Perfect Brandpreventie draait koper Paraat Brandbeveiliging een loer

Je koopt een bedrijf, je krijgt na verloop van tijd een conflict met de verkoper en nog even later wordt je beconcurreerd door een samenwerking van verkoper en enkele oud-medewerkers.

Dat is in één zin het verhaal van Hugo Breugelmans van VeTraNed in Herten. Breugelmans won ooit de Staatsloterij en kocht in 2013  het bedrijf Paraat Brandbeveiliging van K. Pelzer en zijn vrouw. Verkopers traden in dienst bij Paraat.  Nog binnen een jaar was er onenigheid en werd de arbeidsovereenkomst met de twee ontbonden.

Een paar weken later werd Perfect Brandpreventie ingeschreven (in elk geval de eerste dag) op een adres in Heerlen. Oprichter: R. Rienties die na een 11-jarig dienstverband bij Paraat voor zichzelf begon. Hij stelde een bedrijfsleider aan die zeven jaar bij Paraat had gewerkt: H. Janssen. Ze kregen support van verkoper K. Pelzer die een groothandel in onder meer brandpreventie-apparatuur begon.

Opmerkelijk: alledrie hadden getekend om Paraat Brandbeveiliging geen oneerlijke concurrentie aan te doen.

De verkoper tekende bij de notaris bij de overdracht van de aandelen onder meer deze passage: “Verkoper zal zich meer in zijn algemeenheid onthouden van iedere actie ten aanzien van leveranciers en afnemers welke de belangen van de vennootschap (Paraat, red) of de koper kunnen schaden.” Rienties en Janssen tekenden een non-concurrentiebeding en Janssen ook nog een relatiebeding. De bedingen gelden binnen een straal van 25 kilometer van Heerlen.

Paraat schakelde twee recherchebureaus in, waaronder Ben Zuidema, om te kijken of de oud-medewerkers zich aan de bedingen hielden. De rechercheurs stelden vast dat Perfect weliswaar een vestigingsadres had opgegeven in Best (bij het pand dat door een een bedrijf van een broer van Rienties werd gehuurd), maar dat van daaruit geen activiteiten werden verricht. De rechercheur zag Rienties en Janssen wel werken bij kasteel Vaeshartelt en bij Conelgro in Maastricht. Ze vertrokken ’s ochtends vanuit De Koumen 42 in Heerlen en keerden daar na werktijd ook weer terug. Later werd de vestigingsplaats van Perfect een adres in Roermond. Daar stelde Ben Zuidema vast dat het om een postadres ging. Kosten van al dat gerechercheer: 80.000 euro.

De deurwaarder wordt met de opdracht beslag te leggen op pad gestuurd. Waarbij onder meer ontdekt wordt dat in het pand aan de Koumen 42 70 brandblussers van Paraat liggen. Rechtszaken volgen. De kantonrechter in Roermond stelt vast dat Pelzer, Rienties en Janssen onrechtmatig hebben gehandeld. Over Pelzer: “Dat Pelzer deze concurrerende werkzaamheden niet middels zijn eigen onderneming Parka verricht, maar in dienstbetrekking doet hieraan niet af. Dit maakt dat Pelzer jegens Paraat onrechtmatig handelt.”

De drie worden hoofdelijk veroordeeld een deel van de kosten (15.000 euro) van de ingeschakelde recherchebureaus te betalen. Rienties moet daarenboven 30.000 euro betalen “omdat hij er bewust voor gekozen heeft Paraat te misleiden”. Janssen moet nog eens 15.000 betalen.  Paraat op zijn beurt moet Janssen tien mille betalen omdat Paraat het relatiebeding zo uitgebreid uitlegde dat Janssen diverse functies misliep, ook buiten een straal van 25 kilometer van Heerlen.

