen nodig is: de extra waterstandsdaling vormt de genoemde noodzakelijke compensatie.