VeTraNed kan zich niet vinden in het vonnis. Hoger beroep is aangetekend. Rienties zou een boete moeten krijgen van 56.250 euro, Janssen een boete van 380.000 euro. Parka (het bedrijf van Pelzer) zou ruim twee ton moeten betalen. VeTraNed wil ook de volledige recherchekosten van dik tachtig mille terug krijgen. Plus: openlegging van de boeken van Parka/Rienties/Perfect om de daadwerkelijke geleden schade te kunnen vaststellen. VeTraNed wil ook dat de rechter zelf gaat berekenen wat de schade is geweest.

Het kamp-Perfect verzet zich tegen alle aantijgingen. Advocaat Aukje Bergmans-Jeurissen stuurde namens Perfect onderstaande verklaring:

Cliënt, dhr. Rienties, eigenaar van Perfect Brandpreventie, heeft mij verzocht op uw email van 8 september jl. te reageren.

Ik begrijp dat u het vonnis van de rechtbank Limburg van 2 maart 2016 bestudeerd heeft. De rechtbank heeft de vorderingen van Paraat grotendeels afgewezen, reden waarom Paraat in hoger beroep is gegaan. Perfect, Rienties, Janssen en Pelzer zullen incidenteel hoger beroep instellen tegen de punten die door de rechtbank zijn toegewezen. In feite is op dit moment dus nog niets onherroepelijk beslist.

Cliënten zijn van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Rienties, Janssen en Pelzer onrechtmatig jegens Paraat hebben gehandeld. Cliënten zijn van oordeel dat de rapporten van de door Paraat ingeschakelde recherchebureaus een vertekend beeld van de gang van zaken geven, met name ten aanzien van de vestigingsplaats. Omdat Perfect maar een klein bedrijf is met aanvankelijk 2,5 fte en na het opstappen van Janssen met 1,5 fte, is het niet meer dan logisch dat regelmatig niemand aanwezig is op het kantooradres. De werkzaamheden worden immers voornamelijk bij de klant uitgevoerd. Van belang is dat de rechtbank wel geoordeeld heeft dat niet is komen vast te staan dat Paraat schade heeft geleden door de oprichting van Perfect door Rienties en door de indiensttreding van Janssen bij Perfect. Wat betreft Parka heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat Parka niet onrechtmatig heeft gehande

Ten aanzien van Rienties heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat hij in strijd met het concurrentiebeding heeft gehandeld. Hij heeft (en zal in hoger beroep opnieuw) zich op het standpunt gesteld dat Perfect buiten het gebied van 25 km vanaf Heerlen gevestigd was. Bovendien heeft hij (en zal hij in hoger beroep opnieuw) aangevoerd dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, zodat dit beding opnieuw overeen had moeten worden gekomen. De rechtbank heeft de bedongen boete aanzienlijk gematigd, o.a. omdat Paraat niet daadwerkelijk schade heeft geleden.

Ten aanzien van Janssen heeft de rechtbank geoordeeld dat hij zich twee keer schuldig heeft gemaakt aan overtreding van het relatiebeding. Ook had hij niet in dienst mogen treden bij Perfect. Tussen partijen bestaat verschil van mening over de uitleg die gegeven moet worden aan de bedingen in het contract van Janssen. Janssen is van oordeel dat Paraat hem toestemming heeft gegeven bij Perfect in dienst te treden en dat om die reden dus geen sprake kan zijn van overtreding van het concurrentiebeding. Bovendien is ook hij van oordeel dat de bedingen aanmerkelijk zwaarder zijn gaan drukken, zodat zij opnieuw overeen hadden moeten worden gekomen. Dit zal in hoger beroep opnieuw aangevoerd worden. Door de uitspraak in kort geding heeft Janssen zich echter genoodzaakt gezien uit dienst te treden bij Perfect. De rechtbank heeft de bedongen boetes aanzienlijk gematigd, o.a. omdat Paraat niet daadwerkelijk schade heeft geleden. Bovendien heeft de rechter aan Janssen een schadevergoeding toegekend, omdat hij schade lijdt door het concurrentie- en relatiebeding.

Ten aanzien van Pelzer heeft de rechter weliswaar geoordeeld dat hij door bij Perfect in dienst te treden, Paraat concurrentie aandoet, maar met hem is geen beding overeengekomen als gevolg waarvan hij een boete verschuldigd zou zijn en er is ook niet vast komen te staan dat Paraat schade geleden heeft.

Ten aanzien van de door Paraat gevorderde schadevergoeding heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat Paraat op geen enkele wijze haar vermeende schade heeft onderbouwd. Het enkele feit dat klanten zijn overgestapt betekent niet per definitie dat dat onrechtmatig is. Pelzer, Rienties en Janssen heeft uitdrukkelijk geen klanten benaderd om over te stappen.

De overige vorderingen zijn grotendeels afgewezen en ook minder relevant voor de beantwoording van uw vragen.

Voor wat betreft de aangetroffen brandblussers merk ik uitdrukkelijk op dat door cliënten betwist is dat er nieuwe brandblussers van Paraat zijn aangetroffen, laat staan dat er sprake zou zijn van verduistering of diefstal. Op het moment dat een deurwaarder in naam van Paraat beslag kwam leggen, heeft hij oude brandblussers aangetroffen die geen eigendom meer waren van Paraat. Deze brandblussers waren afkomstig van Heuts en APG en moesten onklaar gemaakt worden. Heuts en APG hebben in dat kader ook een schriftelijke verklaring afgelegd. De overige brandblussers waren oude brandblussers die Pelzer nog thuis had staan van toen hij nog eigenaar van Paraat was en brandblussers van andere merken, die echter op de door de deurwaarder gemaakte foto’s niet duidelijk te onderscheidden waren van de brandblussers van Paraat. De kantonrechter heeft op zitting aangegeven dat hij zich in eerste instantie wilde richten op de brandblussers en de haspel die volgens de deurwaarder zou zijn aangetroffen. Partijen kregen de gelegenheid nader bewijs te leveren en vervolgens zou hij afhankelijk van wiens stellingen het meest aannemelijk waren, bepalen wie een bewijsopdracht kreeg. Het was dan ook een zeer onaangename verrassing toen de kantonrechter een eindvonnis wees, in plaats van een tussenvonnis met bewijsopdracht. Cliënten konden immers met een verklaring van de voormalig directeur van Paraat bewijs leveren van het feit dat er helemaal geen goederen verdwenen waren bij Paraat. Bovendien ging de kantonrechter helemaal niet in op de bewijsstukken die cliënten geleverd hadden ten aanzien van de overige goederen en het feit dat de deurwaarder een haspel met rode draad genoteerd had op zijn proces-verbaal van bevindingen, terwijl dit aantoonbaar onjuist was

Nu zult u zich afvragen waarom cliënten geen hoger beroep hebben ingesteld. De goederen die in beslag waren genomen vertegenwoordigden geen waarde en ten aanzien van de brandblussers heeft Parka  € 1.984,80 betaald, omdat zij niet in staat was iets terug te geven dat zij niet heeft. Uit kostenoogpunt hebben cliënten besloten geen hoger beroep in te dienen. Een hoger beroep zou waarschijnlijk een veelvoud kosten van de waarde van de inbeslaggenomen goederen. Bovendien wilden cliënten zich concentreren op de andere procedure die Paraat tegen hen had aangespannen. Dit houdt echter uitdrukkelijk geen erkenning in van de aantijgingen die Paraat jegens cliënten heeft geuit. Ik wijs erop dat cliënten niet strafrechtelijk vervolgd zijn in dit kader, terwijl er wel aangifte is gedaan (in de ogen van cliënt valse aangifte omdat er geen goederen van Paraat verdwenen zijn). Ook hier geldt dat de kantonrechter uiteindelijk slechts een fractie van de vordering van Paraat heeft toegewezen.